Recensie —

Rem Koolhaas vrijgesproken van plagiaat

Redactie

Na een jarenlange juridische strijd werd Rem Koolhaas vrijgesproken van plagiaat. De beschuldiging als zou het ontwerp voor de Rotterdamse Kunsthal een kopie zijn van een afstudeerontwerp van een voormalig OMA-werknemer, is pure fantasie zo oordeelde een Londense rechter in hoger beroep.

Voormalig OMA werknemer Gareth Pearce kwam in 1996 met de claim dat de Kunsthal op meer dan veertig punten overeenkomst vertoonde met zijn afstudeerproject voor een stadhuis in de Londense Docklands uit 1986. De overeenkomsten betroffen onder meer het uiterlijk, afmetingen en de hellingbaan. Ten tijde van zijn afstuderen heeft Pearce twee weken voor Koolhaas in Londen gewerkt. Koolhaas zou, aldus Pearce, zijn afstudeerproject toen een weekend hebben geleend.

Niet alleen OMA kreeg een dagvaarding, maar ook het constructiebureau Ove Arup en de stad Rotterdam werden voor het gerecht gedaagd. Koolhaas heeft de aantijgingen altijd ontkend. De aanklacht werd in eerste instantie door een Engelse rechter niet ontvankelijk verklaard. Een uitspraak waartegen Pearce in beroep ging. Koolhaas is dus nu ook in hoger beroep vrijgesproken. De claim ‘has no foundation whatsoever,’ aldus de rechter. ‘It is one of pure fantasy – preposterous fantasy at that. The Kunsthal owes nothing tothe claimant.’. ‘Mr Pearce is evidently an emotional man. He gave his evidence withvehemence, indeed sometimes anger. I have to say that much of it was notbelievable,’ Niet alleen kreeg Pearce er van langs, ook oordeelde de rechter niet gunstig over de door Pearce ingehuurde architectuurexpert en -getuige Michael Wilkey. ‘Mr Wilkey bears a heavy responsibility for this case ever coming to trial – with its attendant cost, expense and waste of time, including Mr Koolhaas’ loss of professional time’ en zal de RIBA vragen gepaste maatregelen tegen hem te treffen.

Pearce kon de rechtszaak voeren doordat hij rechtelijke bijstand ontving. En hoewel Koolhaas de rechtszaak heeft gewonnen, zal het de vraag zijn of hij de gemaakte kosten, ooit zal terug krijgen.

In Nederland is in 1996 een zaak met betrekking tot plagiaat voor de rechter gekomen. De Utrechtse architect Jaco de Visser en zijn opdrachtgever beschuldigden Van den Dikkenberg en Bons uit Venendaal in de pers van het kopiĆ«ren van zijn ontwerp van een complex kantoorvilla’s. Van den Dikkenberg en Bons vroegen aan de rechter een verbod op dat soort beschuldigingen. Deze zaak verloren zij omdat de rechter gelijkenissen zag en de vrijheid van meningsuiting niet wilde beperken. De Visser daagde hierop Van den Dikkenberg en Bons voor de rechter met de beschuldiging van plagiaat. Deze zaak werd gewonnen door Van den Dikkenberg en Bons, ook in het hoger beroep dat De Visser aanspande. Het oordeel van de rechter luidde kort samen gevat, dat van plagiaat is pas sprake als de namaak tot in de details gaat.