De reis naar de onderwereld betreft geen literaire reis maar een reis langs stedelijke restruimten. Reizigers dalen af naar morsige binnenterreinen tussen grauwe gebouwen met sleetse speeltoestellen, bevoorraadingshoven waar verkoopsters sigaretten paffen tussen vrachtauto's en snelle jongens hun handeltje doen. Een aantal kunstenaars en architecten laat zien dat dit geen verloren restruimten zijn, maar dat het hier gaat om stukken stad die heroverd en herontdekt kunnen worden en een nieuwe betekenis kunnen krijgen voor bewoners, bezoekers en zij die hier werkzaam zijn. Een landaanwinst voor Rotterdam in het centrum, dat moet toch een loutering zijn!

Parallel aan de 5e Internationale Architectuur BiŽnnale Rotterdam (IABR), waar men nog steeds hardnekkig volhoudt dat je 'de stad kan maken', zoals men een taart bakt, opperen kunstenaars en architecten ideeŽn voor verloren stedelijke gebieden, geven ze vorm, maken installaties en houden happenings waardoor de gebruikers van de stad de potenties gaan zien van die verloren geachte stedelijke zones. Dat is urgent want de wereldbevolking is hard op weg om allemaal stedeling te worden, ťn juist nu is er de noodzaak om zuinig en duurzaam om te gaan met elke vierkante meter stad. Placemaking van vergeten en verwaarloosde stedelijke restruimten zal een belangrijke opgave worden voor steden als men de bevolking aan zich wil binden.

De zigzagreis begint bij Test Site Rotterdam bij het Schieblok waar de IABR en het architectenbureau ZUS (Zones Urbaines Sensibles) elkaar vonden op het meeste centraal gelegen niemandsland van Nederland. Door kleine stedelijke ingrepen en programmatische ingrepen wil men het hart van Rotterdam in afwachting van grootschalige business district-achtige ontwikkelingen weer enigszins tijdelijk aan het kloppen krijgen. Hoe doet ZUS dat? Men probeert kleine werkeenheden terug brengen in de stad door het Schieblok te verbouwen en ze hebben het initiatief genomen om een luchtsingel te realiseren die Centraal Station, Pompenburg en Hofbogen met elkaar verbindt. Jammer dat ZUS met de luchtsingel de stad negeert en over al het bestaande heen scheert.

De kunstenaars en architecten van zigzagcity gaan wel de strijd aan met taaie bestaande structuren. Bijvoorbeeld Pschorry, de koffietent van Gyz la RiviŤre boven in het eerste hoogbouwproject aan het Weena uit 1976, de grijze Shell-toren. Of de interactieve natuurwandeling van Thijs van Vuure en Rnul Interactive in een van de somberste expeditiehoven, de Ammanstraat; wegzwijmelen bij mooie natuurbeelden en geluiden om met een klap gewekt te worden bij de aanblik van het expeditiehof. Met de levende vitrine op de Lijnbaan herstelt Archiguides een oude traditie van tentoonstellingen in vitrines op prominente plekken in de openbare ruimten. Het winkelende publiek wordt met deze installatie en verschillende activiteiten meegenomen naar onbekende werelden.

Met de oproep tot toe-eigening van verloren stedelijke ruimte door bewoners probeert de kunstenaarsgroep Observatorium de band tussen bewoners en ruimte te herstellen met een Stonehenge-achtig theater in hout en plastic. Jan Evertsenplaats is een plantsoen weggedrukt tussen hoge flats, een stukje stad dat gewoonlijk als doorgangsroute wordt gebruikt. Met het esoterische bouwwerk krijgt deze stedelijke ruimte een sacrale sfeer. De stadstuin wordt door het bouwsel weer een herkenbare, aangename verblijfsplek voor het vermoeide winkelend publiek, voor bewoners en voor kinderen die door de wapperende witte linten rennen als de architecten even niet opletten.

De Boomgaardhof is een stedelijke restruimte van uitzonderlijke triestheid, omzoomd door lege kantoren, deuren en roosters van Nutsbedrijven en stukjes negentiende-eeuwse stad. De stedelijke ruimte is onregelmatig en volgestouwd met auto's en containers. Het gaat om achterkanten van gebouwen met vooral blinde muren. Wij hoeven niet persť te vervallen in sloop en grote nieuwe gebaren, aldus Iris Schutten over deze locatie. Met het project Urban Wasteland Remix laat Schutten zien dat een stedelijke ruimte zoals de Boomgaardhof ook langzaam kan transformeren afhankelijk van de behoefte en de wensen van de bewoners; de tijd nemen en de mogelijkheden scheppen. Kleine ingrepen stapsgewijs leveren vaak meer op dan de snelle oplossing. Kleine ingrepen en verbeteringen waar bewoners en gebruikers van de stad wat aan hebben. Met een installatie laat Schutten zien wat de gevolgen kunnen zijn als men de tijd een kans geeft. Mogelijkheden voor sport, voor tuinen kortom voor deze verloren stedelijke ruimte behoren volop tot de mogelijkheden. Of dit binnenterrein met geduld en kleine ingrepen leefbaar is te krijgen valt te bezien. Wellicht is hier een meer activistische houding van de laatste overgebleven bewoners meer op zijn plaats en gewenst.

Na een zigzagtour door de tijdelijk teruggewonnen restruimten in het centrum van Rotterdam wordt duidelijk dat alles om keuzen draait. Kiest Rotterdam voor het terugwinnen van deze vergeten ruimten, gaat men de strijd aan en verovert men deze ruimten weer terug op de onverschilligheid, of geeft men de vrije hand aan verloedering en leegstand?