Tijdens het symposium werden drie architecten aan het woord gelaten die duurzaamheid en het ambigue begrip groen als vanzelfsprekend onderdeel beschouwen van hun architectuur. De eerste spreker van de dag was Anne Lacaton. Het werk van haar bureau Lacaton & Vassal staat bekend om het architectonische vocabulaire waarin industriële materialen als staal, glas en polycarbonaat de boventoon voeren. Lacaton stelde dat het labellen van gebouwen, en het daarmee samenhangende regime van normeringen, architectuur onder druk zet. Het is volgens haar juist nodig om als architect een grote mate van vrijheid te hebben om zoveel mogelijk ruimte te creëren. Groen staat in de architectuur van Lacaton & Vassal dan ook voor toekomstbestendige ruimtes.
Een rode draad in de projecten die Lacaton toonde, is de surplus-ruimte: ongeprogrammeerde ruimte waarin het alledaagse gebruik van gebouwen kan overstromen en die ieder seizoen anders gebruikt kan worden. Doordat deze ruimte een halfklimaat is, kan hij goedkoop opgebouwd worden uit industriële materialen. En passant beïnvloedt deze ruimte het energetisch presteren van het gebouw aanzienlijk. Lacaton verblufte de zaal niet alleen met prachtige foto's van het gebruik van de surplus-ruimtes maar ook met cijfers. Om twee voorbeelden aan te halen: een woning van 180 m2 voor 65.000 euro (Latapie House, Floirac) en de recente renovatie van een flatgebouw: halvering van het energiegebruik (Tour Bois le Prêtre, Parijs). Vertaal je deze cijfers naar grotere opgaven, bijvoorbeeld de voorgenomen sloop en nieuwbouw van Franse hoogbouwwijken, dan biedt de architectuur van Lacaton & Vassal een serieus alternatief.

Anne Lacaton moest na haar lezing helaas direct weer terugkeren naar Parijs, waar het door haar bureau gerenoveerde Palais de Tokyo die middag werd geopend. En Parijs bleef roet in het eten gooien. De volgende spreker was het niet eens gelukt om de Franse hoofdstad te verlaten. Edouard François was door een taxiongeluk verhinderd om naar Arnhem af te reizen en hield zijn lezing via Skype.

Het verhaal van François leidde langs maar liefst vijftien betekenissen die hij aan het begrip 'groen' in architectuur geeft. Groen gaat volgens hem over context en hoe deze onderdeel te laten maken van architectuur. In meerdere projecten zijn groene elementen als bomen en planten een integraal onderdeel van zijn gebouwen. Zoals in het project Flower Tower in Parijs waar aaneengesloten rijen plantenbakken met weelderige planten het gevelbeeld domineren. Echter, François camoufleert zijn projecten zo opzichtig dat ze juist opvallen in hun omgeving. Levend groen is overigens niet per se het middel. In Parijs maakte François een hoekblok op een steenworp afstand van de Champs Élysées. Het Fouquet's Barrière Hotel wordt gecamoufleerd door een modern reliëf van een historische gevel. De duurzaamheid van François is er een met een vette knipoog. Het 'groen' in Fouquet's Barrière Hotel betreft een decoratie van massief aluminium boomtakken die tegen een van de gevels van de binnenplaats is gemonteerd. Bij een stijgende aluminiumprijs kan de eigenaar het werk omsmelten en verkopen, aldus François.   

De derde en laatste spreker van de dag was Alfredo Brillembourg van bureau Urban Think Tank. Samen met zijn Oostenrijkse partner Hubert Klumpner richtte hij halverwege de jaren tachtig zijn bureau op in Zuid-Amerika. Daar trokken zij de sloppenwijken in, in de overtuiging dat deze een substantieel deel van het verstedelijkte landschap uitmaken zonder dat er toen enige (politieke) interesse bestond om deze tot serieus onderdeel van de stad te maken. Groen betekent voor Brillembourg vooral: formeel. Op de stadskaarten van veel (Zuid-Amerikaanse) steden zijn de formele stadsdelen in groen aangegeven en de informele in rood. Het doel van Urban Think Tank is om de rode gebieden een groene status te geven en daarmee toekomstbestendig te maken. Architectuur speelt hierbij een belangrijke rol. Na vele onderzoeken, publicaties en acties heeft dit dan ook geleid tot de realisatie van nieuwe, publieke projecten. Meest tot de verbeelding sprekend is het project Metro Cable waarbij publieke kabelbanen in de sloppenwijk San Agustin in Caracas het openbaar vervoersnetwerk vormen. Urban Think Tank kwam tot deze oplossing omdat het redeneerde dat de aanleg van wegen de sloppenwijk zou opensplijten en daarmee de sociale structuren zou beschadigen. Het plan voor de kabelbanen kreeg draagvlak na intensieve inspraaksessies met bewoners. De realisatie van de kabelbaanstations ging gepaard met het bouwen van een aantal publieke gebouwen die het fundament leggen onder de nieuwe, formele, status van de voorheen niet erkende stadsdelen.  

De lezingen vormden de opmaat voor een afsluitend debat onder leiding van moderator Jacob Voorthuis. De drie duidelijke posities van de sprekers hadden een relevante discussie kunnen opleveren over de rol van de architect in het huidige tijdsgewricht. Waar 'groen' in het werk van Lacaton impliciet aanwezig is, gebruikt François het expliciet om zijn ontwerpen een sterke autonome kwaliteit te geven. Veel van zijn gebouwen zijn letterlijk groen, maar of ze getuigen van 'gezond verstand' valt te bezien. François is de kunstenaar-architect tegenover Lacaton de ingenieur-architect. De projecten van Lacaton & Vassal zijn de belichaming van gezond verstand terwijl ze ruimtelijk van een enorme rijkdom getuigen en een grote sociale impact hebben. Brillembourg tot slot is de activist-architect die vooral met andere dan architectonische middelen streeft naar het verbeteren van ruimtelijke omgevingen.
Door het vertrek van Lacaton en de lijfelijke afwezigheid van François bleef het beoogde slotdebat jammer genoeg uit. In plaats daarvan kreeg Brillembourg de vrijheid om zijn eigen standpunt nog verder uiteen te zetten: namelijk dat de architect zich moet richten op het ontwerpen van nieuwe processen. Doordat architecten visueel zijn ingesteld, zijn ze bij voorbaat geschikt om relaties, kaarten en ideeën te visualiseren en in te brengen als communicatiemiddel, aldus Brillembourg. Daarin draafde hij, als ware hij een evangelist, behoorlijk door en opmerkelijk bleek er vanuit de zaal veel begrip te zijn voor Brillembourgs standpunt. Het ontwerpen van gebouwen is van secundair belang, zo werd door verschillende toehoorders onderschreven. Met name Anne Lacaton, die met haar lezing het thema van de dag het dichtst benaderde werd toen node gemist. Had zij niet zojuist treffend aangetoond dat bouwen ertoe doet, zowel op economisch als op technisch en sociaal vlak? En had Urban Think Tank niet zijn aanwezigheid in de sloppenwijken geformaliseerd door de bouw van een aantal opmerkelijke gebouwen? Door Brillembourgs dominantie bleef het gesprek veel te eenzijdig en werden de posities die Lacaton en François innemen – namelijk als specialist in het maken van onderscheidende en energetisch goed presterende gebouwen –  te snel genegeerd.