Nieuws —

Atlas Amsterdam

Robbert Roos

Het is alsof Amsterdam zowel op de snijtafel van de chirurg als de divan van de psycholoog ligt. In vijf hoofdstukken wordt de stedenbouwkundige structuur van Amsterdam ontleed, beginnend rond het jaar 1000 toen de stad niet meer dan een kleine handelsnederzetting was.

De auteurs onderscheiden vijf perioden: Amsterdam als marktstad (1000-1600), handelsmetropool (1600-1800), hoofdstad (1800-1900), Arbeidsstad (1900-1960) en dienstenstad (1960-2000). Binnen iedere periode wordt gekeken naar het landschap dat als basis voor de vernieuwingen diende, de netwerken (wegen, spoorlijnen, vaarwegen) die werden aangelegd, de stadsvorm die werd gecreƫerd, de stedelijke fragmenten die werden toegevoegd en de herstructureringswerken die plaatshadden.

Deze matrix wordt consequent afgewerkt, zodat een bijna wetenschappelijke analyse van de stedenbouwkundige ontwikkeling van Amsterdam ontstaat. Een beetje droog, maar wel leerzaam. Je ziet de stad langzaam groeien, met aanvankelijk de Dam (Die Plaets) als concentratiepunt. In 1578 kiest Amsterdam voor de Geuzen, de handelaren keren terug en de stad gaat verdichten in de westflank van de huidige grachtengordel. Met de vestiging van de VOC en de Westindische Compagnie groeit vervolgens de stad in de zeventiende eeuw in korte tijd uit tot een brandpunt van handel, wat een massale toestroom van immigranten geeft. De grachtengordel wordt vervolmaakt. En zo groeit Amsterdam maar door, met eerst de aanleg van De Pijp en de Dapperbuurt in de negentiende eeuw en vervolgens de grote sprongen voorwaarts in de twintigste eeuw: de ontwikkeling van Plan Zuid van Berlage, de bouw van de westelijke tuinsteden in het Algemeen Uitbreidingsplan en in de jaren zestig de bouw van de Bijlmer en de ontginning van Amsterdam-Noord. Uiteindelijk komen we dan in de jaren tachtig wanneer open gaten worden opgevuld: Nieuw-Sloten en de Oostelijke Haveneilanden als KNSM en Borneo/Sporenburg.

Bijna 1000 jaar stedelijke vernieuwing in Amsterdam, wordt ons door de samenstellers op een presenteerblaadje aangeboden. Vrijwel alles komt aan bod: de politieke, sociale en economische invloeden, de mogelijkheden en onmogelijkheden van het landschap, de ambities achter grootste plannen, de idealen en de harde werkelijkheid. Door de systematische opzet leest het boek niet als een roman, maar begin je eenmaal te lezen en vooral te kijken, dan komt de stedenbouwkundige geschiedenis van Amsterdam al snel toch op een boeiende manier tot leven.