In het kader van de lezingenreeks Smart Cities are Green sprak Jim Denevan op 15 september in de Academie van Bouwkunst Amsterdam. In deze serie geven zes sprekers hun visie op de stedelijke omgeving in relatie tot landschap, natuur en klimaatverandering. Hoe de lezing van Denevan aansluit op dit thema, wordt deze avond niet duidelijk. Hij geeft geen visie, maar laat het publiek zijn tekeningen zien.

Denevan ziet er niet uit als de zonderling die je misschien zou verwachten. Hij is een grote, zongebruinde Amerikaan die ontspannen voor de bomvolle zaal staat. Hij vertelt zijn verhaal vlot en doorspekt met anekdotes. In sneltreinvaart klikt hij door meer dan tweehonderd foto’s van zijn werk. Het tekenen begon als een vorm van therapie, vertelt hij. Een zware jeugd, met drie getroebleerde broers, een vroeg overleden vader en een moeder met Alzheimer, zadelde hem op met a problem to solve. Hij verwerkte zijn problemen door urenlang in opperste concentratie in het zand te tekenen. Alleen en zonder hulpmiddelen, alles uit de losse hand. Inspiratie kwam van patronen in de natuur of landbouw. Het meditatieve aspect van het tekenen zelf was belangrijker dan de uiteindelijke tekening; de eerste vijf jaar maakte Denevan dan ook geen foto’s van zijn werk.

Nu is hij een bij vele mensen bekende kunstenaar die overal ter wereld in zand, ijs of aarde zijn tekeningen achterlaat. Zijn werken verdwijnen onder invloed van natuurlijke processen, maar leven tegenwoordig eeuwig voort op foto. Hij fotografeert zijn werk vanaf een klif of vanuit een helikopter of vliegtuig. Denevan is zich zeer bewust van de kracht van zijn beelden en de indruk die ze op zijn publiek maken, maar verkoopt er geen foto’s van. Wel maakt hij op verzoek tekeningen voor bijvoorbeeld reclamecampagnes of een welvarende sjeik. Hij maakt er geen geheim van dat hij goed van zijn kunst kan leven.

De schaal van zijn tekeningen loopt uiteen van groot tot gigantisch. Het grootste kunstwerk op aarde, opgenomen in het Guinness Book of World Records, staat op zijn naam: een fractal in de Black Rock Desert in Nevada met een doorsnee van zeventien kilometer. De lijnen zijn tien meter breed en ontstonden door eindeloos heen en weer te rijden met een auto. Tijdens het maken ervan ontving hij een bericht van een man die op een vlucht van San Francisco naar Londen over de woestijn vloog, naar beneden keek, het handschrift van Denevan herkende en hem mailde: ‘Is that your work?’

En er vallen nog meer records te breken. Zo wil hij zijn fractal ook op microscopisch kleine schaal realiseren. Met een doorsnede van vijf micron heeft hij dan zowel het grootste als het kleinste kunstwerk ter wereld op zijn naam staan. En dan is er nog het heelal: met behulp van robots wil hij een tekening in het rode zand van Mars maken.

Vervolgens vertelt Denevan over Outstanding in the Field, een ander succesvol project. Met een mobiele keuken reist hij door alle staten van Amerika en organiseert diners in de buitenlucht op boerderijen. Als zoon van een biologische boer en opgeleid als chefkok, wil hij mensen bekend maken met de oorsprong van hun voedsel en de boeren die het produceren: ‘Bringing people out where their food comes from.’ Tot nu toe hebben meer dan 12.000 mensen gedineerd in zijn restaurant without walls.

Tijdelijkheid kenmerkt zowel zijn diners in de buitenlucht als zijn zandkunst. Beide duren zo’n vier à vijf uur en zijn de volgende dag verdwenen. Voor een korte tijd transformeren ze een plek en bieden ruimte voor verbeelding. Met Outstanding in the Field heeft Denevan een duidelijke bedoeling, maar zijn mysterieuze zandtekeningen roepen vooral veel vragen op. Hoe kan één mens zonder hulpmiddelen, uit de losse pols een rechte lijn van een kilometer lang tekenen? Wat bezielt iemand om urenlang in de brandende zon cirkels te tekenen, wetend dat het de volgende dag niet meer bestaat? De werken lijken te gaan over vergankelijkheid, de kracht van de natuur en de nietigheid van de mens. De tekeningen doen denken aan Nazcalijnen en graancirkels, en lijken haast buitenaards.

Maar Denevan zet zijn publiek met beide voeten op de grond: ‘Drawing in sand pays the bills.’ Tijdens zijn lezing legt hij de nadruk vooral op de absurde afmetingen en de jetsetachtige aspecten van zijn werk en niet op het intensieve tekenproces, de verschijningsvorm of de verbeeldingskracht ervan. Alle eenzame uren op het strand, alle concentratie, de bizarre schaal, zijn oog voor perspectief, voor patronen, doet hij door zijn vertelwijze tekort. De lezing van Jim Denevan draagt zo niet bij aan de magie van zijn werk. De zandtekeningen zijn het sterkst wanneer ze voor zichzelf spreken.