Feature —

Helicon en Castalia geopend

Piet Vollaard

Vandaag zal Koningin Beatrix de officiële opening verrichten van het nieuwe kantoorgebouw van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Of eigenlijk van twee nieuwe gebouwen, want het Ministerie betrekt in de Haagse postmoderne enclave De Resident zowel de kantoortoren Castalia van Michael Graves als het brug-gebouw Helicon van Sjoerd Soeters. De karakteristieke puntdaken die Graves op Castalia plaatste bepalen al langere tijd de skyline van Den Haag en iedereen vraagt zich al die tijd al af wat daar nou inzit. ArchiNed bezocht de persbijeenkomst om dat raadsel op te lossen.

Dat viel dus zwaar tegen, hoewel je ook zou kunnen zeggen dat het voor de hand ligt. In de puntdaken zit – geheel in de etaleurstraditie van het ware postmodernisme -niks, lucht en een stalen kapconstructie. Je zou ook kunnen zeggen dat Graves de ultieme, Hollandse vliering op reuzenschaal heeft ingebracht. De nieuwe bewoners zitten met die vliering wel een beetje in hun maag en zijn naarstig op zoek naar een passende functie. Een disco, een klimwand, een volière, gewoon oude-dozen-opslag? Wie een betere suggestie heeft kan dit melden aan het Ministerie.

Het is natuurlijk gemakkelijk om badinerend te doen over deze 20 jaar te late manifestatie van exuberante architectonische vrolijkheid. Feit is wel dat Den Haag voor het eerst in lange tijd op meerdere plaatsen tegelijk bezig is met bouwen. De grootste bouwput van Nederland ligt niet meer in Rotterdam, maar in het centrum van Den Haag. De Resident mag een merkwaardig anachronisme zijn en op zijn zachtst gezegd nogal contrasteren met de aangrenzende rationalistische enclave met gebouwen van Meier, Koolhaas en Weeber, er wordt tenminste gebouwd. En er ligt tenminste een stedebouwkundige visie ten grondslag aan deze bouwwoede, dat is in het verleden in Den haag wel eens anders geweest. Bovendien is de kwaliteit van de eerste grote gebouwen die in de Resident worden opgeleverd niet slecht. Sjoerd Soeters heeft misschien wel zijn beste ontwerp tot nu toe afgeleverd.

Beide architecten hadden bij hun ontwerp te maken met bijzondere omstandigheden. Graves moest werken met het gestripte skelet van het oude, saaie kantoorgebouw Transitorium, terwijl Soeters een in de oorspronkelijke opzet van het stedenbouwkundig plan vergeten tramlijn door zijn gebouw moest voeren. Graves plakte er een nieuwe gevel voor en twee puntdaken op. In de inleiding van de publikatie over beide gebouwen die gelijktijdig met de opening verschijnt spreekt Rijksbouwmeester Patijn van ‘Haagse Bluf’. Graves zou de spot drijven met de conventies waarmee wij vergroeid zijn. De twee decorstukken typeert hij als ‘verbluffend’. ‘Wie het gebouw op afstand ontwaart, kan de ogen er moeilijk van af houden. Het is een ware blikvanger.’ Tja, dat het verbluffend is, daar zal iedereen het mee eens zijn. Maar of dat een zinvolle kwaliteit is voor gebouwen – en dan nog wel zulke grote, beeldbepalende – dat is de vraag. Na een tijdje is het verbluffende er wel af, en resteren twee irritante puntmutsen. Graves – de ultieme hit-and-run architect die overal op de wereld zijn gein-sporen nalaat is al lang elders op zoek naar gemakkelijke, lokale beeldkenmerken.

Het restaurant van het Helicon-gebouw dat als brug tussen de kantoorschijven en over de trambaan is gespannen

Dan zie ik toch liever de wat meer ingehouden en heel wat subtieler gedetailleerde Helicon schijven van Soeters. Vooral de tussen de schijven gehangen vergader- en restaurantzalen, met mooie stalen bogen zijn op een heel wat duurzamere manier verbluffend. De toren die Pelli naast het nieuwe ministerie aan het bouwen is belooft ook al niet veel goeds. Misschien had Carel Weeber indertijd toch gelijk toen hij fulmineerde tegen het binnenhalen van ‘beroemde buitenlanders’.