Feature —

Habraken revival

Marina van den Bergen

Vijfendertig jaar na het verschijnen van zijn publicatie ‘De dragers en de mensen: het einde van de massawoningbouw’ ontving de architect N.J. Habraken op 4 december de oeuvreprijs van Het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunde.

Habrakens oeuvre bestaat 'slechts' uit papier. Eind jaren vijftig kwamen steeds meer architecten in opstand tegen de monotonie van de naoorlogse woningbouw. Onder invloed van het naoorlogse bouwbeleid, werden woningen sober uitgevoerd. Daarnaast ontstonden door de toegepaste woningbouwmethoden gelijksoortige woonwijken. Enkelen – waaronder Habraken – ontwikkelden nieuwe woonvormen. Zijn ideeën verwoorde hij in 1961 in 'De dragers en de mensen'.

Habraken stelt voor het bouwproces te splitsen, waarbij de bewoner volledige zeggenschap krijgt over zijn woning, de gemeenschap zou zeggenschap krijgen over de resterende ruimten. Om dit idee te realiseren zou de gemeenschap constructies moeten bouwen – dragers. In deze dragers kunnen mensen hun eigen woning realiseren met behulp van gestandaardiseerde industriële inbouwelementen.

In 1964 kreeg Habraken de kans om zijn theorie in praktijk te brengen toen een aantal gerenommeerde architectenbureaus uit onvrede over de woningbouwpraktijk besloten tot de oprichting van de SAR (Stichting Architecten Research). Habraken werd benoemd tot directeur van de stichting en zijn boek werd als uitgangspunt genomen voor verder onderzoek. Doel van de stichting was het onderzoek naar de mogelijkheden om industriële productiemethoden op een zo breed mogelijk vlak binnen de volkshuis-vesting toe te passen. Ter realisatie van het drager-inbouw-systeem ontwikkelde de SAR een maat- en plaats-systematiek, de SAR-methodiek. Door de vele artikelen die Habraken schreef en door zijn aanstelling als hoogleraar aan de TU Eindhoven werd de SAR een begrip in de bouwwereld.

Begin jaren zeventig werden Habrakens ideeën voor het eerst gebouwd. Doordat men deze echter binnen de bestaande bouwpraktijk trachtte te realiseren, zijn de oorspronkelijke ideeën slechts gedeeltelijk terug te herkennen. Enkele jaren later werd de kritiek op de SAR en Habraken steeds scherper. Enerzijds werd deze kritiek veroorzaakt door maatschappelijke veranderingen; de SAR werd bijvoorbeeld verweten dat ze de consumptiemaatschappij bevorderde. Ander-zijds had ze te maken met de architectonisch verschijningsvorm van de ge-bouwde SAR-methodiek, woningen van baksteen en dak-pannen gegroepeerd rondom hofjes. Velen zagen dit als een stap terug ten opzichte van de verworvenheden van de modernen. De SAR heeft zich altijd tegen dit soort kritiek verweerd door te stellen dat het om een methodiek gaat en dat ze geen architectonische uitspraken doet.

Habraken verbrak officieel zijn banden met de SAR toen hij in 1975 naar de Verenigde Staten verhuisde om les te gaan geven aan het Massachusetts Institute of Technology.

Behalve met het drager-inbouwsysteem heeft Habraken zich ook bezig gehouden met de ontwikkeling van de WOBO (World Bottle). Begin jaren zestig kreeg hij van A.H. Heineken de opdracht een exportbierflesje te ontwerpen, dat ook als bouwmateriaal kon worden gebruikt. Heineken was na een bezoek aan de krottenwijken van Curaçao zo geschokt over de huisvestingsomstandigheden en de bergen afval – die grotendeels bestonden uit lege flesjes Heineken – dat hij een daad wilde stellen. Van de flesjes die Habraken ontwierp zijn er enkele tienduizenden geproduceerd, ze zijn echter nooit met bier gevuld. Habraken is zijn ideeën altijd trouw gebleven. Zo ontwikkelde hij begin jaren negentig het Matura-systeem, een inbouwsysteem voor leidingen; de leidingen vormden één van de struikelblokken in de drager-inbouwsystemen van de jaren zeventig en tachtig. Habraken reist nu de wereld rond om licenties van zijn systeem te verkopen.