Feature —

Centraal Museum opent

Erik Stekelenburg

Op 28 November gaat het geheel vernieuwde Centraal Museum te Utrecht open. Het ontwerp is van de Belgische architecten Stéphane Beel en Lieven Achtergael. Voor de Rietveldvleugel en de Stallen tekende de Utrechtse architect Peter Versseput. Verder is een groot aantal kunstenaars, ontwerpers en designers bij de 37 miljoen gulden kostende transformatie van het museum betrokken. Veel vernieuwingen vallen onder de noemer het ‘Open Museum’.

Belangrijke vernieuwingen zijn het entreegebouw, de Rietveldvleugel aan de overzijde van de Agnietenstraat, toegankelijkheid voor minder validen, de klimaatinstallatie, het kindermuseum 'Kids Centraal', de informatie- en studieafdeling 'Collectie Centraal', themagerichte projectkamers en de oriëntatie van de museumgebouwen rond een binnentuin. Andere vernieuwingen zijn een depotservice en het gastheer-/gastvrouwschap: Het publiek zal worden ontvangen door medewerkers die herkenbaar zijn aan een kostuum dat is ontworpen door Viktor & Rolf.

Het enige nieuwe gebouw is het entreegebouw. De entree is ook het enige gebouw van het museum dat, wat plaats en functie betreft, overeenkomt met de oorspronkelijke plannen voor het museum. De architect heeft met dit gebouw een spel willen spelen van aan- en afwezigheid. Het is een subtiel, bescheiden en transparant gebouw. In het dubbel glas bevinden zich ranke horizontale jalouzieën. De kleur is overwegend grijs. Aftimmeringen ontbreken. De materialen komen in hun eigenheid naar voren doordat de afwerking ontbreekt of verwant is aan het materiaal: De stalen leuningen en kozijnen zijn voorzien van ijzerglimmerverf, deze afwerking is in alle ruimten van het museum doorgezet.

De Rietveldvleugel van Peter Versseput staat in schril contrast met de bescheidenheid van het entreegebouw. Enerzijds komt dat doordat het bestaande gebouw waarin de Rietveldvleugel is gerealiseerd van zichzelf niet bescheiden is. Anderzijds is er overvloedig gebruik gemaakt van kleuren. Volgens Beel kan het zijn dat in dit contrast het verschil tussen een Nederlandse en Belgische benadering tot uitdrukking komt.

Het volume van het bestaande deel van het museum is bij de vernieuwing intact gebleven. Er zijn toevoegingen op het logistieke vlak: Er is een ondergronds gangenstelsel toegevoegd en de toegankelijkheid voor minder validen is gewaarborgd door liften. Een lift is op knappe wijze ingepast in de voormalige entree. De luchtverwarmings- en ventilatieleidingen bevinden zich in 'valse wanden': De wanden bevinden zich niet boven elkaar, zodat de luchttoevoer direct uit de wanden in de bovenliggende vloer uitkomt. Bestaande ramen zijn aan de binnenzijde voorzien van per raam op maat gelaste voorzetramen.

Het museum met haar kruip-door-sluip-door gangen- en trappenstelsel was een doolhof en blijft dat in zekere zin ook. De bewegwijzering van Paul Mijksenaar lost dat niet op. Positief bekeken blijft het bezoek aan het museum een 'adventure': Zowel het tentoongestelde als het gebouw vragen om voortdurende concentratie. Misschien wel om tenslotte alle controle los te laten en rijp te zijn voor alle indrukken die zich voordoen en tot een ultieme kunstervaring te komen. Dat er is gekozen voor de complexe bestaande bebouwing getuigt niet alleen van lef, maar ook van echt duurzaam beleid.

Het museum kan wel meer dan voorheen als eenheid worden ervaren: Ruimtelijk kan die eenheid worden ervaren doordat overal in het museum zicht is op de centrale tuin. Inhoudelijk kan die eenheid worden ervaren doordat de nieuwe Rietveldvleugel een kunstwerk van Krijn de Koning bevat, dat, evenals het bestaande deel van het museum ruimtelijke verwarring schept. Saillant detail hierbij is dat de Rietveldvleugel is gevestigd in een gebouw dat voorheen onderdak bood aan mensen met een psychiatrische stoornis. In het Escheriaanse kunstwerk van De Koning roepen zowel constructies als kleuren ruimtelijke illusies op.

Naast architecten hebben er ook veel kunstenaars en designers een bijdrage geleverd. Naast de reeds genoemde Krijn de Koning, Viktor & Rolf en Paul Mijksenaar is er onder andere sanitair van Atelier van Lieshout, een weelderig tuinhek van Gerard Polhuis, een schreeuwkamertje van Sef Peeters, de inrichting van 'Collectie Centraal' door Marlies Rohmer, de inrichting van 'Kids Centraal' door Christopher Seyferth en de kleuren van de Rietveldvleugel door Peter Struycken.