Feature —

Barbarella, de Flintstones en Vitruvius

Allard Jolles

Verstopt achter hoge muren en ingeklemd tussen twee rijen getraliede eengezinswoningen staat een klein gebouwtje. Op het eerste gezicht is het een soort tent, een wigwam, maar dan gemaakt van hout en golfplaat, waar paarse kokers uitsteken. Maar het gebouwtje is geen tent, het is een kunstwerk. Het heet Space chalet en het is gemaakt door Bastienne Kramer in opdracht van de Rijksgebouwendienst en de penitentiaire inrichting (PI) Amerswiel voor vrouwen in Heerhugowaard. De vrouwen die in deze PI zijn ondergebracht kunnen, behalve rondlopen en sporten op het binnenterrein, hun ‘vrije tijd’ ook in het Space chalet doorbrengen. Ze kunnen dan even ontsnappen aan het oog van de bewakingscamera’s en zich met kussens rond een open haard scharen.

Gevangenis

Is het Space chalet nu architectuur of kunst? Of is die vraag totaal onbelangrijk? Feit is wel dat dit recente werk van kunstenares Bastienne Kramer de kern van de architectuur raakt. En dat is opvallend: blijkbaar is er een kunstenares voor nodig om ons daar weer aan te herinneren, in de door slaapverwekkende projectontwikkelaarsarchitectuur gedomineerde nieuwbouw van de 21ste eeuw.

De PI Amerswiel is een experimentele gevangenis. De vrouwen zitten in eengezinswoningen en moeten bijvoorbeeld zelf zorgen dat ze op tijd opstaan, ontbeten hebben en op hun werk verschijnen. ‘De gevangenis nieuwe stijl is rijtjeshuis’, kopte Het Parool op 11 oktober. Dat klopt, want wie de tralies wegdenkt ziet een soort Vinexlocatie. Maar het klopt ook weer niet, want het is geen rijtjeshuis, maar een gevangenis. Het rijtjeshuis is nep, net als de openbare ruimte ertussen. Die is immers niet openbaar, want er zit een enorme gevangenismuur om heen – en ook niet privé, want de bewakingscamera’s zien alles. De gevangene is in het huisje van Kramer, ondanks dat zij binnen zit, een stuk vrijer. De camera kan niet naar binnen kijken en de gevangene kan, spiedend door de paarse polyester uitstulpingen, ook eens een keer de kijker zijn in plaats van de bekekene.

Tegenstellingen

Dit is niet de enige paradox in dit project. De naam bijvoorbeeld, Space chalet: dat is sciencefiction en houtbouw tegelijk. En het interieur, dat is opgebouwd uit natuurlijke materialen als hout en leem, maar is aangevuld met skai als lambrisering en met een Flintstone-achtige schoorsteen van piepschuim in het midden van de wand. Eerlijk materiaal en Barbarella-kitsch worden door elkaar gebruikt maar vloeken nergens. En dan de open haard: op een kleuren-tv wordt continu een knetterend haardvuur getoond. Het vuur is virtueel aanwezig. De televisie, sinds eind jaren vijftig de vervanger van de haard als centrale plaats in de woning, geeft op deze manier het ingepikte terrein terug.

Kramers kleurenpalet, met hard rood en groen bij de ingang, kijkkokers van paars en rode en groene neonverlichting binnen, accentueert de tegenstelling tussen echt en nep nog meer: het leem en het hout op de vloer zijn onbehandeld gebleven

Grot en tent

Kunsthistoricus Manfred Bock besprak enkele jaren geleden in het tijdschrift Forum interieurconcepten van H.P. Berlage en G. Th. Rietveld. En passant benoemde hij ook ‘twee diametraal tegenover elkaar staande archetypische vormen van de schuilplaats: de grot en de tent of, als variant van de laatste, de primitieve hut.’ Dit is precies waar Kramers werk aan refereert. Maar Kramer gaat verder: in haar schuilplaats voor gevangenen zijn tent en grot dicht bij elkaar gekomen. Van buiten lijkt het een tent, maar deze vorm herhaalt zich maar ten dele in de binnenruimte. Eenmaal binnengekomen moet de bezoeker afdalen en blijkt de tent een huis te zijn zoals kinderen het tekenen: vier muren, een schuin dak en een schoorsteen. De vier muren zitten onder de grond en daarmee zijn tent en grot één geworden.

Vitruvius

Grot, primitieve hut: deze woorden horen niet zozeer bij de tijd van Berlage, maar bij het begin van alle architectuur. Vitruvius (1ste eeuw v. Chr.) schrijft in Boek II van zijn Handboek bouwkunde (hier geciteerd in de vertaling van Ton Peters uit 1998), onder het kopje Oorsprong van het bouwen: ‘Als gevolg van de ontdekking van het vuur begonnen de mensen bij elkaar te komen, zich aaneen te sluiten en samen te wonen, zodat zich op één plek meer mensen verzamelden (…). Later (…) maakten ze schuine daken met een nok, bestreken de hellende kanten met leem en lieten het hemelwater aflopen.’ Beschrijft Vitruvius hier het Space chalet?

De gevangenis gaat 1 december open – of dicht, zo men wil. Pas als de vrouwen in PI Amerswiel door het virtuele vuur ‘bij elkaar komen’ en zich ‘aaneen sluiten’ in het Space chalet, is Bastienne Kramers kunstwerk compleet. Het verleden is voor ons onbereikbaar, en om dat te onderstrepen verdwijnt straks ook Kramers Vitruviaanse oerknal, haar ode aan het ontstaan van menselijk samenleven, voorgoed achter slot en grendel.