Opinie —

Koolhaas’ blinde vlek

Piet Vollaard

Zelfs zijn grootste vijanden kunnen er zo langzamerhand niet meer om heen: Rem Koolhaas is de meest invloedrijke architect van de laatste jaren. Alles wat hij laat zien tijdens de vele lezingen die hij geeft, alles wat hij schrijft en alles wat zijn bureau OMA bouwt wordt nog steeds – zeker in Nederland en zeker door de jongere generaties architecten – met grote aandacht gelezen en bekeken.

Voor Koolhaas zelf zijn de teksten vaak speculatief en onderzoekend van aard. Door de grote schare bewonderaars wordt alles echter grotendeels kritiekloos voor zoete koek aangenomen en nagevolgd. Het is het lot van elke goeroe om te moeten toezien hoe de door zorgvuldige en kritische analyse tot stand gekomen visie, half of helemaal niet begrepen door een schare navolgers wordt vervormd. Om in het ergste geval uiteindelijk van de oorspronkelijke inhoud en scherpte ontdaan uit te groeien tot munitie voor de veroordeling van het oorspronkelijke idee. Zelf heeft Koolhaas het gevaar van deze positie overigens al vroeg ingezien. Al in de jaren tachtig riep hij vertwijfeld uit het gevoel te hebben constant op de vlucht te zijn voor zijn epigonen.

Een belangrijk deel van de teksten die elke Koolhaasvolger de laatste jaren gelezen moet hebben zijn het resultaat van de studies op de Harvard universiteit 'Project on the city', voorheen nog wat scherper 'Project on what used to be the city' genaamd. De afgelopen jaren zijn achtereenvolgens The Pearl River Delta, Shopping en Lagos het onderwerp van deze studies naar de extremen van de hedendaagse stedelijke ontwikkeling geweest. De studies zijn onder meer opgenomen in 'Mutations', de vuistdikke catalogus van de recente, gelijknamige tentoonstelling in Bordeaux. De teksten lezen als een trein, kennelijk heeft Koolhaas zijn retorische en stilistische literaire vaardigheden uitstekend op zijn studenten weten over te dragen. Als geen ander weet Koolhaas ontwikkelingen waarvoor in de wereld van architectuur en stedenbouw collectieve blinde vlekken bestaan uit de schaduw te halen en meteen tot onontkoombare elementen van het debat te maken. Voordien was niemand serieus geïnteresseerd in de ongelooflijke snelheid van de ontwikkeling van de steden in China of in de verborgen kwaliteiten, wetten en gevolgen van Shopping(malls) en van de ingeslopen alomtegenwoordigheid daarvan.

Inmiddels zijn de eerste tekenen van epigonisme naar aanleiding van deze verleidelijke teksten al herkenbaar. Zo hoorde ik laatst op een lezing in de provincie een jonge architect vol vuur de Amerikaanse Shoppingmalls verheerlijken om deze vervolgens als serieus model voor revitalisatie van de plaatselijke historische binnenstad aan te prijzen. Aangestoken door de tekst was hem het analytische karakter kennelijk ontgaan. Zoals gebruikelijk bij Koolhaas ontbreekt in de tekst Shopping elk waardeoordeel: het is een analyse van ontwikkelingen die – grotendeels onmerkbaar – gaande zijn. Het is geen pleidooi voor het 'vershoppen' van onze binnensteden – in elk geval niet zonder meer en kritiekloos. De 'dark side of shopping', zoals het feit dat veel grote shoppingmalls voorzien zijn van gewapende portiers, was de jonge architect ontgaan. Hij zag wel iets in het ombouwen van de stad tot een grote verleidingsmachine. Dat de openbare ruimte hiermee definitief vercommercialiseerd zou worden en zou uitgroeien tot een domein waarin het individu zijn vrijheid grotendeels in handen van oncontroleerbare partijen zou geven, en waarin de stad definitief zijn lange termijn geheugen zou verliezen, dat was hem even ontgaan.

Dat belooft nog wat als de tekst over Lagos wat breder verspreid gaat worden. Dit fascinerende verslag van ongestuurde processen in een Afrikaanse stad van 15 miljoen inwoners: 'a city completely out of control', zal toch hopelijk niet worden gelezen als een stedenbouwkundig recept voor de toekomst van de Europese stad. Ook als noemt de tekst Lagos 'a city at the forefront of a globalizing modernity' en ook al zou het waar zijn dat Lagos gezien kan worden als een voorafschaduwing van de uiteindelijke terminale fasen van steden als Londen, Los Angeles en Chicago, dan betekend dat nog niet dat Lagos een ideaalmodel voor de toekomstige Europese stad zou zijn en dat er dus geen weerstand geboden zou moeten worden tegen deze ontwikkeling. Lagos laat zien dat de mogelijkheden tot zelforganisatie van de stad veel groter zijn dan veel beleidsmakers durven denken en daarvan valt veel te leren. 'Wilde stedenbouw' kan kennelijk leiden tot een stedelijke conditie die werkt. Maar de prijs die daarvoor betaald wordt komt in het stuk niet voor. De wooncondities van de 15 miljoen inwoners van Lagos worden bijvoorbeeld compleet genegeerd in de tekst, net zoals deze genegeerd werden in 'Pearl River Delta' en 'The Generic City'. Als Koolhaas het heeft over de stad, en hij heeft het bijna altijd over de stad, dan spreekt hij nooit over het wonen. Het is zijn persoonlijke blinde vlek.

Ik weet niet of hij Cobouw tijdens zijn vele vliegreizen meeneemt en deze column leest, maar mocht dat zo zijn dan daag ik hem hierbij uit eindelijk zijn pen ook eens te scherpen aan de wooncondities in de ultradynamische steden die hem kennelijk zo fascineren. Al was het maar om de toekomstige stad te behoeden voor de blinde kopieerlust van zijn epigonen..