Feature —

IJburg eerste fase gepresenteerd

Piet Vollaard

Onlang is het stedenbouwkundig ontwerp voor de eerste fase van de ontwikkeling van IJburg – het plan voor 18.000 woningen in het IJ – gepresenteerd. Een ontwerpteam dat bestond uit Felix Claus (Claus en Kaan Architecten), Frits van Dongen (Architekten Cie) en Ton Schaap (Schaap en Stigter) maakte het stadsontwerp voor de delen Haveneiland en Rietlanden. De plannen zijn gebaseerd op rationele stedenlijke rasters die binnen de contouren van het raster vrijheid en diversiteit aanbieden. Zo te zien een prima plan, dat jammer genoeg weer eens in zo’n moderne, van collages vergeven brochure gepresenteerd moet worden.

De basis van het haveneiland is een raster van formele straten en rechthoekige bouwblokken. Op zichzelf een beproefde stedenbouwkundige methodiek die zich in Amsterdam bijvoorbeeld in Berlage's uitbreidingsplan bewezen heeft. De maat van de blokken is zodanig dat binnen het blok een fijnmazig weefsel ontstaan van kleine starten, hoven, patio's en tuinen. De hoogte en de invulling van de randen van de blokken kunnen varieren. Het stadshuis wordt de bouwsteen van de bouwblokken. De uitwerking van de blokken wordt per bouwblok aan verschillende consortia uitgegeven. Op gunstige plaatsen worden zogenaamde 'solids' in het plan ingevoegd; werkgebouwen met grote overspanningen en hoge verdiepingen met vrij indeelbare vloervelden, die door bedrijven en overige stedelijke functies kunnen worden ingenomen. De straten en kades zijn breed en veelal grenzend of gericht op het water. De Rietlanden krijgen een wat vrijere, lossere indeling waarbij een hogere mate van bewonersinvloed zal worden toegelaten. Concreet lijkt dat neer te komen op een rijtje vrijstaande woonhuizen en twee-onder-eenkappers langs de groene zuidrand.

Het plan is gepresenteerd in een kek boekje dat bomvol staat met wervende collages van opgewekte stadbewoners temidden van uitbundige bossages en karakteristieke straatbeelden. Tussen al deze vrolijkheid door gelukkig toch nog iets van informatie over het plan, de uitgangspunten en de uitwerking.

Maar de meeste pagina's zijn gevuld met plaatjes, plaatjes en nog een plaatjes. Nergens een wanklank te vinden. Vlinders vliegen af en aan, auto's bestaan niet, oma's wandelen met de kinderen, er is een vrolijk balspel gaande in de straat, er wordt nog markt gehouden met zo'n echte groentenboer die van alles weet, de architectuur is van de allerhoogste kwaliteit, de bomen zijn altijd groen of in spetterende herfsttinten, er wordt gezonnebaad op heerlijke groene velden tussen de straten, en de zeldzame goudgele paradijsgoudvink heeft zowaar een nestje gebouwd in een van de vele berkenbosjes die de wijk rijk is.

Referentiebeelden en vrolijke collages zijn tegenwoordig schering en inslag. Er mag best optimistisch aangekeken worden tegen de nieuwe wijk, maar dit soort overmatige vrolijkheid waarmee plannen te pas en te onpas worden gepresenteerd slaat zo langzamerhand nergens meer op. Het is jammer dat het zicht op een helder en realistisch stedenbouwkundig plan vertroebeld wordt door dit soort PR-geweld. Wat misschien ooit een frisse, nieuwe manier van presenteren was, is verworden tot een automatisme.

Mag het volgende keer misschien een ietsje minder?