Recensie —

Peter Greenaway en architectuur

Marina van den Bergen

De Engelsman Peter Greenaway is op dit moment betrokken bij de manifestatie Via>Dorkwerd: in het Groninger Museum richt hij de tentoonstelling Hel en Hemel, de Middeleeuwen in het Noorden in; ontwerpt hij een tentoonstellingspaviljoen en een aantal zogenaamde prosceniumpoorten; en is hij verantwoordelijk voor de inrichting van het paviljoen. ArchiNed sprak met Greenaway over zijn relatie met architectuur.

Peter Greenaway (1942) is vooral bekend door films als The Belly of an Architect, Drowning by Numbers, The Cook, The Thief, His Wife and Her Lover en Pillow Book. Daarnaast werkte hij mee aan opera's, voor Writing to Vermeer schreef hij het libretto, maar ook treedt Greenaway met enige regelmaat op als gastcurator. In het Rotterdamse Boymans van Beuningen richtte hij de tentoonstelling The Physical Self in. Hier plaatste hij onder meer een naakt van Rubens naast levende naakt modellen en de Benetton reclamefoto van een pasgeborenen baby.

Greenaway geboren in Wales, groeide op in Oost Engeland. Hij vergezelde zijn vader die ornitholoog was, regelmatig op diens wandeltochten. Tijdens deze wandeltochten ontstond zijn liefde voor het landschap; de fascinatie voor de leesbaarheid van het landschap en de genius loci, de geest van de plek. Op zijn twaalfde jaar besloot Greenaway dat hij schilder wilde worden. De schilderkunst is volgens hem de bron van alle grote kunststromingen. Het zijn de schilders die experimenteren waarna de nieuwe expressievorm wordt overgenomen door andere kunstuitingen. Ook een stroming als het post-modernisme, wat door velen in oorsprong als een architectonische stroming wordt beschouwd, begon volgens hem al bij kunstenaars als Robert Rauschenberg en Frank Stella. Tijdens zijn opleiding aan het Walthamstow College of Art raakte Greenaway gefascineerd door landschapskunst. Toch koos hij ervoor om in 1965 verder te gaan met het medium film.

Greenaway ziet een aantal overeenkomsten tussen het werk van een regisseur en dat van een architect. Beiden hebben met grote sommen geld te maken, beiden moeten samenwerken met mensen uit verschillende vakdisciplines en moeten daardoor beschikken over grote managementkwaliteiten, het werk van beiden wordt beoordeeld door een bont gezelschap, en regisseur als architect moeten zowel esthetisch als praktisch zijn. Mocht hij een volgend leven hebben, God verhoede het zo voegt hij er aan toe, dan zou hij architect willen zijn, een architect als Daniel Liebeskind of Frank Gehry. Er zijn overigens een paar echte bouwwerken van hem gerealiseerd. Aan de Amerikaanse westkust en in Japan staan replica's van strandhuisjes die Greenaway ontwierp voor de film Drowning by numbers.

Vooral in de vroegere films spelen architectuur en het landschap een opvallende rol in de enscenering. The Belly of an architect is de film die het meest expliciet over architectuur gaat. De film gaat over een Amerikaanse architect die in Rome is om een tentoonstelling in te richten over zijn grote inspirator, Étienne-Louis Boullée. In de film wordt gefilosofeerd over de vraag of het realiseren van gebouw (of kunstwerk) de enige manier is om te voorkomen dat het in de vergetelheid belandt, en indirect de onsterfelijkheid van de maker waarborgt.

The Belly of an architect werd gemaakt in de jaren tachtig, in de tijd dat Prins Charles ten strijde trok tegen moderne architectuur. In heel Engeland werd gesproken over architectuur, iets wat volgens Greenaway sinds de tijd van Christopher Wren niet meer was voorgekomen. Hij wilde met The Belly of an architect een film maken waarin vragen over de verantwoordelijkheid van architecten aan de orde kwamen: de verhouding tussen esthetiek en ethiek, de relatie tussen eigenwaan en publieke verantwoordelijkheid. Na het uitbrengen van de film werd hij gevraagd om architectuurcolleges te geven in Chicago en zitting te nemen in jury's van ontwerpprijsvragen. Omdat hij zichzelf een leek beschouwd op het gebied van architectuur ging hij niet op de uitnodigen in. De uitnodiging om een tijdelijk paviljoen te ontwerpen voor de culturele manifestatie Via>Dorkwerd aanvaarde hij wel.

Via>Dorkwerd gaat over het verleden, heden en de toekomst van het Reitdiep, een gebied dat ten noordwesten van de stad Groningen ligt. Het gebied is een van de oudste cultuurlandschappen van Europa. Het landschap van het Reitdiepdal vertoont veel overeenkomsten met de kust van Oost Engeland waar Greenaway zijn jeugd doorbracht en waar ook Drowning by numbers werd gefilmd. In de voorstellen is zijn fascinatie voor het landschap duidelijk terug te vinden. Zo stelt hij voor om in het landschap poorten te plaatsen van Dorkwerd tot aan de Wadden. Een beetje zoals Christo, zegt hij. Deze poorten werken als grote schilderijlijsten, ze dwingen de voorbijganger bewuster te kijken naar het landschap. Een in het oog springend kenmerk van het Reitdiepdal ontbreekt in het Oost Engelandse landschap, de wierden. Deze kunstmatige verhogingen in het landschap dienden om huis en haard droog te houden ten tijde van overstromingen; de mens als meester van de natuur. Het paviljoen van Greenaway bestaat uit een 12 meter hoge wierde waarop een prosceniumpoort staat. De onderste laag wordt gevormd door een doolhof. In de doolhof wordt met installaties, teksten en kaarten de cultureel historische ontwikkeling in relatie gebracht met toekomstvisies voor het gebied. In de top van de wierde komt een cirkelvormige zaal waar beelden geprojecteerd worden. Greenaway maakte acht documentaires over reizen door het landschap ieder met een verschillende vervoersmiddel. Kijkgaten in de ommegang rond de projectiezaal bieden zicht op fragmenten van het Reitdiepdal en van de nabijgelegen stad Groningen.

Het ontwerp van Greenaway, dat wordt uitgewerkt door Karelse Van der Meer Architecten, vertoond gelijkenis met de ontwerpen van Boullée. Na afloop van de manifestatie wordt het paviljoen afgebroken en zal er niets anders resten dan een tekening op papier.