Feature —

Aldo van Eyck overleden

Piet Vollaard

In de nacht van woensdag op donderdag jl. is Aldo van Eyck overleden. De Nederlandse architectuur zal voortaan zonder deze bevlogen meester verder moeten. Van Eyck laat geen groot oeuvre na. Zijn meest bekende ontwerpen; het Burgerweeshuis en het Moederhuis in Amsterdam, het Sonsbeekpaviljoen in Arnhem, de Molukse kerk in Deventer, Estec in Noordwijk en recent de Rekenkamer in Den Haag, zijn echter zonder uitzondering mijlpalen in de naoorlogse architectuur. Daardoor en door zijn rol als animator en voorman van Forum en Team Ten, als docent in Amsterdam en Delft en als onvermoeibaar schrijver van polemieken heeft Van Eyck als geen ander de architectuurdiscussie van de laatste vijftig jaar bepaald.

Van Eyck nam zijn vak bloedserieus en kon dan ook onnavolgbaar uit zijn vel barsten als iemand dat vak 'te grabbel gooide'. Zo viel hij ooit in een televisie-interview bij Sonja Barend, waar hij zijn monument voor Wilhelmina in Den Haag verdedigde, vuurspuwend uit tegen de lokale ambtenaar die hij verantwoordelijk achtte voor het niet doorgaan van zijn project. Zijn vete met het 'politbureau' van de TUDelft gedurende de tweede helft van de jaren zeventig is legendarisch. Maar zijn gebouwen zijn zonder uitzondering vrolijk en optimistisch.

Van Eyck is letterlijk onnavolgbaar gebleken. Hij heeft geen school gemaakt, er zijn geen Van Eyck-klonen. Dat moet hemzelf nog het meest plezier hebben gedaan. Oorspronkelijkheid was immers altijd belangrijker dan het dom kopiƫren van een stijl of een maniertje. Anders dan bij andere architectuurhelden kon je aan de afstudeerplannen van de vele studenten van Van Eyck nooit zijn stempel aflezen. Van Eyck was inspirator en stelde zich nooit op als meester.

Het is de laatste jaren steeds vaker en nadrukkelijker gezegd dat het eigenlijk zonde is dat geen van Van Eycks gebouwen openbaar toegankelijk is. Met zijn overlijden lijkt de laatste kans op een openbaar gebouw van Van Eyck voorgoed verkeken. Nog op zijn tachtigste verjaardag, die vorig jaar in het NAi gevierd werd, kon hij het niet laten daar zelf nog eens kwaad om te worden. Natuurlijk beloofden ze hem weer van alles, en natuurlijk zou daar weer niks van terecht komen. En zoals zo vaak kreeg hij weer gelijk.

Maar er zijn nog een paar kansen. Er zijn plannen om het afgebroken Sonsbeekpaviljoen te herbouwen. Zoveel kan dat toch niet kosten. Als alle directeuren van alle instellingen en overheden die de komende dagen ongetwijfeld de loftrompet over Van Eyck zullen steken nu eens hun portemonnaie trekken, dan staat dat paviljoen volgend jaar in het beeldenpark van Kroller-Muller, naast het herbouwde Sonsbeekpaviljoen van Gerrit Rietveld.

En in Middelburg ligt bovendien nog een prachtig plan voor een museum op de schappen. Een plan waarbij Van Eyck zijn vriend Karel Appel bovendien zo gek had gekregen om er een uniek kunstwerk voor te maken. Maar de ambtenarij zat hem weer eens dwars. Er ligt daar nog een mooi open veldje dat nog steeds wacht op het laatste en enig openbare gebouw van de meest bevlogen architect van Nederland.