Feature —

Myrto Vitart en Jean-Marc Ibo

Rob van Houten

Dinsdag 26 mei werd er op de Faculteit Bouwkunde in Delft een lezing gegeven door Myrto Vitart en Jean-Marc Ibo, beiden oud-medewerkers van Jean Nouvel. Het hakkelige Engels van Myrto Vitart en Jean-Marc Ibo leidde onbedoeld tot komische situaties. Halve zinnen, vreemde verdraaiingen van woorden en vooral het onderlinge overleg noopte hen de uitleg bij de dia’s beknopt en to the point te houden. Dit gaf de lezing een ontspannen sfeer en ondersteunde uiteindelijk de ogenschijnlijke eenvoud van hun aanpak.

'Our work is to try to do our best'. Volgens hen gaat de Franse bouwpraktijk in het algemeen, en de Parijse in het bijzonder, gaat gebukt onder de bureaucratie. Het protectionisme van de stadskern van – bijvoorbeeld – Parijs staat in schril contrast met het stuurloze exhibitionisme in de periferie. Dit wordt versterkt doordat vrijwel alle opdrachten verworven worden doormiddel van prijsvragen. Neo-modernisme doet het goed, en dus doen zij veel prijsvragen, en bouwen ze weinig. Een van de meer bekende ontwerpen van hen, ook verworven via een prijsvraag, is de renovatie van het Palais de Beaux-Arts in Lille. Het bestaande instituut, een neoclassicistisch gebouw uit het einde van de vorige eeuw, is in opzet georganiseerd rond een binnenplaats. Het museum is in het verleden door geldgebrek maar voor de helft gebouwd. De opengewerkte binnenplaats (een u-vorm) is enkele decennia later met een uitbreiding alsnog dichtgemaakt.

Het plan van Ibo en Vitart is mooi in zijn eenvoud. Stedenbouwkundig hebben zij de oorspronkelijke opzet gerealiseerd door de eerdere uitbreiding te slopen en een kantoor-'slab' aan het niet gerealiseerde uiteinde van het oorspronkelijke gebouw te situeren. Extra expositieruimte bevindt zich voor een belangrijk deel onder de grond. Het programma werd zodanig georganiseerd dat de begane grond vrij toegankelijk kon blijven, zodat de overgang tussen aangenaam verpozen en cultuur bekijken zo gladjes mogelijk verloopt. Dit wordt versterkt doordat de slab de oorspronkelijk gesloten binnenruimte opent. De gevel van de kantoorslab is aan de kant van de binnenplaats opgetrokken in structural glazing met een reflecterende structuur. Hierdoor wordt het oude museum gespiegeld en vanuit de binnenplaats de suggestie gewekt dat het neoclassicistisch museum is hersteld.