|
BONAS reacties |
|
|
Onder de titel 'Kopen = gokken. De pieken en dalen van
BONAS' recenseerde Vladimir Stissi twee delen uit de BONAS-reeks, respectievelijk
over over Harry Elte (1880-1944) en over A.J. Kropholler (1881-1973).
Over het deel Harry Elte was hij enthousiast, maar het deel A.J. Kropholler
kwam er minder goed van af. ArchiNed Artikel Kopen = gokken. De pieken en dalen van BONAS 1ste Reactie BONAS Onder het kopje 'Kopen = gokken' verscheen op 27 april jl. een recensie over twee recent verschenen boeken uit de BONAS-reeks op Uw website, waarin tevens een oordeel over de gehele reeks - tot dan toe 20 delen - werd uitgesproken. Omdat er nogal wat onjuiste en niet nader toegelichte veronderstellingen over de werkwijze van de Stichting BONAS in vermeld staan en ook in de bespreking van de boekjes zelf een aantal onjuistheden voorkomen, willen we dit bij deze graag rechtzetten. BONAS houdt zich bezig met het inventariseren van het werk van Nederlandse architecten en stedenbouwkundigen en de discussie daarover, zoals die in publicaties is neergelegd. Het onderzoek hiernaar wordt verricht door vrijwilligers, vaak studenten in het kader van een stage, regelmatig ook onderzoekers die uit persoonlijke belangstelling een architectenoeuvre bestuderen. Alle onderzoekers worden begeleid door een kleine staf, die gedeeltelijk ook uit vrijwilligers bestaat. Uiteraard kan het ene oeuvre om meer en/of andersoortig onderzoek als het andere vragen, zoals Uw recensent, Vladimir Stissi, opmerkt. Zijn veronderstelling dat stagiairs en andere onderzoekers op nogal willekeurige wijze met architectenoeuvres worden 'opgescheept', waardoor onderzoeksresultaten per definitie wisselend zijn is echter onjuist. Van geval tot geval wordt bekeken of de stagiar/onderzoeker het werk 'aankan', in geval van studenten is vaak ook overleg met de betrokken docent, indien nodig worden meerdere onderzoekers op één oeuvre gezet, indien bekend is of zich eerder onderzoekers met werk van de betreffende ontwerper hebben beziggehouden worden ook deze zo mogelijk geraadpleegd. Tijdens het onderzoek heeft begeleiding plaats; onderzoeksresultaten worden gecheckt. Uiteraard kan er dan toch wel eens een fout onopgemerkt blijven en ook
is het voor BONAS onmogelijk om absolute volledigheid te garanderen. Juist
daarom worden de onderzoeksresultaten geopenbaard: een deel verschijnt
in boekvorm, voor het overige zijn de gegevens via de computer op de studiezaal
van het NAi of bij BONAS in te zien, zoals via verschillende kanalen is
bekendgemaakt. Juist door op deze wijze de gegevens aan een forum van
onderzoekers en geïnteresseerden voor te leggen hoopt BONAS reacties
te krijgen om daarmee onvolkomenheden te corrigeren. De boekjes in de
BONAS-reeks zijn dan ook uitdrukkelijk niet bedoeld als 'volwaardige (mini)biografieën';
het zijn werkdocumenten met een zo compleet mogelijk oeuvre-overzicht
en een korte introductie voor degenen die niet bekend zijn met het gepresenteerde
werk. In voorwoord of inleiding wordt veelal aangegeven wat de beperkingen
van het onderzoek waren en waar eventueel nog mogelijkheden voor vervolgonderzoek
zijn. Voor de belangstellende leek geven ze een eerste indruk van rijkdom
en variatie in de Nederlandse architectuur; voor de geïnteresseerde
onderzoeker zouden ze tevens een stimulans tot verder onderzoek moeten
geven. Tot zover deze korte toelichting. Dat Stissi in zijn inleidende filippica tegen BONAS meent een deel van de boekjes als 'slordig', dan wel als 'borrelpraat' te moeten karakteriseren laten wij voor zijn rekening. Omdat in het midden wordt gelaten waarop hij doelt, maakt Stissi het onmogelijk hierop te reageren. Op een enkele punten heeft Stissi gelijk in zijn kritiek op het boekje over Kropholler. In de productiefase van het boek is een foutieve foto bij het woonhuis van Kropholler en Staal aan de Koninginneweg geplaatst. Hier past een woord van dank aan Stissi, omdat hij ons op deze fout wees. Een en ander is inmiddels aangepast in de BONAS-database. Hetzelfde geldt voor het feit dat hij ons