Recensie —

Woonconsumentenbeurs in Almere

Erik Stekelenburg

Tijdens de Bouw & Woonexpo 2001: Gewild Wonen organiseerde het locale architectuurcentrum CASLa op zaterdag 22 september een architectenmarkt en een symposium. Bedoeld voor mensen die een eigen huis willen (laten) bouwen. Een verslag van Erik Stekelenburg.

Met de Bouw & Woonexpo 2001 hield de wijk Eilandenbuurt in Almere-Buiten-Oost elf dagen lang open huis. Samen met de architectenmarkt -eigenlijk 'informatiemarkt'- ademde het geheel de sfeer van een Eigen-Huis-en-Interieurbeurs. De rondleidingen per helikopter vonden gretig aftrek.

In de wijk zijn de individuele wensen 'door eenheid in materiaalkeuze' ingekapseld in een per huizenrij glad getrokken architectuurbeeld. Kritiek hierop komt van de eveneens aanwezige kunstroute 'Omtrent Deuren' van de Kunstenaarsvereniging Flevoland. 'Een deur verbeeldt identiteit, eigenheid en variëteit [..] we nemen geen genoegen meer met uniformiteit en rigiditeit, maar zoeken naar autonomie en individualiteit.'

Op het zeer slecht bezochte symposium kwam de architect, de bewoner, de ontwikkelaar en de wethouder aan het woord. Architect Erik Wamelink legde uit dat hij werkt met referentiekaders. Van Mies Van der Rohe tot en met de omgeving die alleen al meer dan '90 % van de oplossing' in zich draagt. Al die bepalende referentiekaders doen denken aan een catalogus, maar dan alleen in het hoofd van de architect. Tijdens de diapresentie wees de architect op mooi spiegelende watertapijten, en de overdrijving van bepaalde maten en ruime trappen in zijn werk.

Bewoner Jeroen Meliëzer vertelde over zijn ervaring als opdrachtgever. Over de lijdensweg die het gevolg was van zijn keuze de architect alleen als ontwerper in te schakelen. Zijn verhaal was bepaald geen reclame voor het zelf bouwen van een woning. Het contact met de aannemer liep uit op een regelrecht fiasco. Nadat Meliëzer eigenlijk veel te laat bij de aannemer aanklopte, begon een pijnlijk traject met heel veel zeer, dat eindigde in een conflict en het zelf afbouwen van zijn woning. Meliëzer raadt: zorg ervoor dat de architect de aannemer mee kan nemen, dat zij goed kunnen samenwerken. Hij besloot zijn verhaal positief: 'Drie rijk gevulde jaren, een huis dat past, een huis dat van ons is.' Naar de drukke straatzijde is het huis gesloten, dat vinden de passanten lelijk. Op het balkon, onzichtbaar vanaf de straat, hoor je het commentaar van voorbijgangers: 'het is een schande dat dit mag', 'dat ze daar vergunning voor hebben gegeven'. Dan denken wij: 'We zijn behoorlijk geslaagd.'

Collectief opdrachtgeverschap werd besproken door ontwikkelaars Thijs Gerretsen en Eric Schrauwen. Collectiviteit maakt extra voorzieningen mogelijk, van allerlei gemeenschappelijke ruimten tot natuur. Thijs Gerretsen toonde collectieve woonvormen in Almere met een jaren'70-karakter. Het voorbeeld van Eric Schrauwen in het Friese Wouw doet vooral denken aan de 'gated community'. Individuele aantasting van de extra voorzieningen wordt tegengegaan door het toevoegen van extra gemeenschappelijkheid. De collectieve voorziening wordt thematisch ingevuld om de betrokkenheid te stimuleren. Het eigendom wordt geregeld met een vereniging van eigenaren. Het eigen karakter neemt een zekere afsluiting van de omgeving met zich mee.

De wethouder Wonen van Almere, Arie Willem Bijl, gaf een opsomming van de winstpunten: we zien dat het bouwbesluit frustrerend werkt, staatssecretaris Remkes heeft toegezegd dat hij 'de knelpunten meeneemt' in het nieuwe bouwbesluit. De bouwwereld heeft ervan geleerd, aldus Bijl. Wat precies werd niet duidelijk. En de gemeente heeft ervan geleerd. De gemeente moet exact zeggen wat ze wil en dient bewoners al in het ontwikkelproces invloed geven zowel op buurtniveau als op het niveau van de woning. Hoe later die invloed, hoe moeilijker om nog iets te veranderen. Als we de wethouder mogen geloven, wordt de slogan 'Het kan in Almere' echt inhoud gegeven en komt er een 'welstandsvrije' vrijheid-blijheid-wijk. Misschien wordt het dan toch nog wat met de, volgens 'Omtrent Deuren', gewilde individuele autonomie.

Op de zeer druk bezochte informatiemarkt plooide, naast gemeente en makelaars, architecten zich op verschillende manieren naar de wensen van particuliere opdrachtgevers. Een bonte, interessante kakofonie aan visies op consumentgericht bouwen. Van de fragmentatie- of montagearchitectuur van cataloguswoningen, tot de architect die in samenspraak de allerindividueelste wensen van de opdrachtgever honoreert: HetMooisteHuisvanNederland.nl; een architect die je huis oriënteert op de zon in je eigen leven; Domus Ludens; de architect laat de oneindigheid van de ruimte ervaren door het landschap als referentiepunt te nemen, het huis is geen referentiepunt meer en raakt daardoor haar compactheid kwijt.

Vol goede moed vertelt elke architect desgevraagd dat zijn uitdaging ligt in het maximaal tegemoet komen aan de individuele woonwensen. Aan hem zal het niet liggen. De invloed van bewoners op hun eigen woning lijkt toch voor een groot deel gefrustreerd te worden door hun eigen onkunde.