Recensie —

Snoepje van de week

Allard Jolles (Cobouw)

Het is zilver en glimmend, slechts 17 bij 18 centimeter groot, kleurrijk van binnen, 225 pagina’s dik, als je het ziet moet je het oppakken en daarna volgt onontkoombaar de gang naar de kassa. Het boekje XS: Big Ideas, Small Buildings van Phyllis Richardson brengt een pavlovreactie teweeg bij iedere boekenliefhebber: kijken is kopen, iets anders is onmogelijk.

XS: Big Ideas, Small Buildings behandelt het kleine gebouw: van bushalte tot openbaar toilet, van watertoren tot skihuis, en van uitkijkpost tot éénpersoonswoning die in de broekzak past. De tekst is kort en precies, de objecten die er instaan zijn uitstekend gerubriceerd in vijf relevante thema's en de vormgeving is subliem. Daar komt nog bij dat er handige lijsten instaan met alle project- en adresgegevens van de genoemde architectenbureaus. Extra small wat betreft onderwerp en formaat, maar XXL wat betreft kijk- en leesgenot. Big is niet altijd beter. Klein en intiemXS betekent natuurlijk extra small, maar klinkt hetzelfde als exces en acces en die driedubbelzinnigheid is voor Richardson uitgangspunt voor haar tekst geweest. Kleine gebouwtjes streven in hun idee vaak het normale, het gewone voorbij (exces). De grootte van het object, hoe klein ook, en ongeacht waar het staat, stelt geen grenzen aan de creativiteit van de ontwerper. En analoog hieraan is functionaliteit nooit een 'belemmering voor schoonheid'. Acces heeft te maken met het feit dat veel van die kleine objecten toegang verschaffen tot een groter geheel: follies waarin bijvoorbeeld kaartverkoop voor het theater zit, maar ook bushaltes of telefooncellen. En de éénpersoonswoning biedt toegang tot onze eigen geest. Richardson stelt, terwijl ze zich afvraagt waar die belangstelling voor het kleine gebouw vandaan komt, dat ons instinct er in een tijd van globalisering voor zorgt dat we de intimiteit opzoeken voor zelfreflectie en totale inkeer. De voorspellingen voor 2002 van trendwatchers gaan inderdaad richting een herbeleving van 'cocooning', het terugtrekken in de beslotenheid van de eigen huiskamer. Klassiek miniRichardsons tekst opent met een historisch verhaal. Ze beschrijft het inmiddels 500 jaar oude Tempietto van Bramante bij de San Pietro in Montorio: klein van formaat, maar groots in betekenis, geestelijke symboliek en mathematische precisie. De meeste gebouwtjes in XS zullen nooit een architectuuricoon worden als het Tempietto nu is – de tijd zal het leren – , maar de toon van het boek is wel gezet. Het kleine gebouw, hoe vrolijk het uiterlijk soms kan zijn, verdient een serieuze aanpak en een duidelijk afgebakende, met argumenten omklede plaats in de architectuurgeschiedenis. Ieder thema heeft een eigen inleiding waarmee de objecten een kader krijgen. Bij straatmeubilair staat Richardson stil bij het belang van het kleine gebouw voor onze dagelijkse stedelijke ervaring. Het is niet altijd de grote kathedraal of het beroemde gebouw dat in onze herinnering blijft hangen. De rode telefooncellen in Londen of de Art Nouveau-metrohaltes in Parijs zijn net zozeer beeldbepalend voor beide steden als de Big Ben en de Eiffeltoren dat zijn.

StraatmeubilairDe stelling van Richardson is dat bij het ontwerpen van straatmeubilair en kiosken dergelijke voorbeelden de maatstaf zouden moeten zijn. Maar helaas gaat het tegenwoordig vooral over het verlagen van de kosten, de hufterbestendigheid en de functionaliteit. Om daar iets tegenover te stellen, heeft Richardson voorbeelden verzameld waar al deze randvoorwaarden zijn gehonoreerd maar waar tegelijkertijd innovatie en schoonheid centraal staan. En dat heeft ze goed gedaan, want de geselecteerde gebouwtjes staan als verleidelijk snoepjes op de stoep. Vanzelfsprekend is de afdeling 'superdutch' ook vertegenwoordigd. West 8, MVRDV en UN Studio blijken naar goed Hollands gebruik ook het kleine te eren. Maar het blijft niet bij het behandelen van Nederlands ontwerp alleen. Ook de Nederlandse actualiteit komt aan bod. Zonder de woorden 'wild wonen' te gebruiken laat Richardson éénpersoonswoningen zien die zonder fundering overal kunnen staan en via het Internet besteld kunnen worden. Een aantrekkelijke optie, want ze passen makkelijk in de achtertuin of op het dak, zelfs in een gemiddelde Vinexwijk. Vooral in dat soort gebieden lijken de 'Su-Si', de 'Silva Spider' of de 'GucklHupf' ideale statusbevestigende symbolen om de eigen identiteit mee te versterken en de buren de ogen uit te steken. Maar of de welstand dáár gelukkig mee is