Recensie —

Hollandse frisheid in New York

Robert Winkel, Jacques Vink

In New York heeft op 11 en 12 april het symposium ‘Poldergeist’ plaatsgevonden. Georganiseerd door Bart Lootsma en Kyong Park van Storefront Gallery en bijgestaan door het Nederlandse Consulaat en het Stimuleringsfonds voor Architectuur is het afgelopen weekend door jonge Nederlandse architecten en kenners van de Nederlandse ruimtelijke problematiek gedebateerd over Nederlandse architectuur en stedebouw. Tevens werden twee tentoonstellingen geopend met werk van Nederlandse architecten. Twee verslagen.

Op de eerste dag van het symposium werd door Noud de Vreeze (ex-Stimuleringsfonds), AnneMie de Volder (Rotterdamse Kunststichting) en Arnold Reijndorp de situatie van de door de Nederlandse staat gecontroleerde stadsplanning en woningbouw toegelicht. In de discussie met de voorgaande sprekers en Christine Boyer kwam natuurlijk de toekomstige bouw van 800.000 woningen in relatie tot de de Nederlandse politiek ter sprake. Het werd duidelijk dat de overheid in Nederland in vergelijking met de Amerikaanse situatie een belangrijke rol speelt en die zij, ondanks haar verminderde belang, zal blijven spelen. Door de weinige tijd die deze discussie gegund was en het kleine aantal aanwezige Amerikanen kreeg juist het interessante aspect van het vergelijk van de Amerikaanse en Hollandse situatie weinig aandacht.

's Middags presenteerden West 8, Raoul Bunschoten, Drost en Van Veen en MVRDV hun projekten. Het hoge gehalte aan schema's en grafieken dwong de gespreksleider Stan Allen te vragen, waarom dit middel in de Nederlandse architectuur zo vaak wordt toegepast en of niet het gevaar bestaat dat de schema's letterlijk ten uitvoer worden gebracht. Omdat in de StoreFront de opening van de tentoonstelling van Raoul van Bunschoten plaatsvond, was wederom de discussie weinig tijd gegund.

In tegenstelling tot het symposium in de Cooper Union was er veel belangstelling voor de opening van Raoul Bunschoten's tentoonstelling 'Liminal Bodies', waar aan de hand van een aantal casestudies een nieuwe stedelijke methodologie voor observatie en interventie in verschillende steden wordt getoond.

Op de tweede dag van het symposium werd de ochtend gevuld door Kristin Feireiss (directeur NAi), Bart Lootsma (architectuurcriticus) en Roemer van Toorn (Berlage Instituut). In de discussie die na de presentaties gehouden werd, kwam het daarvoor in de presentaties opgehemelde welstandsbeleid in Nederland niet ter sprake. Terwijl juist deze manier van regelgeving maakt dat het Amerikaanse model aanzienlijk in beeld verschilt met het Hollandse.

Nadat in de middag Wiel Arets, Ben van Berkel, Lars Spuybroek (NOX architecten) en Ton Venhoeven hun projecten hadden gepresenteerd, kwam er een discussie tot stand, waarbij de vraag gesteld werd in hoeverre de 'morphers' zoals deze architecten treffend worden genoemd, onder de door Roemer van Toorn benoemde stroming 'Fresh Conservatism' zouden vallen. Het 'frisse conservatisme' was die ochtend gepresenteerd als een kenmerk van de hedendaagse Nederlandse jonge architecten. Fris in de zin van frisse moed en durf om niet in conventionele architectuur te vervallen, conservatief in de zin van werken in de (modernistische) architectonische traditie van Nederland. De discussie liep aardig op waarbij de termen frisheid en conservatief te pas en te onpas werden gebruikt. Deze discussie duurde gelukkig langer dan de vorige en het laatste woord hierover is nog niet gezegd.

