Oud schoolpand in Rotterdam

Na het verschijnen van het artikel Do It Yourself. Kunstenaarsinitiatieven en collectieve herontwikkeling in Rotterdam van Moosje Goosen hebben we vanuit het team Zelfbouw van de gemeente Rotterdam contact gezocht met de auteur van het opiniestuk. Als gemeente zijn wij niet betrokken geweest bij de totstandkoming van het artikel. Dat is jammer. Enerzijds omdat wij van mening zijn dat er geen volledig beeld wordt geschetst van de problematiek en de oplossingen, anderzijds omdat er een aantal onjuistheden in het artikel staan. We zullen niet uitvoerig op details ingaan over een specifiek pand, echter in een gesprek met de gebruikers van de Bloklandstraat hebben zij aangegeven een reactie op het artikel van onze kant te waarderen. Graag maken we van deze gelegenheid gebruik om onze standpunten en ambities te delen. Ook vinden we het belangrijk om te vermelden dat de weergave in het artikel ten aanzien van de strekking van het contact met de huurders eind mei en de periode waarin de huurders volgens de auteur zouden moeten vertrekken niet correct is.

In het artikel roept Goosen op tot dialoog met de huidige gebruikers. Vanuit de gemeente zijn we dit gesprek al enkele maanden terug gestart. Wij voeren deze gesprekken ook met de gebruikers van de Bloklandstraat en de andere individuele en/of collectieve huurders van panden die in aanmerking komen voor zelfbouw. Tevens hebben we gesproken met vertegenwoordigers vanuit de kunstenaarswereld in Rotterdam zoals Liesbeth Bik die in het artikel geciteerd wordt. Ook was Liesbeth Bik op uitnodiging van de gemeente Rotterdam en de IABR panellid van de publieke bijeenkomst op 6 juli in de Dependance over dit onderwerp. Tijdens deze bijeenkomst heeft de gemeente haar ideeën en ambities rondom Zelfbouw en collectieve herontwikkeling gedeeld met de aanwezigen. Wij delen deze ook graag als reactie op het artikel.

Steeds meer mensen hebben behoefte aan wonen en werken op maat. In toenemende mate bouwen of verbouwen bewoners en ondernemers zelf hun woning of bedrijfsruimte met als resultaat een eigen unieke plek, meer diversiteit en grotere binding met de directe omgeving. Deze trend heeft zich de afgelopen tien jaar sterk gemanifesteerd in zowel Nederland als in onze buurlanden. In Almere bouwen mensen op grote schaal een eigen nieuwbouwwoning, in Duitsland zijn 'Baugruppen' sterk in opkomst en Rotterdam krijgt al jaren veel lof voor het klushuizenproject van de gemeente Rotterdam en corporaties.

Rotterdam is in veel opzichten een voorloper, een stad die durft ongebaande paden te bewandelen en te innoveren. Dat is de aantrekkingskracht van Rotterdam op bewoners, ondernemers en bezoekers van de stad. Met het klushuizenproject is in Rotterdam veel ervaring en kennis opgedaan waar in andere steden dankbaar gebruik van is gemaakt. Rotterdam gebruikt op haar beurt de ervaring van andere steden om een uniek zelfbouwaanbod te ontwikkelen voor iedere portemonnee. Zover zijn we nu nog niet. Het huidige aanbod voor mensen die zelf aan de slag willen met het (ver)bouwen van hun woning of bedrijfsruimte in Rotterdam is nog beperkt. Grofweg bestaat het zelfbouwaanbod in Rotterdam uit klushuizen binnen de stad en veelal grote kavels aan de rand van de stad. Tegelijkertijd constateren wij dat er vraag is naar compacte stadskavels en tevens dat er veel enthousiasme is voor het (collectief) wonen in oude, ruim opgezette panden uit begin vorige eeuw. Om aan deze vraag te voldoen is gemeente Rotterdam het project Zelfbouw gestart. Om het aanbod voor zelfbouwers te vergroten, worden er vanaf september 2012 compacte stadskavels aangeboden in de stad op het voormalig sportterrein Leonidas.

Daarnaast gaat de gemeente voor een aantal bestaande panden, waaronder enkele oude schoolpanden, onderzoeken of er interesse is bij particulieren en collectieven van particulieren om zelf hun woon- en/of werkplek te (ver)bouwen. De gemeente Rotterdam was jarenlang in de gelegenheid om deze oude schoolgebouwen kosteloos of tegen een sterk gereduceerde huurprijs aan te bieden aan verschillende gebruikers, waaronder kunstenaarscollectieven. Dit had veel voordelen. De historische panden werden gered van de sloophamer, de gemeente had minimale onderhouds- en beheerkosten, kunstenaars hadden een geschikte en goedkope werkplek en dit had ook weer een positieve uitwerking op de wijk. Het is dan ook een terechte vraag waarom zo'n goede constructie wordt stopgezet.

Dit heeft meerdere redenen. De gemeente Rotterdam is niet primair de ontwikkelaar en bouwer van de stad, maar in toenemende mate de regisseur. Het zijn de bewoners, bedrijven en instellingen die op eigen kracht de stad ontwikkelen. De gemeente faciliteert waar mogelijk. Wij zien een duidelijke vraag bij zelfbouwers om aan de slag te gaan met de ontwikkeling van bestaande oude panden. Het realiseren van een aantrekkelijke woonstad en het stimuleren van initiatieven voor meer woondiversiteit in Rotterdam vinden wij belangrijk, daarom willen wij deze vraag faciliteren. Een andere reden is dat deze wijze van herontwikkeling en herbestemming in een aantal gevallen noodzakelijk is vanwege de slechte bouwtechnische staat van panden en de grote investeringen die gemoeid zijn met het herstel hiervan. In die gevallen is de herontwikkeling de enige reële optie om het pand te behouden. Wat wij nog belangrijker vinden is dat voor de panden die mogelijk via zelfbouw herontwikkeld worden, wij momenteel met de huidige gebruikers in gesprek zijn om gezamenlijk een alternatief voor hen te vinden. De gemeente is zich bewust van de meerwaarde van de huidige gebruikers voor de stad. De maatschappij verandert echter en dat betekent dat wij allen mee moeten veranderen. Dit vergt inzet van alle betrokken partijen.

Tot slot, voor degenen die interesse hebben om als zelfbouwer in Rotterdam een unieke en eigen plek te realiseren, verwijzen we vanaf begin september graag naar de website www.rotterdam.nl/zelfbouw. Wij nodigen ook expliciet de huidige gebruikers van de panden uit om hun interesse kenbaar te maken, want het is zoals de auteur Moosje Goosen schrijft zeker niet uitgesloten dat de enthousiaste zelfbouwer zich als huidige gebruiker al op de plek van bestemming bevindt.