Feature —

Chassé Park Breda, een schone en veilige campus

Marina van den Bergen

Het in aanleg zijnde Chassé Park in Breda heeft de status van landelijk voorbeeldproject gekregen. Het project dient als voorbeeld voor het thema ‘levende parken en pleinen’ dat een onderdeel is van het Stimuleringsprogramma Intensief Ruimtegebruik opgezet door het ministerie van VROM. De prijs werd niet verkregen voor het ontwerp maar voor de beheersconstructie.

Het Chassé Park is gelegen op het voormalige kazerneterrein aan de rand van het Bredase centrum. Voor dit bijna 13 hectare grote terrein formuleerde Rem Koolhaas en Xaveer de Geyter in 1996 de campusvisie: een groen gebied met aan de randen commerciële en culturele ruimten. In het groene gebied liggen de woongebouwen schijnbaar willekeurig verspreid. Door de campusvisie blijft het groene karakter van het gebied voor een belangrijk gedeelte behouden. Dit wordt enerzijds bereikt door een hoge dichtheid (50 woningen per ha) te combineren met een laag bebouwingspercentage (28% procent van het terrein). Anderzijds door het parkeren onder de woongebouwen te laten plaats vinden. Van de zevenhonderd woningen die op het terrein gerealiseerd worden (600 koopwoningen in de duurdere sector en 100 sociale huur speciaal voor senioren) is 1/3 grondgebonden. Geen enkele woning bezit echter een eigen tuin; het openbare park is tevens de collectieve tuin van de bewoners. Aan de rand van het park liggen diverse openbare gebouwen, zoals het Bredase Museum, het Chassé Theater, enkele hotels, Poppodium Mezz en het Stadskantoor. Het hele project zal medio 2003 worden opgeleverd.

Om het park, ontworpen door West 8, te onderhouden en beheren heeft de gemeente tezamen met bewoners en bedrijven een speciale beheersconstructie opgezet. Hierin is de gemeente verantwoordelijk voor het reguliere beheer (jaarlijkse kosten fl 510.000,-) en de bewoners, verhuurders en zakelijke gebruikers voor het 'additionele' beheer. Het additionele beheer betreft onder andere extra aandacht voor het schoonhouden van het park zoals vegen, onkruid verwijderen en het opruimen van zwerfvuil en zichtbare aanwezigheid van toezicht door de aanwezigheid van een parkwachter. Deze moet functioneren als vraagbaak maar ook burgers aanspreken op ongewenst gedrag. De jaarlijkse kosten van het additionele beheer worden geschat op fl. 285.000,-. Om dit bedrag op te brengen betalen de eigenaar-bewoners jaarlijks fl. 250,- voor de andere verhuurders en zakelijke gebruikers varieert de bijdrage tussen de fl. 2.500,- tot 30.000,- . Het private deel van de PPS kan zelf bepalen waaraan het geld besteed wordt. Het samenwerkingsverband tussen de gemeente en Stichting Beheersbelangen Chassé Park wordt in principe steeds voor vijf jaar afgesloten en heeft tot doel tot afstemming te komen over zaken als beheersactiviteiten en gebruik van de openbare ruimte, en inspraak over het gemeentelijke beheer.

Deze PPS lijkt een waarlijke 'win-win' situatie te hebben opgeleverd. Volgens een woordvoerder van de gemeente kon door deze beheersconstructie een openbaar park worden gerealiseerd en de bewoners kunnen vanwege deze constructie in het groen wonen midden in de stad. Ideaal lijkt het. Alleen waarom zouden de private partijen mee moeten beslissen over het gebruik van een openbaar stadspark? Werken traditionele democratische middelen als inspraakavonden dan niet meer, is zeggenschap te koop? En waarom laat de gemeente de private partijen naar eigen inzicht beslissen over de besteding van het additionele budget – ruim een derde van het totale onderhoudsbudget? Is er een garantie dat niet het hele budget straks op gaat aan parkwachten die ongewenste individuen de toegang tot het park ontzeggen? Optimistischer gezien kan deze constructie een nieuw soort van gemeenschapsgevoel oproepen, een nieuwe burgerlijke betrokkenheid bij de buurt en de stad. Hoe de publiek-private-samenwerking verloopt zal de tijd uitwijzen. Om het project nu al een voorbeeldstatus te geven lijkt daarom wat prematuur.