Nieuws —

Monnikenwerk

Adriaan Boertjes en Diana Kramer

Een tentoonstelling in het Bonnefantenmuseum in Maastricht biedt inzicht in het denken en werken van monnik-architect Dom Hans van der Laan. Zijn leven stond in het teken van een zoektocht naar de oorsprong van de architectuur. Hij probeerde de grondbeginselen uit te drukken in een allesomvattend driedimensionaal ‘getal’. Door analyse van de menselijke waarneming van de maat en verhouding van ruimte en objecten vond hij dit plastische getal

De leer van het plastische getal heeft hij vanaf de jaren vijftig in een cursus kerkelijke architectuur onderwezen aan zijn volgelingen, die zich verenigden in de Bossche School. Met name in Midden Brabant zijn veel bouwwerken volgens de leer van de Bossche School gerealiseerd. Zelf heeft Van der Laan slechts een vijftal werken op zijn naam staan. Deze veelal kerkelijke gebouwen worden tot in het fijnste detail volgens de regels van het plastische getal uitgewerkt. Zo ontwierp hij eveneens liturgieën, monnikenkledij en een lettertype dat specifiek bedoeld is voor inscripties in steen. De sobere meubels, die hij maakte om zijn gebouwen in te richten, worden in het Bonnefantenmuseum gebruikt om de inhoud van de expositie letterlijk te ondersteunen; een voor de hand liggend, maar leuk detail.

De tentoonstelling legt de nadruk op de vele modellen en hulpmiddelen die Van der Laan gebruikte tijdens het ontwikkelen van het plastische getal en later bij de vertaling daarvan naar de praktijk. De bezoeker wordt langs het proces van de theorievorming van Van der Laan geleid: vanaf de waarneming van natuurlijke orden van grootte (de kiezels) via abstracte verhoudingen- en matenstelsels (de abacus) naar een uiteindelijke vertaling hiervan in architectonische basiselementen (de morphotheek). Om meer vat te krijgen op inhoud van het getoonde kan men ter plaatse zelf experimenteren met de morphotheek, door Van der Laan ook wel zijn blokkendoos genoemd. Het spelen met deze blokkendoos is een uitdagend, interactief onderdeel van de tentoonstelling, maar helaas tasten de meeste bezoekers hierna nog altijd in het duister over de vertaling ervan naar concrete gebouwen.

Hoewel er (enigszins afgezonderd) schetsen van de Abdij in Vaals te zien zijn, wordt de bezoeker bij het betreden en het verlaten van de tentoonstelling geconfronteerd met een model van Stonehenge. Natuurlijk vertoont de manier waarop Van der Laan denkt over verhoudingen van maten en het afbakenen van ruimte overeenkomsten met de opbouw van Stonehenge en ziet hij dit bouwwerk dan ook als een eerste uiting van architectuur. Maar door juist de maquette van Stonehenge zo'n prominente plaats binnen de tentoonstelling te geven en door de opzet van de tentoonstelling in haar geheel, wordt de relatie tussen de zoektocht naar de oorsprong van de architectuur (gesymboliseerd door Stonehenge) en de ontwikkeling van het plastische getal (zichtbaar gemaakt door de modellen en hulpmiddelen) erg onduidelijk. Men kan onterecht denken dat de modellen (en dus het plastische getal) direct zijn afgeleid van Stonehenge of erger nog, dat de modellen een poging zijn van Van der Laan om Stonehenge te verklaren.

Dit is volgens ons een te beperkte visie op het werk van Van der Laan, maar is wellicht te verklaren uit het feit dat de tentoonstelling deels is overgenomen van een eerdere expositie in Leeds. Een enkele foto van een gerealiseerd gebouw (op basis van zijn theorieën) zou deze verwarring kunnen tenietdoen. Dit zou kunnen demonstreren dat Van der Laan een plaats had tussen het Traditionalisme en het Modernisme van de 20e eeuw. De getoonde schetsen bieden in dit opzicht weinig uitkomst.

Desondanks is het voor diegenen die kennis willen maken met Dom Hans van der Laan zeker de moeite waard om naar Maastricht af te reizen. De expositie nodigt dan ook uit om meer over zijn werk te weten te komen en door de sobere opzet wordt men uitgedaagd om de visie van Van der Laan te doorgronden: 'The function of architecture is to command the spatial given of nature by the imposition of limits. Limits of space of forms and sizes' (Dom van der Laan, 1983).

De expositie 'Dom Hans van der Laan' in het Bonnefantenmuseum in Maastricht is de derde in een reeks tussentijdse tentoonstellingen van het project 'Collectie Limburg'. Dit project zal in 2002 resulteren in de 'Basiscollectie Limburg': een verzameling van limburgse kunst in de periode 1900-1970. Omdat de Benedictijner Abdij in Vaals een belangrijk deel is van de erfenis van Van der Laan, heeft hij een plaats gekregen in deze serie. Deze abdij vertegenwoordigt de climax in zijn denken; het is een letterlijke verwezenlijking van zijn theorieën over de architectonische ruimte.