Feature —

Public_Architecture

Erik Stekelenburg

Dinsdag 11 september sprak Christiaan Rapp over de toekomst van de cataloguswoning voor het Amersfoorts Architectuurcafé in De Zonnehof. Geen heftige discussie over voors en tegens. Rapp zet architectuur en cataloguswoning niet tegenover elkaar, maar plaatst de cataloguswoning in de architectonische traditie van het leerboek waarin ontwerpkeuzes inzichtelijk worden gemaakt voor leken, voor de woonconsument.

Christiaan Rapp sprak naar aanleiding van het boek 'Het kant-en-klaarhuis' dat hij samen met Daan Bakker schreef.

In dit boek onderzoeken de schrijvers hoe het catalogushuis karakter kan worden gegeven ondanks alle standardisatie.

Hoewel Nederland massaal aan de buis zat, was de belangstelling behoorlijk. De tv stond stand-by en Christiaan Rapp excuseerde zich alvast voor de momenten dat hij minder bij de les zou zijn.

Voor het voorprogramma had het Amersfoorts Architectuurcafé Vivian van der Schagen gevraagd. Van der Schagen stelde in het kader van haar studie aan de Design Academy Eindhoven de vraag welke droomhuizen werkelijkheid worden als er in Nederland geen vergunningen meer nodig zijn voor uitbreidingen aan de achtergevel. Ze presenteerde als antwoord een 'Ikea gids' van losse elementen voor uitbreidingen aan de achtergevel van rijtjeshuizen. Een lifestyle catalogus in de vorm van een boek en blokkendozen biedt mogelijkheden voor het gezin, de bejaarden, de allochtoon en de yup om hun eigen uitbreiding bij elkaar te puzzelen.

Christiaan Rapp vertelde over het ontstaan van het boek 'Het kant-en-klaarhuis'. Het boek had niet de politieke inzet om de burger directe invloed te geven, maar kwam voort uit de frustratie van het architect zijn, de realiteit. De overaanwezigheid van goedkope, zielige elementen, het 'monopoly van de Polynorm deur'.

Architectuur wordt in het boek niet tegenover de cataloguswoning gezet. Er wordt stelling genomen tegen de opvatting dat standardisatie alleen het domein is van producenten en niet van architecten. Ook de architect stelt een woning samen uit de catalogi van producenten van bouwmaterialen. Producten die min of meer worden vastgelegd door voorschriften, een industriële productiewijze en snelle verwerking. Rapp en Bakker zijn in het boek op zoek gegaan naar de roots van de catalogus en systematisering in de architectuur zelf. Die roots blijken al aanwezig in de eerste architectuurgeschriften.

De tegenstelling die wel wordt benadrukt is die tussen leerboeken om kennis uit op te doen en plaatjesboeken om uit te kiezen. Rapp kiest voor het leerboek. Zijn ideaal van de catalogus is een gezamelijke taal voor architect en opdrachtgever, waarmee de architect inzicht geeft in zijn overwegingen en de opdrachtgever mee kan nemen in de stappen van het ontwerpproces. De regie, sturing, blijft bij de architect. Gevraagd naar zijn ambitie zei Christiaan Rapp graag zelf zo'n catalogus te willen maken. Het boek sluit af met een voorbeeld van een catalogus.die onderlinge verbanden en echt belangrijke keuzemogelijkheden laat zien.

De catalogusarchitect van Rapp en Bakker neemt de klant mee langs de echte keuzemomenten in het ontwerp. Die interactieve architect bestond al. Als in 'Het kant-en-klaarhuis' woningcatalogi in Nederland reclame voor aannemers worden genoemd, mag je Rapps woningcatalogi gerust beschouwen als PR voor architecten.

De vele architectenmarkten die de komende tijd worden gehouden tonen dat architecten de cataloguswoning hebben ontdekt als instrument om de architect bij de burger te brengen, aftrap 15 september in het NAi.

Christiaan Rapp sprak naar aanleiding van het boek 'Het kant-en-klaarhuis' dat hij samen met Daan Bakker schreef.

In dit boek onderzoeken de schrijvers hoe het catalogushuis karakter kan worden gegeven ondanks alle standardisatie.

Hoewel Nederland massaal aan de buis zat, was de belangstelling behoorlijk. De tv stond stand-by en Christiaan Rapp excuseerde zich alvast voor de momenten dat hij minder bij de les zou zijn.

Voor het voorprogramma had het Amersfoorts Architectuurcafé Vivian van der Schagen gevraagd. Van der Schagen stelde in het kader van haar studie aan de Design Academy Eindhoven de vraag welke droomhuizen werkelijkheid worden als er in Nederland geen vergunningen meer nodig zijn voor uitbreidingen aan de achtergevel. Ze presenteerde als antwoord een 'Ikea gids' van losse elementen voor uitbreidingen aan de achtergevel van rijtjeshuizen. Een lifestyle catalogus in de vorm van een boek en blokkendozen biedt mogelijkheden voor het gezin, de bejaarden, de allochtoon en de yup om hun eigen uitbreiding bij elkaar te puzzelen.

Christiaan Rapp vertelde over het ontstaan van het boek 'Het kant-en-klaarhuis'. Het boek had niet de politieke inzet om de burger directe invloed te geven, maar kwam voort uit de frustratie van het architect zijn, de realiteit. De overaanwezigheid van goedkope, zielige elementen, het 'monopoly van de Polynorm deur'.

Architectuur wordt in het boek niet tegenover de cataloguswoning gezet. Er wordt stelling genomen tegen de opvatting dat standardisatie alleen het domein is van producenten en niet van architecten. Ook de architect stelt een woning samen uit de catalogi van producenten van bouwmaterialen. Producten die min of meer worden vastgelegd door voorschriften, een industriële productiewijze en snelle verwerking. Rapp en Bakker zijn in het boek op zoek gegaan naar de roots van de catalogus en systematisering in de architectuur zelf. Die roots blijken al aanwezig in de eerste architectuurgeschriften.

De tegenstelling die wel wordt benadrukt is die tussen leerboeken om kennis uit op te doen en plaatjesboeken om uit te kiezen. Rapp kiest voor het leerboek. Zijn ideaal van de catalogus is een gezamelijke taal voor architect en opdrachtgever, waarmee de architect inzicht geeft in zijn overwegingen en de opdrachtgever mee kan nemen in de stappen van het ontwerpproces. De regie, sturing, blijft bij de architect. Gevraagd naar zijn ambitie zei Christiaan Rapp graag zelf zo'n catalogus te willen maken. Het boek sluit af met een voorbeeld van een catalogus.die onderlinge verbanden en echt belangrijke keuzemogelijkheden laat zien.

De catalogusarchitect van Rapp en Bakker neemt de klant mee langs de echte keuzemomenten in het ontwerp. Die interactieve architect bestond al. Als in 'Het kant-en-klaarhuis' woningcatalogi in Nederland reclame voor aannemers worden genoemd, mag je Rapps woningcatalogi gerust beschouwen als PR voor architecten.

De vele architectenmarkten die de komende tijd worden gehouden tonen dat architecten de cataloguswoning hebben ontdekt als instrument om de architect bij de burger te brengen, aftrap 15 september in het NAi.