Recensie —

Winka Dubbeldam in Kunsthal

Redactie

Tot en met 17 november is in de Rotterdamse Kunsthal de tentoonstelling ‘CON-TEX-TURE, A digital architectural project’ te bezichtigen. Architecte Winka Dubbeldam presenteert op deze tentoonstelling een overzicht van projecten van de laatste zes jaar.

Winka Dubbeldam verwierf in 1990 bekendheid met haar afstudeerproject aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst: 'Grauzone, a new nomadic society'. Zij vestigde zich daarop in New York, waar zij achtereenvolgens bij Steven Holl, Bernhard Tschumi en Peter Eisenman werkte. Sinds 1994 werkt zij zelfstandig en is zij als docent betrokken bij het onderwijs op diverse Amerikaanse en sinds enige tijd Nederlandse onderwijsinstellingen.Het feit dat zij zich in het New Yorkse architectuurmilieu staande weet te houden is op zich al een reden om haar werk met aandacht te bezien. Als een van de weinige beginnende architecten bleek zij zelfs in staat om daar een project te realiseren: de mixed-media art gallery Cristine Rose in Soho (1994).

In Dubbeldams werk zijn de sporen van het New Yorkse architectuurdebat duidelijk herkenbaar. Zo put zij inspiratie uit recente ontwikkelingen in de fysica en tracht zij de computer als ontwerpinstrument uit te buiten. Met name op deze twee aspecten werd zij tijdens een dialoog bij de opening van de tentoonstelling door Wouter Vanstiphout, Ole Bouman en Rients Dijkstra ondervraagt. In hoeverre de wijze waarop Dubbeldam zich laat inspireren door geestverwanten en vrijmoedig plukt uit disciplines buiten het eigen vakgebied legitiem is, wordt alleen dan een zinvol te beantwoorden vraag als zij in staat wordt gesteld haar theorie in gebouwde praktijk om te zetten. Het zou een verrijking van de Nederlandse architectonische cultuur betekenen, als zij daartoe in de gelegenheid zou worden gesteld door een moedig opdrachtgever in Nederland