op enkele typefouten wees. Maar voor een belangrijk deel berust Stissi's kritiek vooral op slordig lezen. Zo staat in het boek niet dat Staal Kropholler overhaalde om in Wendingen te schrijven, maar dat hij hem bij A et A-activiteiten wilde betrekken. Veel later zou Kropholler wel in Wendingen schrijven. Dat dat in dezelfde regel vermeld staat ligt voor de hand; Wendingen was immers het blad van A et A. Zo rukt Stissi wel meer zaken uit zijn verband. Villa 'De goede Reede' is gesloopt, terwijl archiefstukken vooralsnog ontbreken - dat maakt beschrijven tot een moeilijke opgave. De door Stissi geciteerde zinsnede maakt deel uit van een alinea over de bewoningsgeschiedenis; soms kunnen details - hoe summier ook - speurneuzen een handvat geven om gegevens boven water te brengen. In het algemeen is het binnen het kader van een BONAS-onderzoek niet mogelijk alle werken te beschrijven, wel gebeurt dat met een zo representatief mogelijke selectie van werken. Details die mogelijk later nog wel eens tot nader onderzoek aanleiding kunnen geven, worden zo mogelijk vermeld. Zo vindt men bij Vught niet alleen een verwijzing naar de betonnen goten, die Krophollers hang naar traditionele constructies wat relativeren, maar ook naar de stedenbouwkundige samenhang die de verschillende projecten daar vertonen. En verschillende sloopdata voor één gebouw? Het ging om een complex van verschillende gebouwen, waarvan een deel in 1973 en een deel in 1974 werd gesloopt. Stissi beweert dat BONAS Krophollers oorlogsverleden wegpoetst. Maar hier citeert Stissi bewust onvolledig om zijn gelijk te krijgen. Volgens hem wordt in de BONAS-publicatie een artikel waarop Kropholler werd aangevallen ten onrechte als een tekst over houtbewerking voorgedaan. Er staat echter iets heel anders in het boek, namelijk dat Kropholler met een tekst over houtbewerking aan zijn zoveelste kruistocht tegen het modernisme begon, 'dat regelrecht ( ) tegen elke volksoverlevering' zou indruisen. Vervolgens meldt Stissi dat BONAS voorbij gaat aan Krophollers ideologische denkbeelden. Opnieuw slaat hij de plank mis; in een parafrasering van Kropholler's boek uit 1941 'Onze Nederlandsche baksteen-bouwkunst', wordt daar nu juist op ingegaan. Juist het feit dat Krophollers oorlogsverleden zoveel discussie opriep, was voor de auteurs van de BONAS-publicatie aanleiding om heel zorgvuldig bij de procedure voor de Ereraad voor Architectuur stil te staan: de feiten waarvan Kropholler beschuldigd werd en die waaraan hij daadwerkelijk schuldig werd gevonden. Kropholler publiceerde artikelen in tijdschriften die hij had moeten mijden. Ook in BONAS-uitgave wordt hem die fout aangewreven. Van Kropholler zijn echter noch voorafgaand aan, noch tijdens de oorlogsjaren pleidooien voor de 'nieuwe orde' bekend. Wel vervolgde hij zijn missie voor een architectuur gebaseerd op nationale en lokale tradities, waarmee hij reeds in de jaren '20 was aangevangen. Ook vanuit nazi-kringen was er sympathie voor traditionalistische architectuur, maar die overeenkomst maakt van Kropholler nog geen notoire fascist, zoals J.J. Vriend in de jaren '70 beweerde en Stissi nu zachtjes herhaalt! Het was Vriend overigens om nog wat anders te doen, namelijk om tot een waardering van architectuur op ideologische gronden te komen, een standpunt dat destijds enige populariteit genoot, maar dat reeds lang verlaten is. Ernstig in de fout gaat Stissi tenslotte in de zinsnede waarin hij, niet zonder enig effectbejag, de opeenvolging van publicaties over 'de vergaste Jood Elte' en de 'in de oorlog niet bepaald brandschone Kropholler' noemt. Elte, door de nazi's gevangen gezet in het 'elitekamp' Theresienstadt, overleed daar in 1944 aan een longontsteking. Dat moet Stissi bekend zijn geweest, hij recenseert immers het boek waarin hij dat kan lezen. Dat hij, slechts vanwege effectbejag in zijn artikel, dan toch zo slordig met de tragische feiten rond Elte's dood omspringt, is niet alleen buitengewoon onkies, maar ook kwetsend voor Elte's nabestaanden. Mariet Willinge, hoofd collectie NAi reactie Vladimir Stissi Met enige bevreemding heb ik de reactie van Mariet Willinge op mijn recensie
