Recensie —

Resultaat workshop Leidsche Rijn

Erik Stekelenburg

Gisteren werden de resultaten van de workshop Leidsche Rijn gepresenteerd. De extreme inzet van het eind van de eerste dag, is ondanks voor de hand liggende bezwaren gehandhaaft. Ommuringen zetten zich van het grootste tot het kleinste schaalniveau -als een Droste-effect- door. De reden hiervan is dat de deelnemers de kwaliteit en het typisch Utrechtse van de hofjes in de Utrechtse binnenstad nastreven. Lars Kleiverda van het projectbureau Leidsche Rijn was verdrietig over deze ‘negatie van het moderne’ die notabene door een nieuwe generatie Utrechtse architecten wordt volvoerd.

Dat de opzet van de eerste dag behouden is gebleven is bijzonder.

De overaanwezigheid van ommuringen maakt het plan een gemakkelijk doelwit voor kritiek. De deelnemers hebben deze karakterestiek juist aangegrepen om na te denken over de scheiding openbaar-prive en de idee van immuniteit. Sterke grenzen aanbrengen om vrijheid te creeren. Ommuringen die even zo vele oases mogelijk maken.

De locatie van circa 300.000 m2 wordt ommuurd en daardoor een min of meer gesloten geheel, een immuniteit. Binnen deze buitenmuur die tevens woningmuur is zijn collectieve prive-ruimten van circa 30.000 m2 gedacht. Deze ruimten zijn eveneens ommuurd. De muren reageren op de locatie, articuleren het patroon van de geschiedenis en zorgen voor verstilde binnenruimten; de 'immuniteiten'. De collectieve prive-ruimten bieden als immuniteit binnen de immuniteit een exclusieve onthaaste omgeving, een oase van rust. De individuele woningen kunnen hierdoor zachtere begrenzingen krijgen en eenvoudiger krimpen en uitbreiden. Vanwege de vereiste dichtheid zijn de muren intensief gebruikt om -zowel in, op, over als langs- woningen aan te koppelen. Het plan telt circa 1500 woningen waarvan ongeveer een vijfde in de immuniteiten worden gerealiseerd. De volgende woningtypen kunnen worden onderscheiden: Op de grote schaal is er de Woningmuur, die reageert op de schaal van het kanaal, met Panoramawoningen langs het kanaal, Herenhuizen tegenover de Taats en hoge Patiowoningen met horizontale patio's. De koppeling tussen de grote en kleine schaal wordt gelegd door de Condominia. Het Condominium wordt zowel op de ommuring van de locatie als op de ommuring van de immuniteiten gerealiseerd. In het eerste geval is het een bedrijfsverzamelgebouw en in het tweede geval een woongebouw met uitgebreide collectieve voorzieningen. Op de kleine schaal van de immuniteiten worden de ommuringen voorzien van Muurwoningen. Los in de immuniteiten staan Tuinhuizen

De infrastructuur is verknoopt met de bebouwing op grote schaal door de ligging aan de snelweg en het kanaal. Maar ook op het kleinere schaalniveau van de immuniteiten: De visie van het huis als verlengstuk van mobiliteit is ingevuld door auto- en botenhuizen die de muur gebruiken als 'backbone' waar auto of boot kan worden 'ingeplugd'.

Wethouder Annemiek Rijckenberg miste de stedenbouwkundige noodzaak van deze aanpak. Ook al werd gewezen op de beschutting ten opzichte van de schaal van de omgeving, de kwaliteit van de binnenruimte en het maaiveld. Verder kon ze zich niet voorstellen wat de aantrekkelijkheid van het plan is voor woningzoekenden. Ze wees erop dat de benodigde 'mandeligheid', de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het onderhoud, algemeen als nadeel gezien wordt voor verkoopbaarheid. Verder miste ze de de sociologische invalshoek en vond dat te sterk wordt uitgegaan van vormen.

Lars Kleiverda vond het jammer dat er geen modernere aanpak is gehanteerd. Hij constateerde 'angst voor het nieuwe'. In plaats van het realiseren van een binnenstedenlijk klimaat aan de rand van de stad vond hij dat de locatie eerder vroeg om een aanpak a la Le Corbusier, 'maar dan een keer góed'. Door het collectieve ongenoegen omtrent Vinex en de aan de overzijde van het kanaal gelegen wijk Kanaleneiland wordt volgens hem het kind met het badwater weggegooid. En dat heeft gevaarlijke gevolgen, in dit verband wees hij naar de 'Gated Communities' in de Verenigde staten.

Nadat Kleiverda stelde dat bij het snelle leven een bijbehorend ontwerp past, zeker als het gaat om het ontwerp door een nieuwe generatie architecten, barste de discussie los. De jonge architecten stelden dat het snelle leven juist gebaat is bij contrasten zoals het contrast van een verstilde woonomgeving.