Recensie —

Moderniteit en musealisering

Maarten Jansen

De opening van huis Sonneveld was voor het NAi aanleiding een symposium te organiseren met als titel: ‘Modern Classics: nostalgia or inspiration?’ Tijdens het symposium kwamen specialisten uit binnen- en buitenland aan het woord over de ‘musealisering van modernistische villa’s en de legitimiteit hiervan’.

Moderniteit en musealisering komen samen in Rotterdam in het jaar dat de stad culturele hoofdstad van Europa is. Het NAi is er met recht trots op de opening te presenteren van de museumwoning huis Sonneveld. Dit huis is ontworpen door architecten Brinkman en van der Vlugt voor een van de directeuren van de Van Nelle fabriek die ook van hun hand is. Huis Sonneveld is een van de zogezegde 'witte villa's' die in Rotterdam gebouwd zijn in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Barbara Laan, de conservator van het museum, noemt de villa dan ook een typisch Rotterdams, want modern monument.

Villa Tugendhat, Mies van der Rohe, gerestaureerd.

De reeks specialisten leidde de bezoekers met beelden en achtergronden langs natuurlijk huis Sonneveld zelf, maar verder langs onder andere villa Savoy van le Corbusier en het Tugendhat haus van Mies van der Rohe.

Op het eerste gezicht is het heel opmerkelijk dat een villa, die gedoodverfd 'modern' is, nu als 'modernistisch' een museale status verkrijgt. Want is het legitiem om een huis te musealiseren dat nog zo ontzettend deel uit lijkt te maken van onze moderne tijd? Maar als daar dan voor gekozen wordt rijst vervolgens de vraag op welke manier gerestaureerd moet worden. Staat de persoonlijke bewoning voorop, dus het tonen van de woonsituatie met persoonlijke details, of wordt gekozen voor het ideaal van de architect, strak en volkomen, alsof er niet in wordt gewoond?

Villa's van de moderne beweging vertellen als huis een tweeledig verhaal. Aan de ene kant het verhaal van de architecten die met zo'n opdracht in staat waren met veel geld een ideaalsituatie te scheppen. De architecten zijn in geest modern. Maar moderniteit zoals wij die nu kennen, was toentertijd nog een utopie. Dat de naoorlogse moderne wereld zich in veel minder artistieke zin is gaan bedienen van de versimpelde vormentaal van de pioniers van de moderne beweging betekent nog niet dat de vormentaal van die begintijd daadwerkelijk gemeengoed is. Wie heeft er tenslotte een huis vol met Gispenmeubilair?

Haus Moller, Adolf Loos (foto Agram)

Daarmee komt het andere verhaal van deze villa's aan de orde. De bewoners van deze modernistische villa's waren de nieuwe rijken van de twintigste eeuw en lieten juist in de dertiger jaren villa's bouwen terwijl het jaren van crisis waren. Zo beschouwd wordt duidelijk dat deze groep opdrachtgevers zich van deze bijna futuristische vormentaal bediende juist om zich te onderscheiden. Heel typerend is het beeld van een witte modernistische villa, met daarvoor, heel trots, de vooroorlogse 'luxe wagen'. Voor ons nu is de auto oud, en het huis modern. Voor de eigenaars waren ze beiden tekenen van hun voorspoed. Voor ons is het gezamenlijke beeld nostalgie, en de villa afzonderlijk bron van herkenning, bewondering en wellicht inspiratie. Vanuit het symposium komt heel sterk de suggestie naar voren om over de wereld een keten aan gemusealiseerde modernistische huizen op te zetten, om zodoende juist een gevarieerde herinnering te bewaren aan deze zo bepalende architectuur.Joris Molenaar, de verantwoordelijk restauratiearchitect, zet in het debat uiteen wat het voor ogen staande doel is van museum Sonneveld. Door de musealisering van dit huis, met complete herinrichting, ontstaat een completering van het beeld van de architectuur van Brinkman en van der Vlugt. Pakweg driekwart van de twintigste eeuw wordt het beeld van die architectuur bepaald door wat er over in de boeken staat. Dit beeld wordt gedomineerd door zwart wit afbeeldingen. Door nu deze architectuur daadwerkelijk te kunnen (her)beleven ontstaat een veel rijkere indruk van deze architectuur, dan de indruk uit de architectuurboeken alleen. We kunnen er weer in rondlopen. En ons verbazen over de kleurigheid van het interieur. Jammer alleen dat deze gemusealiseerde 'witte villa' nu modieus roomkleurig een tweede jeugd ingaat.