Feature —

Bakkeleien in “Bakema-city”

Harrie van Helmond

In Eindhoven is in de 60er jaren door Jaap Bakema het vermaarde stedenbouwkundig ensemble ontworpen dat bestaat uit woonwijk ’t Hool en winkelcentrum Woensel. Dit complex staat aan de vooravond van een up-grading en uitbreiding.

De woonwijk ontworpen door J.M. Stokla en G. Lans is tussen 1960 en 1973 gebouwd en bestaat uit hoog-, middelhoog- en laagbouw. De hoogbouw bevindt zich aan de noordzijde van de woonwijk, aan de zuidzijde zijn de gemeenschappelijke voorzieningen waaronder winkelcentrum Woensel gesitueerd, hier tussen bevinden zich clusters van middelhoog- en laagbouw. Om in verschillende woningbehoeften te voorzien zijn veertien verschillende woningtypen ontwikkeld waaronder villa's, patio-, dive-in-, splitlevel- en groeiwoningen. Dit laatste type bestaat uit een woning met een minimumrooilijn die kan worden uitgebreid tot een vastgestelde maximum rooilijn

De woninghoogbouw is een aantal jaren geleden opgeleukt met modieuze kleurtjes en frivole afwijkende balkons. De laagbouw wordt aangetast door onzorgvuldige verbouwingen. Voor het winkelcentrum is onlangs een rigoureus uitbreidingsplan gepresenteerd met o.a. twee hoge woontorens. Als hoeders van dit stedenbouwkundig en architectonisch erfgoed hebben diverse partijen hun reactie gegeven op dit plan.

De Eindhovense Welstandscommissie probeert in overleg met de eigenaar de kleurstelling van de bestaande woningbouw in de toekomst te corrigeren. Op de globale plannen voor de uitbreiding van het winkelcentrum heeft de commissie als commentaar gegeven dat het stedenbouwkundig ontwerp veel meer moet inhaken op het bestaande stramien en concept. Wat betreft de architectuur wijst de commissie de Palladiaans angehauchte vormen af.

De Stichting 't Hool (particuliere woningeigenaren) heeft vooral gereageerd op de verslechterende parkeersituatie tengevolge van het bebouwen van de parkeervelden en de toenemende bezoekersstroom.

Het meest uitgebreide commentaar is afkomstig van een groep architecten en stedenbouwkundige die in 't Hool wonen.

Het door hen ingediende bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging komt neer op:

1 Een te summier planconcept. Men wil een masterplan met een historische en contextuele verankering, een verantwoorde programmatische opbouw, een verkeersplan, een financiƫle onderbouwing en een ruimtelijke vertaling.

2 Een hoger ambitieniveau waarbij het werk van Bakema tot z'n recht komt of wordt overstegen.

3 Een studie van de diverse concepten die Bakema heeft gemaakt voor mogelijke uitbreiding. De evolutie van stad naar land stond daarbij centraal. De thans voorgestelde hoogbouw met groene taluds als landmarks op stedelijke lijnen is te letterlijk en bruuskeert het gedachtegoed van Bakema.

De commissie StadBeeld tenslotte, rept van de voortdurende aanranding van het Eindhovense culturele erfgoed, het niet willen of kunnen inzien van de kwaliteit van het oeuvre van Bakema en wijst de voorliggende plannen af omdat ze gespeend zijn van ieder begrip van een juiste stedenbouwkundige en architectonische omgang.

Men wacht nu op de mening van het stadsbestuur.