Recensie —

Tijdelijkheid en architectuur: ScafFold Paviljoen geopend

Janneke van Bergen

Op vrijdag 21 juni is het paviljoen ScafFold 001 te Delft geopend. Studenten van de faculteit Bouwkunde Delft werkten acht maanden aan het ontwerp en de bouw van het paviljoen. De officiële opening werd vooraf gegaan door een symposium over architectuur en tijdelijkheid. Janneke van Bergen doet verslag.

Het ScafFold paviljoen is in een aantal opzichten uniek te noemen. Allereerst is het door en voor studenten gebouwd. Het paviljoen is te beschouwen als een onderwijsproject waarin theorie en praktijk samenkomen. Alles begon met een prijsvraag in december 1999 ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van studievereniging Stylos. Het ontwerp van Johan van Lierop en David Philipsen met ScafFold 001 kwam als winnend uit de bus. In de zomer van 2000 vonden de voorbereidingen plaats en in oktober werd gestart met de bouw. Dit werd begeleid door een speciaal hiervoor opgezet onderwijsprogramma. De korte realisatieperiode van 8 weken, de duur van een lesmodule, zorgde voor problemen. De constructie bestaande uit steigerpijpen werd al opgebouwd nog voor definitieve details bekend waren. Ook de complexiteit van steigerpijpen als constructiemateriaal leverde de nodige vertraging op. Wel bood de bouwput vanaf het begin een spectaculair zicht op de sculptuur van steigerpijpen. Na afloop van de onderwijsperiode kampte de organisatie met een tekort aan mankracht, maar in mei kwam daar verandering in en werd in een korte tijd de afbouw gerealiseerd.

Het paviljoen onderscheidt zich ten opzichte van de meeste andere tijdelijke gebouwen in zijn duurzaamheid. Doel is namelijk het paviljoen na sloop -over 5 jaar- volledig te recyclen, als stille rechtvaardiging van haar kortstondige bestaan. Daarom werd een ingenieuze constructie bedacht van steigerpijpen die, samengekoppeld tot liggers en kolommen, de constructie van het paviljoen vormen. Zo wordt demontabelheid gecombineerd met de esthetiek van tijdelijkheid, aldus de ontwerpers. De constructie kreeg bovendien de status van voorbeeldproject Industrieel Flexibel en Demontabel bouwen.

Tijdelijkheid en architectuur kwam tijdens het symposium aan de orde, waar behalve het paviljoen ook andere tijdelijke ontwerpen werden besproken gevolg door een discussie. Het bleek dat over het begrip tijdelijkheid meerdere opvattingen bestaan. Voor de jonge ontwerpers kan tijdelijkheid een nieuwe esthetiek opleveren, zoals het paviljoen laat zien. Nadeel van een dergelijke benadering is de toenemende complexiteit van detaillering als dergelijke ideeën op een esthetische wijze worden vormgegeven. XX Architecten en Verburg associëren tijdelijkheid liever met bouwsnelheid, en stellen minder eisen aan de details. Toch komt esthetiek ook hier om de hoek kijken: tijdelijkheid moet ontdaan worden van het imago van armoe en vrijwilligerswerk, aldus XX. Volgens Verburg mag tijdelijke architectuur zelfs de strijd met zichzelf aanbinden, om alsnog een permanente status te verwerven: de onttijdelijking van architectuur.

Tijdelijkheid als esthetische waarde wordt dus betwist, maar in het geval van het paviljoen is er dankbaar gebruik van gemaakt. De constructie van steigerpijpen is overal in het gebouw aanwezig en torent trots boven het gebouw uit. Binnenin het paviljoen bevindt zich de bar, een tentoonstellings- en vergaderruimte welke door hellingbanen en een stalen trappenhuis met elkaar verbonden zijn. De verblijfsruimten zijn geaccentueerd door houten betimmeringen die de steigerconstructie van binnen en buiten omhullen. Deze schil is als terras tot in de tuin is voortgezet.Het innovatieve karakter van de constructie komt in de afbouw minder naar voren en door de haastige voltooiing zijn de details daardoor soms teleurstellend. Wel zijn in het nieuwe paviljoen alle nadelen van het oude paviljoen opgelost. Er is een groot venster dat uitkijkt op de ingangspartij van de faculteit, en door het houten vlonder wordt buiten ruimte gecreëerd voor bijeenkomsten, optredens of een gewone lunch in de zon. ScafFold toont daarmee niet alleen zijn waarde als voorbeeld- of leerproject, maar ook als tweede huis voor de toekomstige studentengeneratie.