van twee recente BONAS-delen gelezen. Deze reactie doet mij vrezen dat
we langs elkaar heen aan het praten zijn, terwijl we zo te zien in hoofdlijnen
eigenlijk hetzelfde willen. Volgens mij staat in mijn inleiding in zeer
beknopte vorm hetzelfde als in de uitgebreide uitleg van BONAS waar de
reactie mee begint, al trek ik daar wat andere conclusies uit. Ik heb
nergens willen suggereren dat inventariseren simpel is; integendeel. Ik
zeg niets over de manier waarop BONAS het werk verdeelt, ik concludeer
alleen wel dat de ontstane combinaties onderzoeker/architect tot sterk
wisselende resultaten leidt; ik zeg ook niet dat er geen begeleiding of
controle is, maar ik constateer wel dat de raadpleegbare resultaten (te)
vaak onder de maat zijn. Natuurlijk kun je gezien de werkwijze en de doelstellingen
van het project geen perfecte resultaten verwachten, maar om bruikbare
overzichten en introducties te vormen is wel een zekere graad van volledigheid
en vooral foutloosheid nodig, zeker in de gepubliceerde delen. Helaas
wordt een dergelijk minimumniveau naar mijn mening niet vaak genoeg gehaald,
met als triest dieptepunt het Kropholler-deel, dat ik één
van de slechtste architectuurhistorische publicaties vind die in de afgelopen
jaren zijn verschenen. En omdat dat, helaas, niet helemaal out of the
blue komt, probeer ik in mijn recensie te analyseren hoe zoiets kon gebeuren,
en wat gedaan zou kunnen worden om herhaling te voorkomen. Dan de specifieke punten over het Kropholler-deel. De kritiek van Mariet
Willinge kan ik op een paar punten na niet delen, en omzeilt te vaak de
kern van mijn bedoelingen. Zo is bij het huis aan de Koninginneweg niet
alleen de foto verkeerd: de bijgaande beschrijving slaat overduidelijk
op het huis op de foto, en niet op het buurpand, dat weinig Berlagiaans
is - en trouwens ook niet van Kropholler en Staal. Hun project betreft
slechts een beperkte verbouwing en uitbreiding van een bestaand huis -
zoals binnen 10 minuten geconstateerd worden in het Amsterdamse gemeentearchief.
Dan het oorlogsverleden: ik blijf het een gotspe vinden om Krophollers
publicaties uit 1941 allereerst te karakteriseren als 'een reeks artikelen
over de toepassing en bewerking van hout'. Dat er vervolgens bijstaat
dat het ook een 'kruistocht tegen het modernisme' is, is een wel heel
klein doekje voor het bloeden. Anders dan de reactie aangeeft, zeg ik
verder niet dat BONAS voorbij gaat aan Krophollers ideologische denkbeelden,
maar slechts dat ze te weinig aandacht krijgen. De door mevrouw Willinge
genoemde passage erover is zeker verhelderend, maar naar mijn mening te
beperkt van strekking en te beknopt. Tot slot een woord van excuus: ik ben inderdaad in mijn opwinding buitengewoon slordig geweest in het noemen van de doodsonderzaak van Harry Elte. Dat neemt helaas niet weg dat de opvolging Elte-Kropholler niet de schoonheidsprijs verdient. Vladimir Stissi 2de reactie BONAS · Stissi trachtte in zijn recensie te analyseren
waarom de werkwijze van BONAS, naar zijn mening, tot oeuvre-overzichten
van wisselende kwaliteit, soms zelfs ondermaats, zou leiden. Hij baseerde
die analyse op een aantal oeuvre-overzichten, die hij - behalve Elte en
Kropholler - ongenoemd liet. Dat maakt een reactie van onze kant uiteraard
moeilijk, vandaar dat we onze eerste reactie deels moesten beperken tot
een algemene kenschets van de werkwijze van BONAS. Naar Stissi ons inmiddels
persoonlijk mededeelde, was zijn oordeel, behalve op de genoemde oeuvre-overzichten,
op die van Leliman jr., Van der Meij, Eschauzier en Gulden en Geldmaker
gebaseerd. Van deze zes overzichten zijn er drie, de helft dus, nooit
door BONAS gepubliceerd, geautoriseerd en in de BONAS database opgenomen.
Dat maakt zijn analyse tot een nogal wilde slag in de lucht, die wel heel
erg pover afsteekt tegen de 'wetenschappelijke betrouwbaarheid' die Stissi
zelf kennelijk zo hoog zit. Tjeerd Boersma, projectleider stichting BONAS |
|
|
|
|
Discussie gesloten
|