Recensie —

Yona Friedman in NAi

Redactie

Onder de subtitel ‘Structuren voor het onvoorspelbare’ wordt tot 18 juli in de Balkonzaal van het NAi het oeuvre van de Hongaars/Franse architect Yona Friedman tentoongesteld. Tegelijk verschijnt de monografie ‘Structures serving the unpredictable’ waarin voor het eerst Friedmans werk wordt samengebracht. Tijdens de opening vrijdag 21 mei was de in 1923 geboren Friedman zelf aanwezig.

De persoonlijke betrokkenheid van Friedman bij de samenstelling van de tentoonstelling is groot. Om aan te tonen dat werk en leven niet te scheiden zijn, is de eetkamer van Friedmans Parijse appartement in zijn geheel op de tentoonstelling gereconstrueerd. Deze wanden zijn volgehangen met aantekeningen, schetsen persoonlijke notities en verdere parafernalia die tezamen een zeer persoonlijke blik gunnen op Friedmans denk- en werkwijze. Daarnaast is deze presentatie in bepaald opzicht een illustratie van Friedmans hoofdthema: het bieden van structuren die (door bewoners/gebruikers) in volledige vrijheid kunnen worden ingevuld en aangepast.

Zijn ideeën formuleerde Friedman in het manifest 'L'architecture Mobile' uit 1956, in 1960 uitgebreid met 'Tien principes van een Nieuwe Architectuur'. Vanaf die periode ontwikkelt hij verschillende 'Villes Spatiales' en brugsteden als grote, boven de stad zwevende megastructuren die door gebruikers kunnen worden ingevuld. Het zijn vooral Friedmans fraaie handschetsen van deze megastructuren die hem een zekere cultstatus hebben bezorgd. Zijn ideeën ten aanzien van bewonerszelfbeheer, zijn betrokkenheid bij UNESCO-programma's, handleidingen voor zelfbouw die hij schreef, onderzoek naar wiskunde en netwerktheorie, om zo maar eens een greep uit zijn veelzijdige activiteiten te noemen, zijn vrijwel onbekend. Zowel tentoonstelling als boek beperken zich overigens ook grotendeels tot Friedmans architectonische/stedenbouwkundige activiteiten.

Het boek is – de uitgever laat niet na hier uitdrukkelijk op te wijzen – het eerste uitgebreide overzicht van Friedmans werk. Met die uitgebreidheid valt het tegen; aangezien het vooral de architectuur en stedenbouwprojecten betreft. Deze zijn overigens fraai gepubliceerd. De kans is niet gering dat het voorlopig ook het laatste overzicht van Friedmans werk zal zijn, het belang van zijn werk moet nu ook weer niet worden overschat. Het is daarom treurig dat de inleiding van het boek niet meer is dan dat: een oppervlakkige inleiding en dat een fatsoenlijk bronnenoverzicht geheel ontbreekt. Het interview met Friedman en de vele fraaie tekeningen maken iets, maar niet alles goed.