Feature —

Stationseiland

Erik Stekelenburg

De gemeente Amsterdam heeft voor het gebied rond het Centraal Station een ‘Plan Reizigersmachine’ opgesteld dat aanstuurt op een ingrijpende infrastructurele en stedebouwkundige reorganisatie. Ter aanvulling op dit plan heeft de gemeente samen met NS Vastgoed twee architectenbureaus, Benthem Crouwel en MVRDV, om ideeën gevraagd over de verhouding tussen stad, water en verkeersknooppunt.

De resultaten zijn nog tot en met 26 juni in Arcam te zien. Bezoekers worden uitgenodigd om met persoonlijke reacties bij te dragen aan de discussie. Op 15 juni wordt in de Beurs van Berlage een openbaar debat over de toekomst van het Stationseiland gehouden met de bedoeling het programma voor het Stationseiland in één avond vast te leggen.

De bezoekers kunnen hun ideeën kwijt op een schoolbord en op een rol transparantpapier. Jammer is dat de rol transparantpapier in de ideeënbus verdwijnt, hierdoor zijn voorgaande reacties niet te bekijken.

Beide architectenbureaus presenteren hun visies met een maquette en een boekwerk. MVRDV presenteert daarnaast een bijlage waarin correspondentie met constructief adviseurs is te vinden.

Benthem Crouwel kiest ervoor om de noord- of IJ-zijde te behandelen als tweede voorkant. Ze voegen een vierde kap toe. Op deze kap zijn kantoren gedacht in doorzichtige halve maanvormen. Deze kantoren markeren de zuidelijke IJ-oever. Voor het publiek ontstaat een IJ-boulevard, de bussen rijden een laag boven deze boulevard, de auto's gaan er onderdoor.

MVRDV stelt de vraag of een gebouw de noordzijde wel tot een attractief gebied kan maken. 'Zou niet juist het onbebouwd laten van dit deel de discussie bevrijden?'. De extra functies hoeven de verbinding tussen het IJ en de historische binnenstad niet te blokkeren als ze ondergronds worden geplaatst.

De optie ondergronds bouwen wordt uitgewerkt op twee manieren; de cityhall en de mijnstad. In beide gevallen wordt het stationsterrein aan de IJ-zijde uitgebreid, voorzien van een tweede damwand en uitgegraven tot 25 meter diepte.

In de mijnstad zorgen drie enorme buisvormige vides voor de toetreding van daglicht tot in de onderste laag. De vides convergeren zodanig dat ze in de onderste laag samenkomen. In de ondergrondse ruimte zijn de vides zichtbaar als 'manen'. De diepste laag bevat functies als parkeren, een drum 'n bass club, sex shop etc.

In de bijgevoegde correspondentie valt te lezen dat volgens Ballast Nedam de opties van MVRDV technische mogelijk zijn, maar dat ze nog nooit op deze schaal zijn uitgevoerd. Door de technische hoogstandjes -met name de grote ontgravingsdiepte en de ondergraving- is volgens hen de kans op vertragingen en moeilijkheden tijdens de bouw vrij groot.

De kloof tussen de visies van Benthem Crouwel en MVRDV is vooral een financiële, hopelijk heeft dat geen verlammende uitwerking op het debat.