Toerisme gaat gepaard met verkeerschaos en drukte in de zomermaanden. Toerisme brengt ook werkgelegenheid voor de bevolking en inkomsten voor de gemeente, waarmee voorzieningen op peil worden gehouden. Na de presentatie van Schevening-Haven 2025 door wethouder Marnix Norder liepen de gemoederen weer hoog op: voor wie doen we dit allemaal, voor de bewoners of de toeristen? Op 16 mei 2012 besprak Norder de plannen in de Raadscommissie Ruimte, waarbij hij een aantal verbeteringen voorstelde, als tegemoetkoming aan de leefbaarheid in de woonwijken.

Het belangenconflict begon in 2005 met de structuurvisie voor Den Haag 2020: Wéreldstad aan Zee. Daarin werd de kustzone als tweede centrum uitgeroepen waarmee de stad zich moest profileren als Europees metropool. In de Nota van Uitgangspunten Planontwikkeling Scheveningen Havens Scheveningen-Haven Parel aan Zee (juni 2007) werd deze ambitie ingekleurd. De gemeente rekende op 15 miljoen bezoekers die gedurende alle vier seizoenen de kust komen bezoeken. Bewoners maakten zich zorgen over de toevloed van autoverkeer en de rust in de woonwijken. Strategie van de bewoners was: het noordelijke havenhoofd voor toeristen en zuidelijk havenhoofd voor de bevolking, de haven vormde daartussen een natuurlijke barrière. Bedrijfsleven en gemeente zagen dat anders en wilden deze scheiding juist overbruggen. Bewoners keerden zich tegen het torenwoud aan weerszijde van de haventoegang, de sprong over de haven (brug, kabelbaan), het dempen van de derde haven voor woningen en de aanleg van een cruiseterminal voor de kust. De cruiseterminal sneuvelde voor de verkiezingen van 2010. De financiële crisis, bezuinigingen en verkiezingen legden de door de raad goedgekeurde plannen stil.

Onder minder rooskleurige omstandigheden vond de uitwerking plaats van Scheveningen-Haven 2025. In de nieuwe realiteit van na de financiële crisis, staan 'flexibiliteit' en 'faseerbaarheid' centraal in de Haagse gebiedsontwikkeling. Gebiedsontwikkelaars ASR Vastgoed Ontwikkeling en Malherbe Vastgoed werkten de fasering uit. Met Vestia werd net voordat het derivatendrama zich openbaarde een intentieovereenkomst gesloten voor de 700 woningen. Vestia heeft nu echter de stekker uit al haar projecten getrokken. Welke grondposities corporaties in de haven hebben en wat de consequenties zijn is niet te overzien.
Daarnaast is er de onzekerheid wat er precies gebouwd gaat worden. Flexibiliteit en faseerbaarheid kunnen tot afbraak van kwaliteit leiden, zoals de crisisstedenbouw uit de jaren zeventig van Zwolsman in Scheveningen-Bad. Scheveningen-Haven sluit dan wel goed aan bij Scheveningen-Bad, maar of er nog toeristen komen is de vraag. Het gebied zou wel eens te gronde kunnen worden gericht door de vrije markt en ontaarden in een van de zwartste varianten van laissez fair. Zeker nu 'flexibiliteit' en 'faseerbaarheid' de hoekstenen van de nieuwe stedenbouw vormen. Iedereen vindt het fantastisch al die vrijheid maar niemand wil naast het 'experiment' van de buurman zitten. Op 16 mei beloofde wethouder Norder de raadsleden, in reactie op  vragen van partijgenoot De Jong, dat het plan voor Scheveningen-Haven dit jaar nog wordt aangevuld met een Beeldkwaliteitplan. Als er dan ook een krachtige stedenbouwkundige supervisor wordt aangesteld die tot 2025 de kwaliteit bewaakt, iemand die zich niet laat inpakken door ontwikkelaars en corporaties en die oog heeft voor de leefbaarheid in omliggende woonwijken, dan zou Den Haag als badplaats zeker in aanzien stijgen. Ondernemers in de toeristenbranche krijgen hiervan zeker geen spijt, vraag maar aan collega's in Scheveningen-Bad.

