Recensie —

Silent Collisions

Redactie

Vanaf 4 september is in de grote zaal van het NAi de tentoonstelling ‘Silent Collisions’ te zien. De tentoonstelling biedt een overzicht van het werk van Thom Mayne en zijn bureau Morphosis.

Evenals Daniel Liebeskind vorig jaar, heeft Mayne een installatie ontworpen die de gehele ruimte in beslag neemt. Mayne gaat verder doordat een groot deel van deze ruimte letterlijk zal bewegen. In 51 minuten zal de bovenruimte van de expositie langzaam worden worden getransformeerd. De tentoonstelling wordt op 11 september uitgebreid met een expositie over het werk van Frank Gehry in de Balkonzaal. Samen geven de exposities een actueel beeld van twee van de belangrijkste vertegenwoordigers van de zogenaamde LA School.

Morphosis is in 1971 opgericht door Thom Mayne en Michael Rotondi. Rotondi verliet het bureau in 1992. De eerste gerealiseerde ontwerpen waren de inrichting van het restaurant Kate Mantilini in 1987 en het Cedar Sinai Comprehensive Cancer Centre in 1987, beiden in Los Angeles. Sindsdien is het bureau enorm gegroeid en is het bureau ook buiten California actief. Zo werd onlangs de Sun Tower in Seoul opgeleverd.

De tentoonstelling bestaat uit twee delen die in bepaald opzicht de twee fasen van het bureau belichten. Mayne gaf in een toelichting aan dat hij zichzelf ziet als een architect die zich tussen twee generatie bevind, de 'ouderen' die de computer niet kennen en werken met potlood en maquette en de nieuwe generatie die werkt vanuit de computer. De prachtige tekeningen en verfijnde maquettes waar Morphosis mede door bekend is geworden zijn ruim op de tentoonstelling vertegenwoordigd. Maar ook Morphosis heeft – evenals Frank Gehry – het ontwerpen met behulp van geavanceerde computertechnieken omarmd.

Het ontwerp voor de Diamond Ranch High School markeert deze nieuwe manier van werken. De inrichting van de tentoonstelling reflecteerd deze twee aspecten van het bureau. In de onderlaag zijn tekeningen en maquettes van de eerste fase opgehangen aan een serie evenwijdige wanden. Deze opzet is, evenals het gebruik van natuurlijke materialen, illustratief voor het vroege werk van Morphosis. De nieuwe werkwijze en de veelal nog in voorbereidende fase verkerende projecten worden getoond in een gedeconstrueerde, bewegende bovenwereld. Mayne heeft met zijn installatie nadrukkelijk gereageerd op de ruimte van Jo Coenen door de hoofdentree op niveau -1 te verleggen naar het niveau o waaropmen het NAi. Het verwilderd zoeken naar de tentoonstelling is hiermee voor een keer van de baan.