Feature —

Woonhuis Sonneveld van Brinkman en Van der Vlugt voor de eeuwigheid

Marina van den Bergen

Voor een van de directieleden van Van Nelle ontwierp het architectenbureau Brinkman en Van der Vlugt tussen 1929 en 1933 een woonhuis aan de Jongkindstraat in Rotterdam. In 1997 verwierf de stichting Volkskracht Historische Monumenten dit Woonhuis Sonneveld. Nu anderhalf jaar later ondertekende het NAi en de stichting een verklaring waarmee de intentie wordt uitgesproken om dit voorbeeld van het Nieuwe Bouwen open te stellen voor publiek.

Als in Nederland eens het Nieuwe Bouwen niet synoniem zal zijn met recht en slecht en het niet meer herinneringen opwekt aan gescheurde wit gepleisterde huizen, dan zal dit in de eerste plaats te danken zijn aan deze architecten, schreef Ben Merkelbach in 1934 over de architectuur van Brinkman en Van der Vlugt.

J.A. Brinkman en Van der Vlugt waren vanaf 1925 betrokken bij de bouw van de Van Nelle fabriek in Rotterdam. A.H. Sonneveld, directielid van Van Nelle, benaderde hen in 1929 met de vraag een villa te ontwerpen voor een locatie op het voormalige Land van Hobokken. Brinkman en Van der Vlugt hadden toen al het woonhuis voor een ander directielid, Van der Leeuw, ontworpen. Kenmerkend voor Van der Vlugts opvatting over de taak van de architect is dat het woonprogramma gedurende het ontwerpproces niet ter discussie stond. Sonneveld wenste een woning voor zijn gezin en aparte ruimtes voor personeel. Begin 1932 was het definitieve ontwerp gereed. Ten opzichte van de eerste plannen is het woon- en dienstgedeelte duidelijker gescheiden doordat deze nu onder gebracht worden in twee vleugels. Daar waar de kleinere dienstvleugel en het hoofdvolume samen komen is een interne diensttrap gesitueerd met eigen entree aan de zijkant van het huis. Op de begane grond zijn ook de vertrekken voor het personeel. Naast de diensttrap ligt de centrale wenteltrap die de hal verbindt met de woon- en slaapvertrekken van de familie en door loopt tot op het dak. De woonvertrekken liggen op de eerste verdieping en boden in die tijd vrij uitzicht tot aan de Westerdoksdijk.

Behalve het exterieur ontwierpen Brinkman en Van der Vlugt ook het gehele interieur. De kleurstelling en stoffering werd door hen bepaald en voor ieder vertrek apart ontworpen. De meubels werden gekocht of in opdracht geproduceerd door de firma’s Allan, Gispen en Pander, de gordijnen en vloerkleden kwamen bij Metz & Co vandaan. Speciaal voor het huis ontwierp Van der Vlugt ook ronde elektrische klokken die met een moederklok waren verbonden.

Veel van de vaste interieuronderdelen zijn nog steeds in het huis aanwezig. En ook de ruimtelijke indeling is nog geheel oorspronkelijk. Het NAi en de stichting Volkskracht Historische Monumenten willen van Woonhuis Sonneveld nu een museumwoning maken door het huis te restaureren en door de originele meubels, stoffering en kleurstelling terug te brengen. Door de vele gegeven die over het huis bekend zijn, onder andere uit de archieven van het NAi en de archieven van Metz & Co, is een reconstructie van huis en het interieur goed te realiseren. Getracht zal worden om zoveel mogelijk van de meubels met hetzelfde serienummer te verkrijgen, en ook de familieleden van A.H. Sonneveld hebben toegezegd enkele van de oorspronkelijke meubels in het huis terug te plaatsen.

De restauratie wordt uitgevoerd door Molenaar & van Winden architecten. Niet alleen wordt het uiterlijk van het gebouw door hen onder handen genomen, ook zal de sterk gecorrodeerde staalconstructie worden hersteld. De werkzaamheden zullen in augustus van start gaan en naar verwachting begin 2001 voltooid zijn. De kosten inclusief de aankoop van het pand worden geraamd op vijf miljoen gulden. Het huis zal eigendom blijven van de stichting VHK en worden beheerd door het NAi, die zo in het bezit komen van een model schaal 1:1. Met de reconstructie van dit woonhuis zal een beeld worden geschapen over het wonen van de aanhangers van het Nieuwe Bouwen en de architectonische ideeën van Brinkman en Van der Vlugt in het bijzonder.