Scheveningen-Haven 2025 bevat ten aanzien van voorgaande plannen een aantal opvallende wijzigingen. De derde haven wordt niet gedempt. Er komen 700 woningen waarvan 20% sociale huur op het voormalig Norfolkterrein en 100.000m2 bedrijfsruimte, horeca, detailhandel, watersport, visserij etc. Van het torenwoud zijn alleen twee hotels op de havenhoofden over, 100 meter hoog aan de zuidkant en 40 meter op noord. Op het noordelijk havenhoofd komt het surfdorp Beach-city en in de Kom worden de mogelijkheden voor de zeilsport uitgebreid. De havenhoofden verbindt men met een kabelbaan en over de Pijp komt een brug. Als reactie schreven de locale bewonersorganisaties, Algemene Vereniging voor Natuurbescherming (AVN) en Belangenvereniging Schevenings Havengebied (BSH) op 8 mei 2012 een brief waarin oude pijnpunten weer ter spraken kwamen: geen hoogbouw, geen sprong over de haven en eerst een verkeersplan. Een minpunt is wellicht het substitutie-effect dat gaat optreden. Als Scheveningen-Haven tot een uitvoer komt zal dat zeker bedrijvigheid bij Scheveningen-Bad wegtrekken. Het nu al kwijnende bestaan van veel bedrijven daar zal doorzetten en leegstand en verval zullen groeien. Maar er was ook lof voor de nieuwe woningbouwplannen van het Norfolkterrein en het open houden van de derde haven ten behoeve voor de visserij- en havengebonden ondernemers.

Het stedenbouwkundig plan is op een aantal punten sterk verbeterd. Het is minder in zichzelf gekeerd dan zijn voorgangers en sluit beter aan op de omgeving. Terecht zijn de bewonersorganisaties zeer positief over het doortrekken van de kwaliteit van Duindorp met zijn intieme stedelijke ruimten en bouwblokken naar het zuidelijk havenhoofd. Bij de oudere plannen was nog spraken van een vreemdsoortige en hippe strokenverkaveling, die volstrekt willekeurig in de haven was geland. In het nieuwe plan ligt op een belangrijke plek een besloten plein dat verschillende richtingen oppakt en samensmeedt. De bouwblokken zorgen voor rust als het toeristenseizoen op zijn hoogtepunt is. Het is ook een keuze voor het doortrekken van de sfeer, kleur en schaal van Duindorp. Wellicht dat de baksteenarchitectuur van Meeuwenhof ook hier wordt gebouwd.

Belangrijk minpunt blijven de hoteltorens van 100 en 40 meter hoogte, hoewel het torenwoud uit de nota Scheveningen-Haven Parel aan Zee (juni 2007) al flink werd teruggebracht. Bij dat plan ontstond aan weerszijde van de haventoegang een soort San Gimignano. Torens worden door velen gezien als iconen die een bepaalde plek een extra waarde geven. Zeker sinds de rampzalige Hoogbouwvisie uit 2001 wordt op ieder markeringspunt een toren geprojecteerd. De PvdA verloor er veel kiezers mee onder bewoners, maar won de goedkeuring van projectontwikkelaars en Stichting Hoogbouw. Torens zijn iconen uit een andere wereld, de wereld van cityvorming en zakencentrum. De Hoogbouwvisie leidde in Den Haag echter tot een nogal rommelig en willekeurig beeld. Als je de stad binnenrijdt weet je door de spreiding van torens niet waar het zakencentrum zich bevindt. Nu zal er de komende periode niet veel hoogbouw worden gebouwd, maar het zou goed zijn als Den Haag eens nadenkt over een Hoogbouwvisie waar zowel bewoners als zakencentrum iets aan heeft. In Scheveningen komt daar nog bij dat door windturbulentie rond de toren de kabelbaan wellicht een deel van het jaar moeilijk bruikbaar wordt. De werkelijke iconen van Scheveningen-Haven zijn de haven, het strand en de zee: de indrukwekkende tall-ships, vlaggetjesdag, het surfdorp, de visrestaurants, de vissersboten met de netten, kitesurfers die voorbij stormen. Deze torens ruïneren eerder de sprong over de haven dan dat ze er een bijdrage aan leveren.

Ondanks de problemen blijft nietsdoen op termijn de slechtste optie, zowel voor de bedrijvigheid rond het toerisme als voor de bewoners die hun leefgebied willen beschermen tegen het oprukkende toerisme.