Feature —

Urban Strategies – Urban Agency

Marc Neelen

Wat is stedelijkheid op het moment dat het beeld van de traditionele stad wordt vervangen door een structuur met een groot aantal stedelijke zones, plekken, sub-culturen en krachtenvelden? Het stedelijk landschap verandert constant – de randen van de stad worden daarbij diffuser, overlappen met nieuwe technologische infrastructuren, nieuwe culturele en sociale domeinen ontstaan.

In de lezingserie Urban Strategies – Urban Agency werd afgelopen week in Rotterdamse De Unie ingegaan op een nieuw begrip van het publieke domein, met een focus op 'translokale' ruimte in de huidige netwerkmaatschappij en de manier waarop deze kunnen worden gevat in de veranderende conceptualisering van stedelijkheid. Door V2 werd in samenwerking met de Duitse kunstenaarsgroep Knowbotic Research en De Unie in Rotterdam een vijftal avondlezingen georganiseerd, waarbij vanuit een aantal verschillende hoeken (artistiek, planning, filosofie, economie en vormgeving) op dit thema werd ingegaan. De aftrap werd gegeven met het project IO_Dencies van de groep Knowbotic Research (Keulen). De groep doet onderzoek naar de heterogeniteit van sociale relaties en probeert nieuwe vormen van sociale interactie te creëren door technische interfaces daarvoor te ontwerpen.

Het IO_Dencies project (Tokio, Sao Paolo) verbindt in een netwerk lokale krachtenvelden met het beeld dat bewoners van een omgeving hebben (mental maps). Een interface koppelt de verschillende deelnemers in het project waardoor gelijkende activiteiten in het netwerk kunnen worden gemodereerd en er een vorm van sociale interactie ontstaat.

Het doel is volgens de groep niet zozeer om geavanceerde instrumenten voor architecten en stedenbouwkundigen te ontwikkelen maar om een mogelijkheid te creëren om de planning en constructie van de stad te herdefiniëren. Lastig wordt het wanneer de ontwikkelde interfaces daadwerkelijk in de niet-virtuele omgeving gaan ingrijpen. In het IO_Lavora project voor de Biënnale van Venetië werd door de groep met matig succes geprobeerd aan een bestaande lokale discussie (over Immaterial Labour) een platform te bieden. Onbegrip en irritatie overheerste – voor een onderzoeksproject van de andere kant ook een waardevol resultaat.

Behalve de rol van de publieke ruimte als plaats voor actie en interactie, de liberalisering van de publieke ruimte de invloed van productie en veranderende kapitalistische structuren blijkt gedurende de hele week de contradictie tussen intelligente interfaces en de toch nog voor veel ontwerpers teleurstellend 'platte' publieke ruimte in allerlei projecten voor verwarring en onbegrip te zorgen. In het Presence project van het Vormgevings Instituut (New media for older people) dat op de laatste dag door John Thackara werd gepresenteerd was het al vrij snel duidelijk dat de verwachtingen van de bij het project betrokken interface-ontwerpers weinig overeen kwamen met de wensen van de doelgroep – de 'older' (lees: bejaarde) gebruikers van de nieuwe media. Veel meer dan een set slimme hulpmiddelen zochten deze gebruikers naar mogelijkheden om op een gelijk niveau in de nieuwe netwerken te participeren.

Het resultaat van het project is dan ook geen vernuftige interfacing maar een aantal originele, ongecompliceerde toepassingen die weinig met leeftijd te maken hebben. Volgens de Duitse hoogleraar Siegfried Zielinski (Academie voor Mediakunst in Keulen) moeten we van al die netwerken niet te hooggespannen verwachtingen hebben. Interfaces blijven machines, die verschillende realiteiten verbinden. De computerhype is over, morphing blijkt al in de zestiende eeuw te zijn uitgevonden. Volgens Zielinski is het belangrijk dat de echte en de virtuele wereld herkenbare entiteiten blijven en dat bij het ontwikkelen van interfaces de virtuele sociale domeinen als synthetische constructies herkenbaar blijven.

Andreas Broeckmann (V2) kon veilig concluderen dat hem weinig meer restte dan 'conceptual perplexity'.