Eindhoven - foto Peter de Wit

Philips, dat Eindhoven op de kaart zette en deed groeien, is in de jaren ’90 dan wel vertrokken naar Amsterdam maar heeft niet slechts leemte achtergelaten. Door te investeren in de High Tech Campus en mee te werken aan de transformatie van de terreinen die het achterliet, heeft het bedrijf er mede voor gezorgd dat Eindhoven geen perspectiefloos postindustrieel landschap is geworden. Gelukkig had de stad meer dan Philips om op voort te bouwen en is 'ontwerp' een belangrijke drager geworden. Daarover ging het dan ook op de designconferentie die op 16 februari in De Balie in Amsterdam werd gehouden en waarbij de woorden openheid, ruimte, mogelijkheden en vrijheid veelvuldig werden gebruikt om het succes van Eindhovense creativiteit te verklaren.

De line-up bestond uit vermaarde (ex-)Eindhovenaren en huidige sleutelfiguren in de verdere ontwikkeling van de stad. De laatstgenoemde groep vulde het eerste deel van de conferentie dat hierdoor nogal een promotioneel karakter had. Wethouder Mary Ann Schreurs mocht het publiek – dat zeker voor de helft uit (oud-)Eindhovenaren bestond– opwarmen. Zij stelde bevlogen dat oude technocratische werkwijzen niet meer werken. De begrippen proeftuin en co-creatie moeten volgens haar intrinsiek worden aan de maatschappelijke dynamiek en institutionele setting: er moeten experimenten plaatsvinden die voorbij de bestaande regels gaan, omdat die mogelijkheden scheppen om echte sprongen te maken.

Na Schreurs vertelden maar liefst drie sprekers over Strijp-S. Het Eindhovense succes verhaal werd  door Projectmanager Jos Roijmans, Projectleider Cultuur Ton van Gool en Projectdirecteur Jack Hock uitvoerig gepresenteerd. Veel foto’s, bombastische filmpjes en trotse woorden gaven een glorieus beeld van de voorbije en toekomstige transformatie van Strijp-S en de gehele Spoorzone. Voor mensen uit het ruimtelijke vakgebied en waarschijnlijk ook voor de Eindhovenaren in het publiek was het een eerder gehoord verhaal dat al enkele jaren de ronde doet. Voor anderen bood het waarschijnlijk wel een goed kijkje in de keuken. De presentaties van de drie heren vertoonden echter aardig wat overlap en werden door de vele herhalingen ietwat langdradig.
Na het officiële gedeelte kwam de conferentie tot leven. De sprekers waren allen autonome ontwerpers en ondernemers en daardoor vrijer in hun verhalen en meningen. Hierdoor kreeg het publiek dan ook een goede indicatie van de kracht van Eindhoven en het ontstaan van de huidige buzz.

Gijs Bakker –ontwerper, oprichter van Droog Design en voormalig docent aan de Design Academy – beschreef de periode in de jaren ‘90 waarin de Akademie Industriële Vormgeving Eindhoven veranderde in de Design Academy Eindhoven en behalve de naam ook de koers verlegde van industriegericht naar mensgericht. Deze verandering ging samen met de groeiende internationale faam van Dutch Design. De bekendheid van Hollands ontwerp nam na 2000 verder toe mede dankzij de Dutch Design Week. Begonnen met een paar duizend bezoekers, groeide het uit naar een evenement waar in 2012 meer dan 200.000 mensen op af kwamen. Miriam van der Lubbe, tegenwoordig gevierd veelzijdig ontwerper, was een van de bedenkers van het evenement dat bedoeld was om jonge ontwerpers een podium te geven, iets dat tot dan toe miste. Volgens haar heeft het huidige Eindhovense designcluster zo sterk kunnen worden door de fysieke ruimte en vrijheid, maar ook de openheid van de overheid. “Wij mogen vinden wat we vinden en kunnen gewoon naar de gemeente stappen om te zeggen: ‘doe dit eens’”; het is allemaal onderdeel van de Eindhovense  ‘het kan alleen maar beter worden’-mentaliteit. Van der Lubbe waarschuwde wel dat de Design Week moet oppassen om niet in de vaart van het grote bedrijfsleven mee te gaan, maar vooral beginnende ontwerpers de ruimte te blijven geven.
Ook Rob van der Ploeg, succesondernemer die horeca en atelierruimtes met elkaar combineert (in Smalle Haven en Sectie C), hamerde op het belang van de kiem: “we moeten ons focussen op dat wat er van onderaf ontstaat. De designer is een mens die vrijheid wil om te zijn wat ‘ie is, om zo dicht mogelijk bij zijn ‘gut feeling’ te zitten. Als dat kan, krijg je Eindhoven zoals het nu is.” Hij waarschuwde voor al te megalomane en aanharkende plannen voor de stad en betoogde dat de vrijheid niet moet worden beknot.

John Körmeling mocht de middag afsluiten en wist met zijn eigenzinnige ontwerpen en dito presentatie het publiek in te pakken. Na zijn studie bouwkunde is hij vooral in Eindhoven gebleven uit gemakzucht: voor weinig geld zeeën van ruimte en een tuin van 1400m2, maar wel te midden van zware industrie.
Körmeling is misschien wel de personificatie van wat Eindhoven te bieden heeft: design, beeldende kunst en techniek. Vooral de pijler design, werd tijdens de conferentie besproken. Maar Eindhoven heeft meer ijzers in het vuur. Zo wordt in de regio Eindhoven jaarlijks de helft van het aantal patenten aangevraagd van het Nederlandse totaal en de investeringen in R&D zijn bijna 40 procent van landelijke totaal. Deze cijfers worden genoemd in het boek van journalist Arno Kantelberg dat gelijktijdig met het festival verscheen en ook Het Wonder van Eindhoven heet. Het is een informatief en leesbaar boek dat verhalend verteld over de charme, de kracht en de eigenheid van Eindhoven.

Gedurende de hele dag nam geen van de sprekers een onvertogen woord over Eindhoven in de mond en ook vanuit de zaal bleef het stil omdat er geen tijd was ingeruimd voor discussie. Qua technologie heeft Eindhoven nooit ondergedaan voor Amsterdam en tegenwoordig lijkt het ook niet meer nodig om als creatieveling vanuit Eindhoven naar de hoofdstad te vertrekken. Als Eindhoven haar open karakter weet te behouden en jong talent vrijheid kan blijven bieden in de voortstuwende stedelijke ontwikkeling, kunnen we er nog veel verwachten, zo luidde eensgezind de boodschap.