|

Architect Ben van Berkel bedient de media
|
In de wereld van kwalitatief vermaak wordt de architect meer en meer
ingehuurd om de crème de la crème vorm te geven. De architect
verliest in deze wereld steeds meer zijn aloude invloed op de totale gebouwde
omgeving. De architect moet andere velden aanboren om de hoge ambities
van commissies, tentoonstellingmakers, uitgevers en steden -- die zichzelf
op de kaart willen zetten - tevreden te stellen. Iedere architect moet
tegenwoordig een ster zijn. In de voorlaatste Biënnale Less aesthetics
more ethics onder leiding van Fuksas, ging het vooral over hoe de
architectuur zijn inspiratie ontleent aan de vele mutaties van onze huidige
moderniteit. Niet het ambacht van de architectuur maar hoe de architectuur
haar inspiratie ontleent aan de hedendaagse leefwereld stond voorop. Voor
de Italiaanse architectuur werkte de architectuur Biënnale van Fuksas
enorm bevrijdend. Eindelijk kon men de taal van Aldo Rossi, Tafuri en
Gregotti vergeten en volop het heden betreden. Wat ook opviel aan deze
voorlaatste architectuur Biënnale was dat er andere (re)presentatie
technieken werden gebruikten. In plaats van plattegronden, doorsneden
en maquettes zagen we architectuurprojecten in films, kunst installaties,
en fotocollages. Dit deden de architecten niet alleen om te communiceren
met het publiek. Ze geloofden ook dat in de nieuwe wereld de architectuur
een andere vormentaal moest ontwikkelen. Immers de oude kaarten om te
navigeren in de nieuwe moderniteit werkten niet meer. De architectuur
moest nieuwe concepten ontwikkelen die beantwoorden aan de behoeften van
leven in onze huidige tijd. De recente Biënnale NEXT onder leiding
van de curator Sudjic slaat een geheel andere weg in dan Fuksas. Voor
de tentoonstelling in het Arsenale gebouw, met zeer veel projecten van
alle grote namen uit de Westerse architectuurwereld, verbood Sudjic ieder
gebruik van video. Dit in tegenstelling tot de prachtige videomuur van
stedelijk leven van Fuksas in de Arsenale van twee jaar geleden.
Sudjic zet de architectuur in de schijnwerpers met traditionele middelen.
Hij kiest voor het ambacht: "Far from the fantasy and virtual representations
that have drawn architecture closer to the world of art installations,
this year the Architecture Biennale will examine above all the quality
of the forms and of the materials of the architecture constructed".
Sudjic laat zien hoe knap, intelligent en mooi architecten in staat zijn
gebouwen te maken. Hij laat 1 : 1 details, doorsneden, plattegronden,
technische details en prachtige maquettes zien. Het is een zeer professionele
tentoonstelling met een enorme liefde voor het ambacht. Ik raad iedere
architect aan om naar deze Biënnale te gaan om te spieken bij de
collega's hoe je gebouwen kan maken, hoe je een maquette kan maken, hoe
je detailleert, hoe je presenteert, en hoe architecten uitmuntend met
nieuwe materialen en constructies experimenteren. Maar verwacht geen technische
informatie over ingenieuze installaties, draagconstructies of anderzijds.
Ook sociologen geïnteresseerd in de stad of de ruimte komen niet
aan hun trekken. De architect als kunstenaar staat centraal en niet hoe
architectuur in een team van verschillende specialisten wordt ontwikkeld.
Waar de tentoonstelling in overeenstemt met Fuksas is de aandacht voor
hedendaagse architectuur. Er is geen interesse te signaleren naar een
neohistorisme van Krier, Grazzi, Rossi, Graves, Stern. De stad en 'mainstream'
architectuur ontbreekt totaal in de visie van Sudjic. In zijn boeken The
100 Mile City en Democracy and architecture gaat Sudjic uitgebreid
in op de relatie tussen architectuur en samenleving. Waarom worden in
deze Biennale dergelijke maatschappelijke lezingen totaal vermeden? Waarom
gaat hij thema's als de suburbane stad en democratie in de architectuur
uit de weg? Het zou de Biënnale veel interessanter maken. Het architectonische
object van de Westerse sterarchitect is heilig in deze expositie. De derde
wereld ontbreekt, behalve een paar interessante villa's voor de nieuwe
rijken in het Chinese Toscane bij de Chinese Muur. Het is het tijdschrift
Domus in drie dimensies tentoongesteld. Daarnaast is de expositie gericht
op waar architecten nu mee bezig zijn. Wat nu nog niet gerealiseerd is
en in de nabije toekomst door Domus zal worden gecoverd. Frisser kan het
niet.
