Recensie —

The Critical Landscape

Marcel van der Lubbe

De betekenis van het theorieonderwijs op de faculteit Bouwkunde van de T.U. Delft is al jaren onderwerp van discussie. In de laatste jaren zijn veel vakken die bijdragen aan een architectuur- en kunsthistorisch besef volledig verdwenen. Een steeds kortere studieduur maakt het volgen van workshops, het organiseren van symposia, congressen e.d. en het doen van zelfstudie om dit ontstane hiaat aan te vullen, haast onmogelijk.

Met het boek The Critical Landscape, ontstaan uit onvrede met de situatie, wil de studievereniging Stylos een aanzet geven tot een theoretischer en kritischer klimaat binnen de opleiding. De essays van o.a. Michael Speaks, Arie Graafland, Mark Wigley, Ben van Berkel & Carolien Bos willen bijdragen tot een (nieuw) theoretisch bewustzijn bij de Delftse bouwkundestudent.

The Critical Landscape wil architectuurtheorie op een begrijpelijke manier bij de student brengen. Of het boek daarin slaagt zal de toekomst uitwijzen. Het was een leuk idee dat bij de presentatie van het boek op 4 februari j.l. onder andere Wim van den Bergh en Adriaan Geuze het woord zouden voeren. Zij zijn immers als nieuwe Delftse hoogleraren architectuur bij uitstek degenen van wie verwacht mag worden dat zij de brug kunnen slaan tussen student en architectuurtheorie in de opleiding. Zowel Van den Bergh als Geuze lieten echter verstek gaan. Dat is jammer, want de bedoeling van het boek had van hen meer ondersteuning mogen krijgen.

Decaan Cees Dam tenslotte stipte (bij monde van vice-decaan dhr. Luscuere) in zijn speech aan dat studenten worden geacht met zelfwerkzaamheid hun theoretische kennis op peil houden.

Het zou de kwaliteit van de opleiding verhogen als de faculteit er in slaagde de student beter te motiveren om moeilijke theoretische materie tot zich te nemen.

Het is te hopen dat Van den Bergh en Geuze zich in de loop van dit jaar hiervoor alsnog zichtbaar willen inzetten.