|

Aaron Betsky directeur van het Nai opent zijn tentoonstelling Fresh
Facts
|
Bij het zien van het Nederlandse paviljoen was ik blij verrast dat ze
het woord Fresh in de titel hadden gebruikt. Het herinnerde mij
aan mijn artikel Fresh Conservatism waarin ik kanttekeningen plaatste
bij het ogenschijnlijke progressieve elan van veel Nederlandse ontwerpen.
Ik vond de titel natuurlijk goed gekozen. In Nederland laten we ons immers
inspireren door de feiten en dat doen we op een frisse manier. Aaron Betsky
wees in zijn openingsspeech terecht op het feit dat het Nederlandse ontwerptalent
nog lang niet op zijn retour is, dit in tegenstelling tot wat veel buitenlanders
beweren. Betsky zei verder dat de Nederlandse architectuur, in tegenstelling
tot veel andere landen, ook een sterke sociale traditie kent. De vorm
staat niet op zichzelf, maar gaat een relatie aan met het sociale. De
blijvende aandacht voor woningbouw is daar een goed voorbeeld van zei
Betsky. Allemaal waar en toch had ik de indruk dat in deze prachtige tentoonstelling
de relatie tussen vorm en leefwereld werd onderbelicht. Alles in deze
tentoonstelling is zo professioneel, zo perfect en zo glad gepresenteerd
dat de aandacht geheel en al op de schoonheid van de architectuur komt
te liggen. Goede smaak staat centraal in deze tentoonstelling. Wat het
Design activeert komt op de tweede plaats.
Het citaat van Mondriaan in de tentoonstelling uit 1929 spreekt op het
eerste gezicht mijn interpretatie tegen. Op grote doeken citeren Hertzberger,
Betsky en Rudi Fuchs Mondriaan: "Not to be concerned with form and
colors-as-form - this is the new plastic in art. Not to be overdominated
by the natural-physical - this is the new mentality. To focus exclusively
on relationships by creating them and by searching for their equilibrium
in art and in life - this is the great work of our time: to prepare the
future. " Inderdaad het gaat in de architectuur om de relaties tussen
architectuur en leven (zeker in de Nederlandse traditie), maar als we
de vraag niet beantwoorden wat voor soort equilibrium wordt gerealiseerd,
welke specifieke relaties een (Nederlands) ontwerp aan wil gaan met de
werkelijkheid, blijven we al gauw hangen in gangbare en oppervlakkige
conclusies. In zo'n geval treedt het talentvolle design op de voorgrond
en verdwijnen de complexe en kritische relaties die het ontwerp aangaat
met de leefwereld uit beeld. Nog nooit waren Mondriaan, Rietveld, Hertzberger,
MVRDV, René van Zuuk, VMX, NL Architecten en Korteknie Stuhlmacher
het allemaal zo met elkaar eens. We hebben de Gouden Leeuw natuurlijk
mooi gewonnen, maar ik had toch iets meer lef verwacht van de Nederlandse
inzending.
"Een fris gevoel dat werkelijk lang duurt", zoals de tekst op
mijn 'Colgate Fresh Confidence' tandpasta kan natuurlijk geen kwaad voor
de Nederlandse architectuur, maar ik vraag mij toch af of een tentoonstelling
niet meer aan de orde kan stellen in een wereld waar inhoud meer en meer
verdampt door de inzet van design. Het bijzondere aan de bijdragen in
het paviljoen van de architecten -- in de vijf 'toonbanken' ontworpen
door Herman Hertzberger -- is wel, dat de architecten hun project in een
context laten zien. Vijf architecten in de expositie hebben ieder hun
eigen 'tableau vivant' gemaakt in de toonbanken van Hertzberger. In Van
Zuuk zijn toonbank kan je draaien aan een hendel en zien hoe zijn maquettes
zijn geïnspireerd op beweging. Het plan van MVRDV in Ypenburg wordt
gerepresenteerd door foto's gegrepen uit het dagelijkse leven. VMX laat
op videobeelden zien hoe je als sportfietser kan spelen in de fietsenstalling
voor het Centraal Station in Amsterdam. In een prachtig videofragment
zie je Jan de Bouvrie het interieur van Mandarin Duck in Parijs van NL
architecten voor RTL aanprijzen. En Korteknie Stuhlmacher architecten
tonen hun groene Parasite in een landschap van ruw hout. In het Nederlandse
paviljoen wordt niet alleen het object getoond maar zien we ook welke
context de architect heeft geïnspireerd. Maar daar blijft het niet
bij. Hertzberger 's ontwerp laat het paviljoen ontworpen door Gerrit Rietveld
ook volop spreken. Het paviljoen is prachtig opgeknapt en de diagonaal
van vijf toonbanken, een vitrine met Nederlandse publicaties en meters
hoge doeken met citaten van Mondriaan en een replica van zijn Victorie
Boogie Woogie maken de expositie compleet. Hertzberger en Betsky laten
zien hoe je met jong en oud talent Nederland op zijn best kunt promoten.
Ik vraag mij alleen één ding af: Waarom plaatst Hertzberger
de vijf jonge architecten in prachtige toonbanken? "Het is net als
bij de banketbakker", merkte fotograaf Jeroen Musch op. Inderdaad:
Architectuur als gebakjes tentoongesteld. Is dit Hertzberger's stille
kritiek op de jonge generatie terwijl Mondriaan en Rietveld toekijken?
|