Recensie —

Workshop Leidsche Rijn

Erik Stekelenburg

In een vierdaagse workshop proberen zes jonge Utrechtse architecten te komen tot nieuwe woningtypen om zo een bijdrage te leveren aan het debat rond de woonkwaliteit in VINEX locaties. Tijdens een ontbijtpresentatie, afgelopen maandagmorgen, presenteerden ze hun visies. Donderdag wordt het resultaat van de workshop gepresenteerd.

In een vierdaagse workshop proberen zes jonge Utrechtse architecten te komen tot nieuwe woningtypen om zo een bijdrage te leveren aan het debat rond de woonkwaliteit in VINEX locaties. Tijdens een ontbijtpresentatie, afgelopen maandagmorgen, presenteerden ze hun visies. Donderdag wordt het resultaat van de workshop gepresenteerd.

De workshop gaat in op de totstandkoming van nieuwe woonwijken en woningtypen. Als locatie is gekozen voor het toekomstige woongebied Papendorp, een stukje Utrecht tussen het Amsterdams Rijnkanaal en knooppunt Oudenrijn. Opzet is om vanuit de zes visies toe te werken naar één plan, dat daarna weer individueel wordt uitgewerkt in woningtypen. Tijdens de ontbijtpresentatie gaven de deelnemende architecten hun insteek:

Ronald Koster ziet de bestaansreden van een ontwerp in de geest van de plek die afleesbaar is aan het oppervlak en in de diepte. Het oppervlak betreft het zichtbare, de diepte betreft onder meer geo-morfologie en archeologische vindplaatsen.

Tom Frantzen benadrukte drie aandachtspunten: De grens tussen publiek en privaat, het beperken van de aandacht voor lichte stedenbouw tot het afzien van wegverhardingen en de definitie van het vrijstaande huis.

Hans Bilsen werkt aan de hand van vier ijkpunten. Het duurzame huis, het huis als verlengstuk van mobiliteit, als onderdeel van een netwerk -zowel fysiek als virtueel- en als expressie op de locatie.

Erik Meulenbelt meent dat de architect zich moet beperken tot ruimtelijke kwaliteit. Kern van zijn visie is het stedenbouwkundige detail, waardoor de identiteit van de stad wordt bepaald. Hij spreekt over specifiek Utrechtse details; Maliebaan, werven en grachten. In plaats van zich te verzetten tegen de stedenbouwkundige opzet moet de architect volgens hem juist zoeken naar een passende invulling.

Casper Schuuring wil 'geschiedenis inbouwen' door bij bebouwing de plek en haar geschiedenis zichtbaar te laten. In dit geval zou hij dat doen door de bebouwing 3,5 m op te lichten zodat het landschap en haar geschiedenis door kan lopen.

Machiel Hopman zoekt naar een integratie van kantoren en woningen door bedrijven naast hun kantoren woningen mee te laten ontwikkelen, zodat er bijvoorbeeld sprake is van 'woningen van IBM'. Als woningtypologieën noemde hij het torenhuis en rijtjeshuizen die door een bepaalde schakeling karakterestieken krijgen van villa's.

Na de eerste dag zijn de visies voor de locatie uitgewerkt en bij elkaar gebracht. Vandaag worden de dichtheden en de transformatie in de tijd ingevuld. Bij de presentatie van donderdag moet de excercitie uitmonden in de presentatie van woningtypen.