Feature —

Het optimistisch realisme van H+N+S

Redactie

Vandaag krijgt H+N+S Landschapsarchitecten de Prins Bernard Cultuurfonds Prijs voor Toegepaste Kunst en Bouwkunst uitgereikt voor hun complete oeuvre. De cruciale bijdrage van H+N+S aan de emancipatie van de landschapsarchitectuur is de belangrijkste reden voor de jury om deze prijs toe te kennen.

H+N+S Landschapsarchitecten werd in 1990 opgericht door Lodewijk van Nieuwenhuijze, Dirk Sijmons en Dick Hamhuis, die later werd opgevolgd door Jandirk Hoekstra. Al voor de oprichting hadden de ontwerpers in 1985 naam gemaakt met het Plan Ooievaar waarin ze pleitten voor een nieuwe, op ecologische uitgangspunten gebaseerde aanpak van de waterhuishouding in het rivierengebied. Hiermee werd een eerste stap gezet naar een nieuwe manier van omgaan met water; waterhuishouding als uitgangspunt bij het ontwerpen in plaats van een soort sluitpost. In het juryrapport wordt het bureau geprezen voor het 'optimistisch realisme' waarmee ontwerpopgaven worden benaderd: 'Het bureau laat zich weliswaar leiden door een zakelijke beoordeling van de feiten, maar neemt de problemen als uitgangspunt voor hun ontwerpen. Het bureau wijst veranderingen in het landschap niet af, ook niet als ze grootschalig zijn en volgens velen een onaanvaardbare aantasting van het Nederlandse landschap vormen, maar wil die op een aantrekkelijke manier vormgeven.' Een voorbeeld van deze benadering is de opdracht tot dijkverzwaring tussen Afferden en Dreumel. Voor deze 19 kilometer lange dijk ontwikkelde H+N+S in 1994 een nieuw dijkprofiel. In plaats van de tot dan toe gebruikelijke dijkversterking door het aanbrengen van een flauw talud, wat door velen als esthetisch onaanvaardbaar werd beschouwd, kwam H+N+S met een getrapt profiel: een smalle kruin, een steile kop en een licht concaaf profiel. Omdat binnendijks meer volume nodig is dan buitendijks, resulteerde dit in een asymmetrisch profiel. Het nieuwe dijkprofiel vond vrijwel direct navolging.

De optimistisch realistische benadering van het bureau leidt geregeld tot een pleidooi voor het behoud van de rafelranden van de stad, of de zelfs de terugkeer van 'de achterkanten'. Tijdens de presentatie afgelopen juli van de Prix de Rome plannen voor het Westland stelde Dirk Sijmons dat de mooiste landschappen lijken te zijn ontstaan door maximalisatie van doelstellingen en niet door het mixen van doelstellingen wat tegenwoordig gebeurt. Hij vroeg zich af hoeveel politiek correcte doelstellingen je in het Westland kon implementeren zonder het gebied werkelijk te veranderen. De grootste bedreiging wordt volgens hem gevormd door de economische welvaart. De wereld wordt bekeken door de esthetische bril van de stedeling die zich verbaast in zijn achtertuin geen Arcadia aan te treffen, maar kassen waar mensen werken, waar dingen geproduceerd worden die niet tot de dotcom wereld behoren. Als oplossing voor de zogenaamde witte schimmel die op het platteland van Groningen woekert pleitte Sijmons in 1996 voor een combinatie van woningbouw en natuurontwikkeling door bossen aan te planten waarin vrijstaande woningen gebouwd konden worden. In Groningen duiden bomen op de aanwezigheid van mensen, gelijktijdig wordt de bebouwing aan het oog onttrokken. Door hun werkwijze heeft H+N+S, aldus het juryrapport, ervoor gezorgd dat vrijwel héél het kunstwerk Nederland tegenwoordig tot het terrein van de landschapsarchitectuur behoort.