De aandacht en liefde voor het object, de constructie, het detail, en
principe van bekleden van een gebouw spreekt mij in deze Biënnale
zeker aan. In Nederland hebben we te lang gezwegen over onze innovatieve
constructies, technieken, (dirty) details, en nieuwe typologieën.
We spraken alleen maar over data en programma als tegenreactie op een
teveel aan vorm voor de vorm in het Postmodernisme van Charles Jencks.
Echter waar deze Biënnale totaal aan voorbij gaat is hoe het object
zich verhoudt tot zijn omgeving. Hoe het object met zijn materiaal en
techniek nieuwe werkelijkheden realiseert. Het publiek krijgt geen inzicht
in de bedoelingen van de architect, hoe de maker het programma van eisen
inpast, hoe de cultuur van het lokale en het globale werd geïnterpreteerd,
hoe de architect zich wenst te verhouden tot de publieke en private sfeer.
De ingenieuze inventiviteit van de vele architecten en de professionaliteit
waarmee de projecten zijn tentoongesteld maakt het voor de bezoeker moeilijk
om de verscheidene posities van de verschillende architecten te ontcijferen.
Waarom Sudjic bepaalde architecten heeft geselecteerd en andere niet blijft
onduidelijk. Daarmee ontsnapt hij aan iedere mogelijke richtingegevende
discussie. De ordening van de projecten in de Arsenale is zeer conservatief.
We bewegen van klein naar groot, van villa's, musea, winkels, tot wolkenkrabbers
voor het World Trade Centre in New York. Alleen de Zwitserse architect
Zumthor doorbreekt de reeks van de vergrotende trap van schalen omdat
zijn 1 : 1 gebouwdetails te zwaar waren om te transporteren naar het Arsenale
gebouw. Je zou de positie van zijn project aan het einde van de gebouwenreeks
in de Arsenale kunnen lezen als het ultieme verlangen van Sudjic naar
het autonome, naar de taal van de stenen zelf. Sudjic berooft de architectuur
van zijn context. Hij verzet zich met deze Biënnale tegen de kunstzinnige
en mediatieve interpretaties van de architectuur à la Fuksas. NEXT
is het feest van het architectonsiche object. En dat vinden veel architecten
heerlijk. Eindelijk wordt de aandacht gevestigd op wat ze maken met de
taal van de architectuur. Net zoals veel kunsttentoonstellingen isoleert
deze expositie het object in een quasi neutrale museale ruimte. De vele
relaties die het architectonische object altijd met andere werkelijkheden
aangaat - en wat volgens mij architectuur juist zo boeiend maakt - worden
als in een röntgenfoto weggevaagd. Waarin Fuksas en Sudjic in overeenstemmen
is dat zij beiden de architect als geniaal individu propageren. Fuksas
en Sudjic zijn beide smoorverliefd op al datgene wat mooi en macho is.
Fuksas geilt op stedelijkheid, vol nieuwe media en hedendaagsheid en Sudjic
is in de ban van het ultieme autonoom object. Tot wat voor soort gebruik
en actie de architectuur aanzet blijft in deze tentoonstelling gissen.
Wat zei Zaha Hadid ook alweer tegen ons in de wandelgangen? "This
Biennale is a bit dull". Inderdaad het is een heerlijke hedonistisch
tentoonstelling voor architecten zonder behoefte aan reflectie, terwijl
deze luxe juist de basis kan zijn voor een stevige confrontatie. Ik zou
zeggen: Wat kan je gebeuren in het hedonistische Venetië? Dit is
de ideale plek om eens wat aan de orde te stellen. Het carnaval van architecten
kan wel tegen een stootje in deze ambiance van pracht en praal.
|