Feature —

Almere kijkt terug

Erik Stekelenburg

Het 25-jarig jubileum van de stad Almere is aanstaande. Dat is aanleiding voor de stichting Centrum voor Architectuur, Stedebouw en Landschap van Almere (CASLa) om terug te kijken en stil te staan bij het ontstaan van de stad met de mensen die er een rol bij speelden.

Onder de titel 'De Peetvaders van Almere' worden vier avonden belegd, waarop de mensen die betrokken waren bij de eerste plannen de kans krijgen om hun ervaringen en herinneringen te delen. Donderdag 28 januari was de aftrap, over het allereerste begin en de structuur van de stad. Het plaatselijke grand café was overvol en niet stil te krijgen tijdens de speeches van de aartsvaders van Almere. De directeur en de voormalig directeur van de Rijksdienst IJsselmeerpolders Otto en Van Duin bespraken het allereerste begin. De feitelijke bewoning begon toen op dertig november 1976 de eerste woning in Almere werd betrokken.

Otto vertelde over de geboorte van Almere in de 60-er jaren, en benadrukte dat dat gebeurde in rokerige ruimten en niet aan de tekentafel. De tekentafel kwam pas aan de orde toen in 1958 de nota West-Nederland verscheen: Uitbreiding in Alkmaar, Hoorn, Purmerend en westelijk Flevoland, dat in 1968 zou droogvallen.

In 1971 besluit het kabinet tot het bouwen van Almere. Het is de tijd dat hoogbouw uit de gratie is, dat dominees in een open brief pleiten voor uitstel van de bouw van Lelystad op humanitaire gronden, een architect de zonde van de overmatige hoogbouw belijdt en de eerste flats werden opgeblazen.

De vraag hoe mensen naar Almere, en Lelystad, kunnen worden gelokt werd radicaal beantwoord; alleen laagbouw, huizen met tuin en centrale verwarming. Ondanks kritiek op deze keuze, waren er vier kandidaten per woning en 16.000 aanvragen voor de eerste honderd woningen.

De heer Van Duin refereerde aan de actuele situatie en stelde dat Almere nog steeds een spiritueel centrum moet krijgen als vervolg op het monnikenwerk van de landaanwinning.

De structuur van de stad werd besproken door Dirk Frieling, voormalig hoofd Projectbureau Almere en Teun Koolhaas, stedenbouwkundige en ontwerper van het structuurplan Almere. Frieling verhaalde over de keuze voor een stad aan het water, tegen de optie waarbij spoor en snelweg naast elkaar liggen, of de optie waarbij het centrum daar nog overheen zou worden gebouwd. Over het niet halen van de verwachte inwonertallen en de oorzaak daarvan. Zo telt Almere Haven telt nu 20.000 inwoners, terwijl op 40.000 werd ingezet en het minimum voor volwaardige voorzieningen 30.000 werd geacht. Frieling betoogde dan ook dat Almere veel meer moet inzetten op externe verbindingen. Almere moet groeien via verbindingen naar plaatsen die binnen een straal van 30 kilometer liggen. Almere moet daar ook zelf aan ontwerpen en het niet overlaten aan Rijkswaterstaat.

Koolhaas vervolgde met het tonen van plaatjes. Prenten waar je 'het gesprek in voelt', kaarten 'altijd stond Amsterdam erop' en schetsen van het plan 'hier bos, daar open polders, hier natuur en daar kust, stranden en haven'. Het plan is in grote lijnen stabiel gebleven, zoals op bovenstaande foto's is te zien. Hij sloot zich ook aan bij Frielings kritiek op de veronachtzaming van verbindingen en wees erop dat Amsterdam op een gegeven moment ook van de kaarten verdween.