Feature —

Monument d”habitation

Redactie

Afgelopen weekend waren in het kader van de open monumentendag, door het hele land historische woningen opengesteld. Het thema Huis en Haard verwees in eerste instantie naar de arbeiderswoning. Het is namelijk honderd jaar geleden dat de Nederlandse regering de woningwet instelde. Een eeuw later nemen we deze verworvenheid aan als vanzelfsprekend. Maar hoe woonde men vroeger, en hoe woont men nu in een woonmonument?

De woningwet is een wet die elke inwoner en vooral de minder gefortuneerde een aantal woonkwaliteiten garandeert. Dit is afgelopen weekend voor veel gemeenten de aanleiding geweest woonmonumenten open te stellen. In feite is het monument een begrip dat zich moeilijk kan vereenzelvigen met de woning. Wonen is dynamisch, een woning wordt heringericht, verbouwd, uitgebreid of krijgt nieuwe bewoners die een eigen interpretatie geven aan het wonen. Een monument duidt op een bevroren toestand, een staat waarin een gebouw wordt gebracht dat ons doet denken aan een periode waarin het ooit heeft bestaan. Over het algemeen wordt een monument op een bepaald moment benoemd en wordt dan gepreserveerd in de staat waarin het gebouw zich bevindt of wordt het teruggebracht naar de oorspronkelijke situatie die aan de hand van oude documenten wordt gereconstrueerd. Het uitroepen van de status monument over een woning kan interessant zijn als het daarmee een museaal object wordt, een documentatie van een vervlogen inzicht en een verloren vakmanschap. Wanneer het monument bewoond blijft zal een situatie ontstaan waarin het wonen gedicteerd wordt door de statische woning. Het wonen wordt afgeremd, de bewoner woont niet maar wordt gewoond. Steeds vaker blijkt het uitroepen van de status monument of beschermd stadsgezicht voornamelijk betrekking te hebben op de gevel. Bijzondere lambriseringen, haarden, verdiepingshoogten en steile trappen worden gesloopt om aan de huidige 'hoge' wooneisen te kunnen voldoen. Het resultaat is vaak een nieuwe woning in een oude jas. Helaas verdwijnen hiermee de onverwachte ruimtelijke situaties die er door de jaren heen zijn ontstaan, die oude huizen juist hun charme geven, ook al zijn ze niet altijd even ideaal. Het historisch beeld heeft in deze situatie alleen nog betrekking op de straat. Deze halfmonumenten leveren met hun gevel slechts een bijdrage aan het historische interieur van de openbare ruimte. Het lijkt een logisch resultaat: een mooi stedelijk beeld zonder woonbeperkingen.

In het Haagse stadscentrum is er nog een stapje verder gegaan. Hier worden monumenten gemaakt. De Haagse Bluf, een enclave in de historische binnenstad, doet vermoeden altijd verborgen te zijn geweest achter dichtgeslibde steegjes. Niets is minder waar. De historisch ogende pandjes zijn perfecte replica's van een aantal Haagse panden die in de directe omgeving te vinden zijn. En inderdaad deze juweeltjes zijn knap gemaakt, nauwelijks te onderscheiden van het originele evenbeeld Alle materialen zijn echt: het gietijzer gegoten, de bakstenen gebakken. Maar de voordeur zit op het achterterrein.

Helaas zijn er niet veel plekken waar nog historisch gewoond wordt, waar je even wordt meegenomen naar een tijd ver terug, waar wonen nog een noodzaak was, een tijd waar men zich waste aan het aanrecht en als men de tijd vooruit was een douchecel had, een tijd waar de verwarming nog een betekenis had omdat het hout werd gehakt en de kolen geschept, en soms een Centrale Verwarming liet aanleggen (warmte waar je een avond lang naar kon kijken, ik kan me voorstellen dat er in het Rietveld-Schröderhuis om de dikke buizen van de radiator werd gezeten), waar huizen uitdaagden veranderd te worden omdat ze te krap werden, waar de tuin plaats maakte voor een washok. Waar zijn de huizen waar vloeren liggen zoals het uitkomt?