Feature —

Debat Utrecht Centrum Project

Erik Stekelenburg

Dinsdag 23 maart 1999 werd het eerste publieksdebat over grootstedelijke ontwikkeling naar aanleiding van het Utrecht Centrum Project gehouden.

Het debat met het thema veiligheid werd gehouden in de Lutherse Kerk. Middenin een gebied dat onlangs is opgeschrikt doordat de gemeente een pand in de binnenstad (Lange Smeestraat) heeft aangewezen als locatie voor het experiment in vrije heroïneverstrekking.

De grote opkomst toonde aan dat er behoefte bestaat aan debat. Naast een heroïnecentrum, krijgt de Utrechter de laatste tijd een grote stroom stedelijke ingrepen als UCP en Leidsche Rijn te verwerken. Met Hoog Catharijne in het achterhoofd als laatste stedelijke misgreep en de vroege tegenvallers bij Leidsche Rijn is de burger niet geruster geworden over de gemeentelijke regie bij dergelijke projecten.

Tumult, het Utrechts debatcentrum organiseerde het debat, het eerste uit een serie van drie. De debatreeks wordt georganiseerd op verzoek en met steun van de partners van het UCP. De partners zijn de Jaarbeurs, de gemeente, NS en Winkelbeleggingen Nederland. In het panel was één partner vertegenwoordigd; Gerard Groener, adjunct-directeur Winkel Beleggingen Nederland. Verder bestond het panel uit: Hans Bilsen Architect, Jan Scheffer gemeenteraadslid van Leefbaar Utrecht en Jan van Weesep hoogleraar stadsgeografie en stedelijk beleid aan de Universiteit Utrecht.

Het UCP behelst een nieuw openbaar vervoerstation en stationsplein, vernieuwing van Hoog Catharijne en muziekcentrum Vredenburg, herstel van de Catharijnesingel, verbetering openbare gebieden, uitbreiding uitgaansmogelijkheden, 1700 woningen, 360.000 m2 kantoren, 4.200 extra parkeerplaatsen, 30.000 m2 extra winkeloppervlakte, 21.000 stallingplaatsen voor fietsen en aanpassingen in de infrastructuur. Het bieden van opvang voor daklozen of verslaafden rekent het UCP niet tot haar taak.

Het bureau BVR van Riek Bakker is verantwoordelijk voor alle stedenbouwkundige zaken. Of het allemaal doorgaat hangt af van een rijksbijdrage van 240 miljoen gulden, waarover deze zomer een beslissing valt.

Hoewel het thema van het debat veiligheidsgevoel in de grote stad was, werd er met geen woord gerept over veiligheid. En dat notabene terwijl het debat plaatsvond in een kerk.

Het debat ging vooral over het gevoel van ónveiligheid. Dat werd voornamelijk in verband gebracht met het gebrek aan overzichtelijkheid of oriëntatiemogelijkheid. Centraal stond de spanning tussen overzichtelijkheid en aantrekkelijkheid van de openbare ruimte. Steegjes, hofjes en kronkeligheid zijn zowel onoverzichtelijk als aantrekkelijk. Enerzijds wordt de binnenstad van Utrecht aantrekkelijk gevonden. Toeristen en winkelend publiek worden aangetrokken door een middeleeuwse binnenstad, een stad waarin je kunt dwalen. De tevredenheid van de bewoners van de binnenstad over hun woonlocatie is ook hoger dan bij de overige bewoners van de stad. Anderzijds constateert de politie dat er in de binnenstad viermaal zoveel aangifte gedaan wordt dan buiten de binnenstad en het gevoel van onveiligheid groter is. Het gevolg is dat er sinds vijf jaar een reeks stegen en hofjes in de avond en nacht zijn afgesloten. Een vertegenwoordiger van justitie verklaarde in het spanningsveld tussen bewonerseisen en wensen van de overheid voor een aantrekkelijke stad, te kiezen voor het laatste. Dat bleek een goede manier om de zaal -met voornamelijk bewoners van de binnenstad- bij de discussie te betrekken. Voor het nieuwe Hoog Catharijne is gekozen voor overzichtelijkheid; veel licht, brede licht gebogen routes met lange zichtlijnen.

De grootste tegenstelling bestond tussen Gerard Groener van Winkelbeleggingen Nederland en Jan Scheffer van Leefbaar Utrecht die de luidruchtigen in de zaal geregeld mobiliseerde. Scheffer stond voor de kleine zelfstandige en bestond het om dat te koppelen aan overzichtelijkheid: Vroeger kon je je oriënteren aan de personen die de (gerenommeerde) winkels in de binnenstad bezochten. Nu krijgen we een Amerikaans getint zakencentrum waar anonimiteit troef is. Jan van Weesep stelde daar tegenover dat ménsen iets onveilig maken en gebouwen alleen onveilig zijn als ze instorten. Het gaat om het gedrag van de ander dat een gevoel van onveiligheid geeft. Jan Scheffer verwees ook nog naar het boekje waar het definitief stedenbouwkundig ontwerp in kaart wordt gebracht en waar geen concreet (gevel)beeld in is te vinden, dát gaf hem een gevoel van onveiligheid. Instemming uit de zaal. Het kan nog wat worden als in 2000 Leefbaar Utrecht zo groot wordt dat zonder hen geen college kan worden gevormd. Utrecht gaat een spannende tijd tegemoet.