Later op de avond was de opening van de tentoonstelling Mobile Forces van architect Ben van Berkel in de galerie ArtistSpace. De tentoonstelling bestaat uit modellen, een 'ikonenkamer' en video's van computeranimaties. De tentoonstelling is ruim opgezet.

Voor het in New York gesitueerde symposium was het een gemiste kans dat er geen inhoudelijke dialoog werd gevoerd over verschillen en overeenkomsten van de Nederlandse architectuurpraktijk en die van de Amerikanen. Enerzijds kwam dit doordat weinig Amerikaanse geïnteresseerden aanwezig waren (ca 20-75 personen) en anderzijds door de korte tijd die de debatten werd gegund. Al met al bleef het symposium te veel steken in een Nederlands onderonsje. Het resultaat van de achterliggende gedachte van de 'Hollandpromotie' zal moeten afhangen van het nog te verschijnen boek en de goedverzorgde tentoonstellingen. Wellicht zou een volgend weekend psycho-analyse van de poldergeist die in de Nederlandse architectuur huist, gewoon in Nederland gehouden kunnen worden. Een vervolg op het overigens grondig georganiseerde symposium is zeker nodig, want de frisse Nederlandse geest zal voorlopig nog wel blijven kloppen.

R.W.

Kort verslag van Panel 2 Vrijdag 11 april

De middag had een klinisch karakter waarin veel over proces en concept werd gesproken maar nauwelijks over materialisering en gebruik. Met uitzondering van West 8, met het ook voor buitenstaanders meest toegankelijke verhaal, werd door geen van de bureaus gesproken over de toekomstige gebruikers van stad of gebouw.

Discussieleider Stan Allen merkte op dat zeker de helft van de getoonde afbeeldingen diagrammen waren en geen afbeeldingen of foto's van projecten en vroeg waarom hier de nadruk op was gelegd. Volgens Drost en van Veen zijn diagrammen bedoeld om te helpen bij communicatie binnen het ontwerpteam en met de opdrachtgever en andere partijen. Het is belangrijk om duidelijk te zijn in de complexe werkomgeving van architecten.

Volgens Stan Allen is het in de USA negatieve kritiek als een gebouw een diagram lijkt te zijn. Voor MVRDV juist compliment. De directe vertaling van diagram naar een ontwerp is volgens MVRDV genoeg om een goed gebouw te maken. In een 'datascape' is de stad en architectuur in feite een interpretatie van in de situatie aanwezige economische of maatschappelijke potenties. MVRDV is op zoek naar die potenties en probeert die zo direct mogelijk te vertalen naar de stad en haar gebouwen.

Door geen van de bureaus werd er gesproken over esthetiek. In de dagelijkse beroepspraktijk lijken argumenten over mooi en lelijk niet meer aan te komen bij de opdrachtgever. Dus waarom daar nog tijd aan besteden.

J.V.

ArchiNed ontving van twee andere ooggetuigen ook reacties die wij u niet willen onthouden.

From:'David R. DeFilippo'

The two day conference held here in New York City was a great success. I attended both days. I was a little disappointed that more NY Architects did not attend. It is their loss. I found the work of all the participants exciting and very inspiring. Most of them are within my own age group. It is a shame that here in the States young architects do not get the assistance for starting a firm the way young Dutch architects do. It is very competitive here in the States for any work. It is the US's loss. I too am an architect and hope that I may find useful some of the ideas presented in my own work.Also this is a great Web site.regards, David R. DeFilippo AIA

From:John Young

We went by Storefront this afternoon eager to enjoy one prong of the Dutch triple attack. And were told by an mean-ass installer that there was a sneak preview this evening for the media, that the reception and opening is tomorrow, and, 'No, you can't take a quick look, asshole, now get the fuck out of here!'So we eyed the godawful baubles from the doorway: the artless show is a waste of time, a poorly conceived, ineptly designed, formulaic public cheat by a venal museum hustling for vapid architects.Now if we get a media invite later and gulps of vino, a hustling assay announcing superb Dutch architecture is ready for world-class bleat.