Recensie —

Some-conferenties gestart in Eindhoven: Scenes of Modernity Europe

Harrie van Helmond

De komende vier jaar zullen een reeks van conferenties plaatsvinden over hedendaagse stedelijke ontwikkelingen. Met titels als Someone, Somehow, Handsome, Lonesome, Awesome, Somebody en Sometimes wordt in Eindhoven, Barcelona, London, New York, Parijs, Miami en Keulen gesproken over de erfenis van de jaren zestig.

Doel van de bijeenkomsten is te komen tot een nieuwe interpretatie met betrekking tot de erfenis van de jaren zestig. Mede door toedoen van Colin Rowe en Leon Krier is de erfenis van de jaren zestig onderverdeeld in goed en slecht. Het type urbane projecten zoals Robin Hood Gardens in Londen van Peter en Allison ?? Smithsons werd tot negatief en te negeren voorbeeld verklaard, terwijl de projecten als de prijsvraaginzending voor studentenhuisvesting op de TU Twente-campus van Oswald Mattheus Ungers tot positief te waarderen prototypische postmoderne architectuur werden verheven. De Someone-conferentie die op 23 april in Eindhoven plaats vond probeerde de dwarsverbanden te herstellen. Sprekers waren onder andere Frank Boehm, Peter Smithson, Louisa Hutton en Oswald Mattheus Ungers.

Frank Boehm (promovendus aan de TU Eindhoven analyseerde van zowel Ungers als van de Smithsons drie projecten. Het respect voor de aangetroffen gefragmenteerde context vormde voor beide architecten het uitgangspunt van hun werk, als dus Boehm. Zijn conclusie is dat de context niet alleen bestaat in de reële omgeving maar ook in de geschiedenis van de plek, het programma, de opdrachtgever enz, en dat de architect indien nodig zelf een context kan construeren om van daaruit te werken. Deze laatste methode heeft echter als gevaar dat het kán uitmonden in een Disneyfisering van het landschap.

Peter Smithson gaf een geheel eigen invulling aan het thema. Hij toonde zeven dia's van een stilleven met bloemen met boodschap dat een architect als enige taak heeft goede ruimte te maken: 'architecture is about space'. Oswald Mattheus Ungers legde nog eens uit hoe hij voor de TU Twente binnen de context van weilanden een ministad had ontworpen door de 500 wooneenheden te verdelen over een aantal verschillend vervormde geometrische figuren, een Zusammenfall der Gegensetze, of : Het plan is een morfologische collage van geometrische vormen, zoals Durand in een tekst gebruikte of Variety in unity, zoals Alberti eens stelde. Ungers stelde dat dit nog steeds het basisprincipe van zijn werk is en bewees dit met zijn laatste werk, een museum in de binnenstedelijke context van Keulen waar gebouwen uit de laatste vier eeuwen naast elkaar staan.In een reactie ging Smithson in op de noodzakelijke neutraliteit van de tussenruimtes bij stedelijke ensembles. Die neutraliteit biedt volgens hem de mogelijkheid er onopvallend te zijn. Nog eens herhaalde hij zijn adagium: er is geen kunst buiten de 'arrangement of space'.

Louise Hutton (bureau Sauerbruch-Hutton) presenteerde haar ontwerp voor het GSW-gebouw in Berlijn. Het bestaande gebouw uit 1961 is behouden, opgeknapt en geïntegreerd in een nieuw ensemble. Haar pleidooi onderzoek te doen naar de plek alvorens met het ontwerp te beginnen, sloot aan bij het thema van de dag, de context en de erfenis van het architectonisch/stedebouwkundig erfgoed van de zestiger jaren. Een andere opgave voor de hedendaagse architect is volgens Hutton duurzaam bouwen. Het GSW-gebouw wordt op natuurlijke wijze geventileerd, de keuze hiervoor heeft in hoge mate het uiterlijk van het gebouw bepaald.

Volgens Smithson is het verschil tussen bouwen nu en in de jaren zestig de hoogte van het budget. In de jaren zestig moest gewerkt worden met een minimum aan budget en materialen nu wordt architectuur volgens hem bemoeilijkt door de grote welvaart. Architectuur kenmerkt zich nu vaak door een overdaad aan vormen en materialen die de kwaliteit waar het om gaat (de neutraliteit van de ruimte) negatief beïnvloedt. De context wordt de laatste tijd zelden bepaald door de fragmentatie van de stad. Ungers was nog steeds erg boos op de 'ongelooflijke stomme' Berlijnse autoriteiten die de stad niet willen zien als logischerwijze vol contradicties maar de stad willen herstellen: 'je moet van historische gebouwen leren, ze niet nabouwen'. In de publicatie die naar aanleiding van deze bijeenkomst uitkomt, zullen de zeer voorzichtige verkenningen van deze dag verder aangescherpt moeten worden. De maatschappelijke taak van de architect, die in de zestiger jaren volop aan de orde was en nu door architecten als Hutton incidenteel weer wordt opgepakt, is daarvoor belangwekkend genoeg. De mogelijkheden voor de architect om de stad leefbaar te houden zijn ook een vorm van context.