De titel van dit omvangrijke naslagwerk (meer dan 500 pagina's) legt de nadruk op de paginagrote foto's van de gedocumenteerde bouwmaterialen sec en op de twee foto's van projecten waarbij het betreffende materiaal is toegepast. De bijbehorende tekstuele informatie is echter de kern van deze 'encyclopedie' waarin 200 veelgebruikte afwerkingsmaterialen accuraat worden beschreven. De hoofdstukken Hout, Natuursteen, Keramische producten, Beton, Glas, Metalen, Kunststoffen en 'Toekomstige materialen' worden zeer leesbaar, inhoudelijk to the point en actueel ingeleid. Daarna wordt de selectie materiaal na materiaal beschreven.
Deze uitgave vervangt zeker niet de gespecialiseerde vakbladen, de websites van fabrikanten of de documentatie en monsterkast die op elk architectenbureau aanwezig zijn, maar zal toch zijn nut bewijzen bij de voorselectie van een te kiezen materiaal. De foto's geven een glimp van de uitstraling die het bewuste materiaal zou kunnen hebben. De selectie van projecten is opvallend want van sommige ontwerpbureau's is erg veel gepubliceerd terwijl veel spraakmakende projecten (waarbij de materialisering doorslaggevend was) niet te vinden zijn. De kwaliteit van de gepubliceerde projecten is wisselend: van veel gepubliceerde gebouwen tot mediocre bouwsels.
Opvallend is de poging om de sensuele kwaliteiten van de materialen te beschrijven: glansgraad, translucentie, textuur, stevigheid, warmtegeleiding, geur en akoestische kwaliteit worden in een eenvoudig schema gekwalificeerd. Het nut hiervan lijkt me echter gering omdat de meeste kwalificaties voor de hand liggen.
Het motto van het boek, de uitspraak van William Morris dat 'architectuur de kunst is om met het juiste materiaal te bouwen', suggereert onbedoeld dat er zoiets bestaat als een methode om dat materiaal te vinden. Het boek gaat onvoldoende in op de relatie tussen duurzaamheid van het materiaal en de verschillende manieren waarop in de Westerse bouwpraktijk (waarop het boek zich richt) de betreffende materialen worden verwerkt en onderhouden. In de teksten wordt wel regelmatig vermeld wanneer een product niet zou moeten worden toegepast maar bij de gepubliceerde projecten zitten nogal wat voorbeelden waarbij het materiaal (soms zelfs willens en wetens) volkomen fout is verwerkt. De rubrieken bouwfouten in de Nederlandse vakpers tonen al jaren aan dat de huidige bouwcultuur steeds opnieuw vermijdbare fouten begaat: meer dan 10% van de bouwmaterialen moet vanwege deze fouten worden weggegooid.
Is het boek compleet? Natuurlijk niet, maar het vormt een zeer goed begin voor een oriëntatie op een toe te passen materiaal. De doelgroep kan breed zijn: studenten en pas afgestudeerden die het verschil kunnen ontdekken tussen eiken en beuken, tussen basaltlava en basalt, tussen aluminium en titanium, maar ook oude rotten die in de teksten zeker nuttige en vooral praktische informatie kunnen vinden. Alhoewel de uitgave niet als zodanig bedoeld zal zijn, heb ik het geheel met plezier achter elkaar uit gelezen. De link tussen eeuwenoude en recente toepassingen laat zien wat de vooruitgang in technologie aan nieuwe mogelijkheden heeft gebracht. Van de stapeling van grote natuursteenblokken tot nauursteenfineer. Van in situ gestort grijs beton tot en met het gekleurde prefab beton waarop fotografische afbeeldingen gezeefdrukt en uitgewassen zijn. Van eikenhouten gevelbetimmering tot plaatmaterialen van kokosbast.
Is het boek foutloos? Bijna, en dat is een grote prestatie. Zo wordt volledig ongekleurd helder glas niet genoemd bij alle mogelijkheden die glas heeft en juist dit product staat nu in de belangstelling. Zo worden een aantal vaak gebruikte afwerkingen van metaal niet genoemd: bronzen, bichromateren. Zo is er een decimaalfout bij de vermelding van het dikteverlies van gepatineerde metalen: 0,3 mm/jaar! Dit is echter peanuts voor een eerste druk.
Blijft over de stelling van Morris: de keuze van het juiste materiaal. De verdienste van het boek ligt in het op gang brengen van de zoektocht en in de compacte algemene en ook specifieke beschrijving van materiaalgroepen en specifieke producten. Maar de prijs/kwaliteitsverhouding, de onderhoudsmogelijkheden, de hergebruikpotentie, de kwaliteit van de aannemer, de kwaliteit van het detail en het gebrek aan integratie tussen ontwerp en uitvoering zijn doorslaggevend bij het succes van de keuze. Dat leer je niet met een boek maar met een open houding die rekening houdt met al die randvoorwaarden. Alleen op deze manier is materiaalfetisjisme te beteugelen.














