Nieuws —

Docomomo en het Moderne Erfgoed

Sander van Wees

Vrijdag 8 december jongstleden was een belangrijke dag voor Docomomo: het nieuwe Nederlandse bestuur werd voorgesteld, zij staan voor de taak de Nederlandse tak van Docomomo nieuw leven in te blazen. Daarnaast werd een boek gelanceerd dat een directe weerslag is van de centrale activiteit van de Docomomo-organisatie: het documenteren van belangrijke Modernistische gebouwen over de gehele wereld.

Docomomo staat voor Documentation and Conservation of the Modern Movement en werd in 1990 opgericht. De organisatie is inmiddels flink gegroeid en heeft inmiddels 42 landelijke of regionale comités. Al deze comités opereren min of meer zelfstandig onder het in Delft gevestigde Docomomo International. In zijn toespraak bij de presentatie van de publicatie The Modern Movement in Architecture/Selections from the DOCOMOMO Registers wees Hubert-Jan Henket, één van de oprichters, erop dat men vanwege alle verschillen in taal en cultuur bewust voor een los-vaste werkvorm gekozen had: zo min mogelijk bureaucratie en zo veel mogelijk anarchie, opdat men elkaar zo min mogelijk in de weg zou zitten.

Deze anarchie lijkt ook zijn weg gevonden te hebben in het boek. Het boek is een selectie uit de registers die de deelnemende nationale afdelingen bijhouden. Van elk land is een kleine selectie van gebouwen opgenomen: zo 'nomineert' Bulgarije 8 gebouwen, Duitsland 13 en Tsjechië liefst 22. Een verantwoording voor deze selectie ontbreekt meestal. De behandeling van de gebouwen verschilt sterk per land. Tegenover uitgebreide beschrijvingen, waarin opzet, gezicht en geschiedenis van het gebouw aan de orde komen (IJsland), staan gebouwen die het moeten doen met een formele beschrijving van drie regels (Zweden). Bovendien ontbreekt elke vorm van verwijzing en verantwoording. Bij een boek dat lijkt te zijn uitgebracht om verder onderzoek te stimuleren, is dat een slechte zaak. De bibliografieën verduidelijken weinig, en een index op architect ontbreekt.

De meeste beschrijvingen zijn voorzien van slechts één afbeelding, die klein van formaat en vaak slecht van kwaliteit is, zodat het gebouw er niet duidelijker van wordt. Slechts een vijftal inzenders (Estland, Letland, Noorwegen, IJsland en deels Denemarken) vonden het blijkbaar – en terecht – nodig om naast de foto's ook een plattegrond of doorsnede op te laten nemen. Juist het feit dat bij deze inzendingen de documentatie wat completer is, maakt het ontbreken ervan bij andere inzenders pijnlijk duidelijk.

De samenstellers hebben natuurlijk gelijk als zij in de inleiding stellen dat het een enorme taak is geweest om alle inzendingen binnen te halen en te redigeren. Er is dan ook waardering voor het vele werk, en het is goed dat dit initiatief genomen is. De lijfelijk aanwezige Modernistische geschiedenis verdwijnt langzaam maar zeker als niemand actie onderneemt – en daarom verdient Docomomo de volle steun van zowel de vakwereld als het grote publiek. Maar het boek dat zichzelf in de flaptekst presenteert als 'a unique guide (…), a reference work which architects, conservationists and scholars will treasure' en dat een weerslag is van de 'core business' van Docomomo – dat boek had nog iets meer inzet verdiend. Nu is de publicatie een soort architectuurversie van het Eurovisie-songfestival: bijdragen van een sterk wisselend niveau, en een jurywaardering die alle kanten op kan.