Feature

Voedsel voor de stad

Tijdens de paasdagen zijn er in Nederland zo’n 96 miljoen maaltijden gegeten. Deze moesten geproduceerd, vervoerd, (op tijd) afgeleverd, gekookt, opgediend en gegeten worden. We staan eigenlijk nooit stil bij de logistiek van dit alles. Carolyn Steel, auteur van Hungry City. How Food Shapes Our Lives, doet dat wel en hield op 25 maart in Den Haag een lezing over de relatie tussen de beschikbaarheid van voedsel en de ontwikkeling van steden.

Carolyn Steel tijdens haar lezing bij Stroom (foto: Henk Augustijn)

De tegenstelling tussen stad en land is groter dan ooit. Overal op de wereld groeien steden en ontvolkt het platteland. Mensen lijken zich daarbij steeds minder te realiseren dat voedsel groeit en leeft. We zijn op het – overigens fantastische – programma Keuringsdienst van Waarde aangewezen om te zien waar ons voedsel eigenlijk vandaan komt. De voedselproductie vindt buiten het zicht van de stadsbewoner plaats. Melk komt uit de fabriek en vlees groeit op een plastic schaaltje. Als er al aan landbouw gedacht wordt dan is dat vooral in rustieke beelden die al lang geen realiteit meer zijn.

De tegenstelling tussen stad en land bestaat echter vooral in ons hoofd. De stad kan niet zonder land. De stad ontstond toen de mens landbouw ging beoefenen. Vooral graan heeft bijgedragen aan de verstedelijking. Het is een makkelijk gewas om te verbouwen, te verwerken en te vervoeren. Het kan tegen een stootje en blijft lang goed. Steel legt de kiem van de (westerse) stedenbouw in Ur (zo rond 3500 v. Christus). De voedseldistributie was hier in religieuze handen. De pakhuizen lagen naast de tempel. De oogst werd eerst aan de goden aangeboden voor het naar de inwoners ging. Zij moesten langs een loket in de tempel om hun rantsoen op te halen.

In Rome was de staat verantwoordelijk voor de verdeling van het voedsel. Het grootste deel van de één miljoen (!) inwoners kon niet voor het eigen voedsel zorgen, en was dus afhankelijk van staatssteun. De keizers wisten maar al te goed dat hun heerschappij voorbij zou zijn als er een hongersnood kwam (vandaar ook de uitdrukking ‘brood en spelen’). Het achterland van Rome was te klein om genoeg graan te produceren voor alle stedelingen. Een groot deel kwam dus per schip uit Carthago of Egypte. En niet alleen het graan kwam van ver, de vissaus (garum) kwam uit Spanje en de oesters zelfs helemaal uit Engeland. Waterwegen waren lang de belangrijkste aanvoerroute voor voedsel, het vervoer over water ging snel, was betrouwbaar en had de grootste capaciteit. Alleen het vee kwam over land aan. Dat kon immers zelf de stad binnen lopen.

Tot ver in 19de eeuw bleef de staat bang voor oproer door voedseltekort. Voedsel moest in het openbaar, in de open lucht, worden verhandeld. De stad was dus vergeven van markten. Overal kwam je het voedsel en haar productieproces tegen. In elke stad zijn de sporen hiervan terug te vinden. Je hoeft alleen maar naar de straatnamen te kijken. Met de ontwikkeling van de stoommachine trok de voedselproductie zich steeds verder uit de stad terug. Trein en auto maakten het mogelijk om honderden kilometers verderop kippen te slachten, in te pakken en in te vriezen. De prijs van het product werd bepalend voor de koper. Hoe goedkoper hoe beter. Daarmee is de voedselproductie een commerciële onderneming geworden waarin de boer, de gewassen en de dieren er nauwelijks meer toe doen.

Carolyn Steel vraagt zich af of we niet respectvoller met ons voedsel dienen om te gaan. We gooien bijvoorbeeld in het westen bijna een derde van ons voedsel weg. Ook is het overduidelijk dat de kosten van het voedsel niet de werkelijke kosten reflecteren. De schade door grootschalige monocultuur, het gebruik van pesticiden en landerosie wordt bijvoorbeeld niet doorberekend. Ook zien we een grote toename in de vraag naar vlees. Voor veeteelt zijn echter veel meer grondstoffen (water en voer) nodig dan voor landbouw. De grenzen van de groei van de landbouw lijken bereikt. We moeten volgens Steel op zoek naar mogelijkheden om de landbouw te verbeteren, maar ook naar manieren om de eetgewoonten (vooral de behoefte aan vlees) van de stadsbewoner te veranderen.

Tijdens de lezing ging Steel kort in op de voorstellen die aan het begin van de vorige eeuw gemaakt zijn voor de ideale stad. In deze voorstellen werd veel ruimte gegeven aan voedsel. ‘Broad Acre City’ van Frank Lloyd Wright voorzag in kavels van een halve hectare zodat een familie geheel in haar eigen behoeften kon voorzien. Ook in de Garden City van Ebenezer Howard was plaats voor het zelf verbouwen van voedsel. En in de tekst over de ideale samenleving, Utopia van Thomas Moore, staat het bewerken van het land zelfs centraal. Het romantische ideaal van families met hun eigen in een modderpoel wroetende varkens of vrolijke velden met verschillende gewassen zullen we echter nooit bereiken. Daarvoor is er simpelweg te weinig aarde.

Steel zette vooral in op een mentaliteitsverandering bij de stadsbewoner. Laten we meer genieten van eten, was haar pleidooi. Laten we het bereiden en nuttigen van voedsel weer centraal stellen in ons leven. En, heel belangrijk, verminder de vleesconsumptie. De vraag is echter of deze mentaliteitsverandering realistisch is en voldoende effect zal hebben. Zelf zie ik eigenlijk maar één echte uitweg. De stad moet zelfvoorzienend worden of misschien kun je beter zeggen: de landbouw moet verstedelijken.

Stroom Den Haag heeft in het verleden al eens een project gepresenteerd dat gebaseerd was op die gedachte: Pig City ontworpen door MVRDV. Pig City – of in de volksmond ‘de varkensflats’ – leidde overal tot heftige discussies. Veel vergelijkbare projecten ken ik echter niet. Gelukkig stond de interessante lezing niet op zichzelf. De avond vormde ook het startschot voor een tweejarige manifestatie van Stroom, Foodprint geheten, die de relatie tussen voedsel en stad als uitgangspunt heeft. Kunstenaars en architecten gaan daarbinnen op zoek naar de mogelijkheden van de stad als productielandschap. De enthousiasmerende lezing van Carolyn Steel was een prima introductie op dit thema. Nu maar hopen dat de rest van het project net zo smakelijk wordt.