Feature —

Alweer een glaspaleis

Piet Vollaard

Zaterdag 20 september opent het Stedelijk Museum in Zwolle een nieuwe vleugel. Het ontwerp van het Zwolse architectenbureau Van den Belt & Partners is volgens een ANP-persbericht nu al spraakmakend.

Het feit dat de nieuwbouw – ingepast in een historische straatwand naast het zeventiende-eeuwse bestaande museum – grotendeels uit glas is opgebouwd en daarom nu al 'Het Glaspaleis' wordt genoemd, heeft naar verluid de Zwolse tongen al flink in beweging gebracht. Het meest spectaculair is de volledig glazen trap in de ontvangsthal.

Zo gaat dat als je in de binnenstad niet in baksteen bouwt. Wie het gebouw bekijkt kan echter niet anders concluderen dan dat het wel meevalt met de contrasten. In maat en schaal voegt het gebouw zich zo te zien aardig in de omgeving, en met die enorme hoeveelheden glas valt het ook wel mee. Wij kunnen ons in elk geval een gevel met nog veeeeeel meer glas voorstellen. Het is dus de vraag of we dit gebouw nu ook al weer 'Glaspaleis' moeten gaan noemen.

De nieuwbouw bestaat uit twee bouwvolumes, een gesloten ,'sacraal' volume en een glazen, 'profaan' volume, die beiden in maat zijn gerelateerd aan de schaal van de overige panden in de straatwand. Het transparante deel vormt de schakel tussen het gesloten deel van de nieuwbouw en het aangrenzende Drostenhuis.

De monumentale glazen trap in de ontvangsthal, die werd ontwikkeld in samenwerking met 'glasconstructeur' Rob Nijsse van ABT, is een spectaculair voorbeeld van de toepassing van dragend glas. De glazen treden van de gekoppelde, X-vormige bordestrap worden gedragen door de eveneens glazen borstweringen / trapbomen. De treden rusten op glazen blokjes die aan de bomen zijn gelijmd en zijn door middel van flexibele verbindingen met de bomen verbonden. Alleen voor de verbindingen, de buisleuningen en voor enige trekstangen is staal toegepast. De trap verzorgt door zijn ruimtelijke vorm de eigen stabiliteit, waarbij de krachten worden afgedragen naar de betonnen vloeren.