Feature —

Exploring the river, bruggen voor Rotterdam

Marc Neelen

Met een studieopdracht door zeven ontwerpers heeft Rotterdam de discussie geopend over nut en noodzaak van een nieuwe oeververbinding over de Maas. Wat opvalt is dat er uit verkeerskundig oogpunt eigenlijk geen behoefte is aan een grotere capaciteit voor de verbindingen tussen de stadshelften, maar dat een extra brug een impuls kan betekenen voor de stad.

Het lijkt een soort omgekeerde bewijslast. Stef van der Gaag zegt erover: 'De gedachte aan een nieuwe verbinding komt voort uit de wetenschap dat levendige en bloeiende steden die aan een belangrijke handelsrivier liggen, vaak een uitgebreid netwerk hebben van verbindingen naar alle stadsdelen'. Als Rotterdam wil bloeien, zal ze een nieuwe brug moeten bouwen.

Aan zeven Europese stedebouwkundigen en landschapsarchitecten werd gevraagd hun visie te geven: Odile Decq en Benoit Cornette (Frankrijk), Joan Busquets (Spanje), Max 1, Alsop + Störmer Atlantic Ltd. (Engeland), VMX Architects, Atelier Quadrat en DS Landschapsarchitecten.

De 'echte' bruggen komen van vier van de zeven ontwerpers. Busquets maakt een brug-gebouw dat de oevers zoveel mogelijk vrijlaat, Quadrat een gigantisch nieuw multifunctioneel Station Zuid bij de aanlanding van de brug en Max 1 kiest voor een brug met een lage constructie die de Erasmusbrug zoveel mogelijk in waarde laat en de Nassauhaven als nieuwe locatie ontdekt. Decq en Cornette maken de rivier smaller met behulp van een kunstmatig eiland dat plaats biedt aan vijf torens. In de bijbehorende brug kunnen boxen worden gehangen met bijvoorbeeld een radiostation of een restaurant.

Alsop + Störmer Atlantic Ltd. zien de eerste vijftien jaar geen echte noodzaak voor een brug. Tot die tijd kunnen een 'kikkerbrug' van waterlelies, een touwbrug voor mieren of een drijvend stadion dat zich over de rivier beweegt worden beproefd. Ook de landschaps-architecten van DS zien niet veel in een brug. Zij stellen voor een pontje aan te leggen voor fietsers en voetgangers. Bureau VMX wil met een brug vooral een circuit langs de Maas aan te leggen waardoor een boulevard kan ontstaan voor zowel 'chique' als 'vulgaire' activiteiten.

De voorstellen zijn door een commentaargroep onder leiding van Riek Bakker van een beoordeling voorzien. De groep heeft erg haar best gedaan uit elk plan aardige elementen te vissen. Zo komt ze tot de slotsom dat van de zeven plannen er drie zulke krachtige argumenten voor een oeververbinding aandragen dat ze een belangrijke bijdrage kunnen gaan geven voor de toekomstige ontwikkeling van de beide stadsdelen. Deze plannen (van Busquets, Quadrat en Decq en Cornette) zouden daarmee het uitgangspunt moeten gaan vormen voor verder onderzoek naar de wenselijkheid van de derde stadsbrug.

Zo'n uitslag is natuurlijk geen echte verrassing: natuurlijk moeten er wel argumenten voor een oeververbinding te vinden zijn als je zeven bureaus de opdracht geeft ernaar te zoeken. Al met al leveren de plannen een aardige bijdrage aan de discussie over de toekomstige ontwikkeling van Rotterdam.

Het College van B. en W. is van plan de resultaten van de zeven studies te gebruiken bij de plannen voor het rivierfront, de toekomstvisie voor Zuid en het structuurplan Rotterdam 2010.