Ornament en misdaad


 

 

   


Op alle fronten keert het ornament terug in de architectuur

Meestal wordt Adolf Loos beroemde tekst Ornament und Verbrechen in het Engels foutief vertaald met Ornament and Crime. In de tijd van architect Loos was het ornament geen misdaad maar een 'verbrechen' (= overtreding). Nu, in deze tijd vind ik het veel toepasselijker om van Ornament en Misdaad te spreken. De manier waarop Fuksas en Sudjic architectuur als zaligmakend object bejegenen is wat mij betreft een misdaad. Natuurlijk is het ook een misdaad dat ze alleen maar hun vriendjes uitnodigen en niet verder kijken dan hun neus lang is. De Biënnale van Fuksas Less Aesthetics, more Ethics ging trouwens helemaal niet over 'meer ethiek', maar over een andersoortige (hippe en frisse) architectuur; een architectuur geïnspireerd door van alles wat van buiten de architectuur komt. Fuksas komt op voor een mediatieve architectuur, een architectuur als informatie, een architectuur als stad, een architectuur als kunst, een hedendaagse architectuur die inspeelt op wat er nu gebeurt in de samenleving.
Uiteraard vinden we dat als Nederlanders interessanter dan een Biënnale over maquettes, plattegronden, doorsneden en 1 : 1 details. Als Nederlander is het maar wat moeilijk op te gaan in alleen maar een mooi detail, er moet altijd een soort functie (programma en ironische communicatie) in besloten liggen. Zoals Droog Design de orde van het officiële Design lekker fris op zijn kop zet door het alledaagse banale, het klassieke, het Moderne en nieuwe materialen door elkaar heen te gebruiken.
Sudjics Biënnale wil alleen aan de orde stellen wat zich binnen de architectuur afspeelt. Sudjic pleit voor een architectuur als materiaal, als tektoniek, als professioneel gemaakt object, architectuur gezien vanuit zijn eigen autonome discipline. Voor mij is zowel wat binnen als buiten de architectuur ligt belangrijk. Het dualisme debat van Fuksas en Sudjic over vorm versus functie, ambacht versus samenleving, materiaal versus informatie, of stad versus architectuur komt mij gekunsteld over. De werkelijkheid van de architectuurpraktijk kan met het denken in dualismen niet veel uitrichten. In de praktijk zijn de vorm en het programma onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voor promotiedoeleinden is het nuttig sterarchitect te zijn. Hierbij vervullen de beide Biënnales een zeer belangrijke rol door de aandacht te vestigen op de geniale designkunstjes van de sterarchitect. En het maakt niet uit of dat nu van buiten of binnen de professie komt. Hoe de architect onder invloed van verschillende krachten en in samenspraak met allerlei partijen tot een goed project komt (ook voorbij het Design) wordt niet in beeld gebracht en al helemaal niet onderzocht.
Deze Biënnale maakt van de architectuur 'haute couture', waarin het onderscheid tussen geëngageerde architectuur en een architectuur die voor zichzelf wil opkomen voorgoed verloren gaat. Iedere vorm van ideologie wordt verloochend. Architectuur wordt uitgekleed tot op het bot, herleid tot zijn puurste vorm. Deze aandacht voor de vorm, als leeg ornament, is, zoals Adolf Loos al zei, een verspilling van tijd, energie en geld. Wanneer het ornament naar niets verwijst, niets anders dan zichzelf, dan is het inderdaad een misdaad en rest de architect niets anders dan een sterstatus à la Hollywood. Het enige wat overblijft is een discussie over stijl en wie het beste is. Inderdaad "very dull" zoals Hadid al eerder opmerkte. Natuurlijk zijn alle gerenommeerde architecten aanwezig op deze Biënnale. Niet iedereen kan het zich permiteren afwezig te zijn. Ook Zaha Hadid niet. De enige die opvallend ontbreekt is Rem Koolhaas. Ik vermoed dat Koolhaas de Biënnales in de huidige vorm boycot. Architectuur als geïsoleerd object en fetisj verheerlijken spreekt Koolhaas vast niet aan.

Gelukkig kan je als architect en curator van een landenpaviljoen natuurlijk andere onderwerpen aansnijden dan wat de hoofdcurator voorspiegelt - Sudijc verbood videopresentaties en andere nieuwe technieken om werk te tonen. Het Britse paviljoen lapt deze regels aan zijn laars en laat zien dat je met nieuwe presentatie technieken veel beter het idee van een gebouw kunt verduidelijken dan het tonen van een juweel van een maquette. Het paviljoen van Engeland met het werk van Foreign Office, toont zonder één model, met veel videoprojecties en technische tekeningen het cruiseboat terminal gebouw in Yokohama; trouw aan de thema's van NEXT zoals ambachtelijk werken, en innovatieve materialen en details, toont het paviljoen hoe je zonder oordelen van smaak een gebouw kan ontwerpen op basis van de stromen (van verkeer en passagiers, etc) die door de infrastructuur vloeien.

 

 



 

Andere observaties in woord en beeld:
- Hedonistisch Venetië
- Iedere architect moet een ster zijn
- 'Fresh Facts', de Nederlandse inzending
- Gouden leeuw voor het Nederlandse paviljoen
- Architectuur als politieke terreur. Het paviljoen van Israël
- Architectuur als propaganda. Het Amerikaanse paviljoen
- In de boot met tijdschrift Archis
- Biënnale Studentenprijsvraag 'Vivere Venezia'
- De terugkeer van het ornament

 

 

tekst en foto's: Roemer van Toorn

 

info

terug naar Iedere architect moet een ster zijn