Feature —

NAi verliest rechtszaak Struycken

Piet Vollaard

Vandaag is bekend geworden dat beeldend kunstenaar Peter Struycken de rechtszaak heeft gewonnen die hij tegen het NAi had aangespannen. Inzet was de vrolijke Street-Art die door straatkunstenaars uit Johannesburg en Rotterdam tijdelijk op de kolommen van de arcade van het NAi was aangebracht en die volgens hem zijn eigen lichtproject tussen de kolommen ‘verminkt’.

De President van de Arrondissements-rechtbank in Rotterdam mr. J. Mendlik, had zich op 1 september in de stromende regen door Struyken en een delegatie van het NAi ter plekke op de hoogte laten brengen van het onderwerp van dit delict.

‘Door de bekleding en beschildering is het effect en daarmee het kunstwerk van Struycken verstoord.’, aldus de rechter. Dat het kunstwerk inderdaad niet voor de volle 100 procent aanwezig was heeft iedereen de afgelopen maanden kunnen constateren. Dat het tegelijkertijd wel losliep met de volledige verstoring – overdag was het kunstwerk toch altijd al ‘onzichtbaar’, ’s avonds overstraalde het nog steeds grotendeels de streetart – heeft naar onze mening ook iedereen kunnen constateren’. Het heeft blijkbaar niet meegespeeld in de beslissing van de rechtbank, evenmin als het feit dat het een tijdelijke verstoring betrof.

De rechter ‘verbiedt het NAi om gedurende de tijd dat het werk geactiveerd is het kale beton van (een of meer van) de pilaren te onttrekken aan de werking van het lichtkunstwerk, bijvoorbeeld door beschildering van de pilaren’. Bij overtreding van het vonnis is een dwangsom van 5.000 gulden per dagdeel vastgesteld met een maximum van Fl. 250.000,-.

Hoewel wij Struycken zijn ‘overwinning’ van harte gunnen, het was immers niet netjes van het NAi om hem niet vooraf van de ‘verstoring’ op de hoogte te brengen, vinden we toch dat de rechter wat te gemakkelijk de kant van de kunstenaar heeft gekozen en daarmee onze rechten, die van de gebruiker, de voorbijganger en de eigenaar van het kunstwerk minder belangrijk acht. Struycken heeft bewust gekozen voor het vervaardigen en plaatsen van beeldende kunst in de openbare ruimte, hij is er zelfs een van de ‘uitvinders’ van. Als wij voortaan met onze vingers van alle kunst in de openbare ruimte af moeten blijven, ook al doen we dat voorzichtig en met de beste bedoelingen, dat heeft dat merkwaardige consequenties, die ook voor architecten van belang zijn. Voor de arcade van het NAi betekent het bijvoorbeeld strikt genomen dat er nooit niks meer mag plaatsvinden, geen huisjes van Adriaan Geuze, geen feestje met disco en lightshow ’s avonds, geen leuke frutsels van internationale workshops, niets zonder toestemming van Struycken. Maar als dat voor kunstwerken in het algemeen geldt dan zou het ook voor architectuur moeten gelden. Dus kunnen architecten en masse proefprocessen gaan beginnen tegen alle verstoringen van hun kunstwerken. Als gebruikers van deze ‘kunstwerken’ worden we op deze manier wel heel erg aan banden gelegd, dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Naar onze mening heeft de rechter te weinig naar het tijdelijke karakter van de verstoring gekeken en daarmee bewerkstelligd dat het NAi in het gebruik van de arcade wel drie keer zal nadenken voor het weer eens iets met deze publieke ruimte zal doen. Het roept een interessante vraag op of Jo Coenen Struycken geen proces aan moet doen. Zijn ‘kunstwerk’, i.c. de arcade, heeft hij immers ontworpen om daar stedelijke activiteiten in te ontwikkelen. We horen het hem nog enthousiast opsommen: postzegelmarkt, buitenopstellingen, feesten, flanerende Rotterdammers, kortom een levendige stedelijke ruimte. Dat daar de afgelopen vijf jaar niet veel van terecht is gekomen is deels te danken aan de kracht van Struyckens kunstwerk. Dat het na deze voorzichte poging van het NAi om de arcade ‘aan de stad te geven’ helemaal wel afgelopen zal zijn, is in elk geval het gevolg van Struyckens krachtige respons op een ons inziens onschuldige, vrolijke, actie van het NAi.

Ik zou als architect of opdrachtgever voortaan wel even goed nadenken voordat ik nog een ‘monumentaal kunstwerk’ aan mijn gebouw zou toevoegen.